Stadia van een brand Natuurlijke brand
Warmteoverdracht
- Warmteoverdracht vindt plaats daar waar een temperatuurverschil is, naast toevoer
ook afvoer van warmte
- Warmte = energie die zich verplaatst als gevolg van temperatuurverschillen
- Warmte (overdracht) is iets anders dat temperatuur. Temperatuur: maat voor hoe
warm of hoe koud een voorwerp is op een bepaald moment
- Vormen van warmteoverdracht: geleiding, convectie, straling
Geleiding
- Vorm van warmteoverdracht die plaatsvindt in vaste lichamen
- Hoeveelheid / snelheid afhankelijk van: temperatuurverschil ΔT,
warmtegeleidingscoëfficiënt λ (W / m x K), dichtheid, soortelijke
warmte
- d = afstand die de temperatuur moet overbruggen
Convectie
- Warmteoverdracht die plaatsvindt van een warme vloeistof of gas van de hittebron
naar een koeler gedeelte van de ruimte
- Hoeveelheid / snelheid afhankelijk van: temperatuurverschil ΔT, oppervlakte,
snelheid van de vloeistof of gas
- α = warmteoverdrachtscoëfficiënt (W / m^2 x K)
Straling
- Vorm van warmteoverdracht van en heter oppervlak naar een koeler oppervlak
zonder gebruik van een medium
- Snelheid afhankelijk van: temperatuurverschil ΔT, σ = constante van
Boltzmann (W / m^2 x K^4), emissiefactor van oppervlakte ε
Hoorcollege 2
Gasdrukregelaar
- Functie: druk reduceren en constant houden ten opzichte van de referentiewaarde
, - Vaak: reduceren tot 30mbar overdruk ten opzichte van de omgevingsdruk Patm
- Vaste overdruk zorgt voor (gegeven een vaste opening bij brander) een gewenste
uitstroomsnelheid van het gas
- Probleem: onze omgevingsdruk varieert!
Patm (omgevingsdruk)
- Omgevingsdruk varieert ten gevolge van de verplaatsing
en ontstaan van hoge en lagedrukgebieden
Gasdrukregelaar
- Ptoevoer > Patm + 30mbar (meestal 1,1-1,2 bar of hoger)
- Drukregelaar registreert actuele Patm: gevolg Puitvoer =
Patm +30 mbar
- Dimensionering (doorsnede) van de regelaar (leiding)
garandeert hoeveelheidslevering bij gewenste druk!
- Schematische weergave zie plaatje
Werking gasdrukregelaar
- Uitgangspositie: stel Patm = 1000 mbar, dan moet Puit
1030 mbar zijn en blijven, verbruikstoestellen worden
ingeschakeld → daling Puit (<1030mbar)
Gasdrukregelaar
- Mogelijke verstoringen: opening Pbuiten raakt verstopt,
membraan verouderd (flexibiliteit neemt af), veerdruk
onjuist (ouderdom)
Gasgebrekbeveiliging (B-klep)
- Functie: voorkomt het vrij uitstromen van gas na een
leveringsonderbreking, voorkomt ‘te’ lage druk in een
gasinstallatie
- Wordt vaak gecombineerd met een gasdrukregelaar
- Schematische weergave B-klep zie plaatje
Werking B-klep zie plaatjes