Samenvatting Consumenten Psychologie
Hoofdstuk 1:
Consumentengedrag: Al het gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het
gebruiken, het evalueren en het zich ontdoen van producten, diensten en ideeën.
Consumentenanalyse: de analyse van consumentengedrag, deze biedt een vollediger beeld van de
werkelijkheid dan de analyse van de markt of het product.
Consumentenbeslissingsgedrag: het proces dat de consument doorloopt als hij een beslissing neemt.
Deze fases zijn:
1. Ontstaan van de behoefte
2. Oriënteren
3. Evaluatie van alternatieven
4. Aankoop
5. Gebruik
6. Evaluatie
FMCG: producten die snel verkocht worden voor een relatieve lage prijs. (eten, drinken)
Hoe de consument een beslissingsproces doorloopt hangt af van:
- Mate van belang
- Mate van ervaring
Product is nieuw Consument is ervaren
Product is van belang Uitgebreid Routine matig
probleemoplossend
Product is minder van belang Beperkt probleemoplossend Routine matig
Evoked set De groep producten of merken die voor de consument acceptabel zijn. Je moet bekend
zijn met het product en het moet een postief gevoel hebben.
DMU (decision making unit) De verschillende personen die zich als groep met de aankoop
bezighouden.
Passieve consument een marktpartij die niet weet wat zij wil, maar manipuleerbaar is door de
activiteiten van de marketeer.
Cognitieve consument Wordt gezien als informatie verwerker en probleemoplosser.
Framing je essentie van je boodsschap blijft het zelfde maar je omgeving veranderd. Bijv. je zegt
90% mals vlees of 10% vet vlees.
Nudging je duwt de consument in de juiste richting, bijv. holle bolle gijs.
, Hoofdstuk 4:
Trend: ‘een tendens waarbij bepaalde producten, onderwerpen of ideeën steeds meer ingang vinden
bij een groeiende laag van de bevolking.
Consumententrend Gezonder leven
Markttrend vegetarisch eten
Producttrend loombands
Niveaus van trends/ontwikkelingen:
- Maatschappelijke ontwikkeling (geld voor de hele maatschappij. 10 tot 30 jaar. Vb:
vergrijzing.
- Consumententrend/psychologische maatschappelijke ontwikkelingen: Dit gedrag is niet
product of markt verbonden. 5 tot 10 jaar. (bijv. gezondheidsbewustzijn)
- Markttrend dit betreft het gedrag van groepen consumenten binnen een domein. 1 tot 5
jaar. Bv. Vegetarisch eten of gezonde voeding.
- Producttrend vb. loombands
Trendwatching het observeren van trends d.m.v. markonderzoekgegevens en cijfers over
maatschappelijke ontwikkelingen.
Hoofdstuk 5:
Cultuur alles wat mensen hebben, denken en doen als leden van de maatschappij.
Hebben – Materiële zaken
Denken - ideeën, waarden, attituden, overtuigingen
Doen – Normen, gedragingen, gewoontes
Normen Alle ongeschreven gedragsregels (niet boeren aan tafel)
Waarden Centrale, blijvende ideeën die gedrag en oordelen van mensen sturen (gelijkheid)
Diffusie het overnemen van aspecten van een andere cultuur.
Gewoonte gedrag dat je gewend bent om op specifieke momenten te doen.
Overtuiging Een opvatting die er standaard is. ‘belgen zijn dom’.
Kenmerken van cultuur:
- Samenhangend geheel
- Aangeleerd
- Kent universele aspecten
- Onzichtbaar
- Functioneel
- Veranderlijk
Subcultuur een duidelijk te onderscheiden groep binnen een cultuur. (hooligans, hippies, skaters)
Hoofdstuk 6:
Hoofdstuk 1:
Consumentengedrag: Al het gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het
gebruiken, het evalueren en het zich ontdoen van producten, diensten en ideeën.
Consumentenanalyse: de analyse van consumentengedrag, deze biedt een vollediger beeld van de
werkelijkheid dan de analyse van de markt of het product.
Consumentenbeslissingsgedrag: het proces dat de consument doorloopt als hij een beslissing neemt.
Deze fases zijn:
1. Ontstaan van de behoefte
2. Oriënteren
3. Evaluatie van alternatieven
4. Aankoop
5. Gebruik
6. Evaluatie
FMCG: producten die snel verkocht worden voor een relatieve lage prijs. (eten, drinken)
Hoe de consument een beslissingsproces doorloopt hangt af van:
- Mate van belang
- Mate van ervaring
Product is nieuw Consument is ervaren
Product is van belang Uitgebreid Routine matig
probleemoplossend
Product is minder van belang Beperkt probleemoplossend Routine matig
Evoked set De groep producten of merken die voor de consument acceptabel zijn. Je moet bekend
zijn met het product en het moet een postief gevoel hebben.
DMU (decision making unit) De verschillende personen die zich als groep met de aankoop
bezighouden.
Passieve consument een marktpartij die niet weet wat zij wil, maar manipuleerbaar is door de
activiteiten van de marketeer.
Cognitieve consument Wordt gezien als informatie verwerker en probleemoplosser.
Framing je essentie van je boodsschap blijft het zelfde maar je omgeving veranderd. Bijv. je zegt
90% mals vlees of 10% vet vlees.
Nudging je duwt de consument in de juiste richting, bijv. holle bolle gijs.
, Hoofdstuk 4:
Trend: ‘een tendens waarbij bepaalde producten, onderwerpen of ideeën steeds meer ingang vinden
bij een groeiende laag van de bevolking.
Consumententrend Gezonder leven
Markttrend vegetarisch eten
Producttrend loombands
Niveaus van trends/ontwikkelingen:
- Maatschappelijke ontwikkeling (geld voor de hele maatschappij. 10 tot 30 jaar. Vb:
vergrijzing.
- Consumententrend/psychologische maatschappelijke ontwikkelingen: Dit gedrag is niet
product of markt verbonden. 5 tot 10 jaar. (bijv. gezondheidsbewustzijn)
- Markttrend dit betreft het gedrag van groepen consumenten binnen een domein. 1 tot 5
jaar. Bv. Vegetarisch eten of gezonde voeding.
- Producttrend vb. loombands
Trendwatching het observeren van trends d.m.v. markonderzoekgegevens en cijfers over
maatschappelijke ontwikkelingen.
Hoofdstuk 5:
Cultuur alles wat mensen hebben, denken en doen als leden van de maatschappij.
Hebben – Materiële zaken
Denken - ideeën, waarden, attituden, overtuigingen
Doen – Normen, gedragingen, gewoontes
Normen Alle ongeschreven gedragsregels (niet boeren aan tafel)
Waarden Centrale, blijvende ideeën die gedrag en oordelen van mensen sturen (gelijkheid)
Diffusie het overnemen van aspecten van een andere cultuur.
Gewoonte gedrag dat je gewend bent om op specifieke momenten te doen.
Overtuiging Een opvatting die er standaard is. ‘belgen zijn dom’.
Kenmerken van cultuur:
- Samenhangend geheel
- Aangeleerd
- Kent universele aspecten
- Onzichtbaar
- Functioneel
- Veranderlijk
Subcultuur een duidelijk te onderscheiden groep binnen een cultuur. (hooligans, hippies, skaters)
Hoofdstuk 6: