,Inhoudsopgave
Centrale sensitisatiepijn in de klinische praktijk....................................................................................3
H2 – wat is centrale sensitisatie en wat zijn de onderliggende mechanismen? Moderne
pijnneurowetenschappen voor de klinische praktijk..............................................................................3
H3 – Klinische herkenning van centrale sensitisatiepijn en differentiaaldiagnostiek met
neuropathische en nociceptieve pijn......................................................................................................7
Dynamiek van het menselijk bindweefsel...........................................................................................11
H8 – Bindweefsel van spieren..............................................................................................................11
Een evidence-based behandeling voor elke patiënt – FysioPraxis.......................................................16
Infographic. Achilles and patellar tendinopathy rehabilitation: strive to implement loading principles
not recipes..........................................................................................................................................17
KNGF-richtlijn artrose heup-knie.........................................................................................................18
Inleiding...............................................................................................................................................18
Diagnostisch proces.............................................................................................................................20
Therapeutisch proces...........................................................................................................................22
Load management in tendinopathy: clinical progression for achilles and patellar tendinopathy........24
Mechanisms of Asteoarthritis Pain – O’Neill & Felson.........................................................................27
Musculoskeletal Clinical Translation Framework.................................................................................28
H5 – Pain Features...............................................................................................................................28
H6 – psychosocial considerations.........................................................................................................30
Raamwerk klinimetrie.........................................................................................................................31
Revisiting the continuum model of tendon pathology: what is its merit in clinical practice and
research?.............................................................................................................................................32
2
, Centrale sensitisatiepijn in de klinische praktijk
H2 – wat is centrale sensitisatie en wat zijn de onderliggende
mechanismen? Moderne pijnneurowetenschappen voor de klinische
praktijk
Pijnwetenschappen hebben de afgelopen decennia een flinke evolutie doorgemaakt, die grote
impact op ons klinisch handelen hebben.
Neurofysiologie acute pijn: van weefselnociceptie tot pijnmatrix.
- Weefsels kunnen CZS informeren van (dreigende) weefselschade
o Sensoren in het lichaam kunnen prikkels omzetten in actiepotentiaal
o Is van toepassing op acute nociceptieve pijn op primaire afferente zenuw via
nocireceptoren
Deze kunnen reageren op:
Warmte/koude stimuli
Mechanische stimuli
Chemische stimuli
Alle bovenstaande; polymodaal
Nociceptoren zijn verbonden aan ionenkanalen
De prikkel moet sterk genoeg zijn om een depolarisatie van de
celmembraan van het neuron te veroorzaken
o Hoe sterker de graduele potentiaal, des te meer kans op
een effectieve actiepotentiaal
o Er is een pijnstillend mechanisme in het lichaam dat
zwakke prikkelingen opvangt
o Bij schade/weefselontsteking komen allerlei stoffen vrij, die zorgen dat de
prikkeldrempel van nociceptoren verlaagt wordt
= hyperalgesie; perifere sensitisatie
Daarna wordt het getransporteerd worden door 2 type vezels:
Adelta-vezels scherpe, goed gelokaliseerde pijn
o Smalle, gemyeliniseerde vezels hoge geleidingssnelheid
C-vezels minder scherpe, doffere pijn
o Dunne ongemyeliniseerde vezels lage
geleidingssnelheid
Beide typen vezels geven actiepotentialen af in dorsale hoorn van
ruggenmerg en daar gaan ze door naar secundaire afferente
neuronen
o Dorsale hoorn is cruciale plaats voor pijnmodulatie
Kan pijnstilling/pijnversterking optreden
o Daarvoor moet elektrisch signaal omgezet worden in
biochemisch signaal (neurotransmitters)
o Als het doorgaat naar secundair, stijgt de boodschap naar
het brein richting de thalamus
Vanuit daar gaat het door naar andere
hersengebieden (=pijnmatrix)
Temporele summatie van pijn en wind-up
3