Hoe meten we de economische activiteit van een land?
Belangrijkste maatstaf: BBP of Bruto Binnenlands Product
Nationaal inkomen
Bestedingen
Er worden geen voorraden aangelegd
• Toegevoegde waarde = voortbrengst(A) – intermediair verbruik(M)
• Factorvergoedingen = vergoeding van de factoren betrokken bij de productie
Toegevoegde waarde: de waarde van de finale goederen.
Er zijn 3 productiefactoren dus ook 3 categorieën van factorvergoedingen:
Vergoeding van arbeid (loon)
Vergoeding van natuur (huur grond)
Vergoeding van kapitaal (intrest)
Productie zorgt voor inkomen, dat dan weer kan worden besteed
Veronderstel: bestedingen omvatten de consumptie van de gezinnen (C) en de investeringen van
de bedrijven (I):
Voorraadinvesteringen: investeringen in vlottend kapitaal (grondstoffen, hulpstoffen,...)
Uitbreidingsinvesteringen: toevoeging aan de kapitaalgoederen (machinepark)
Vervangingsinvesteringen: productieve capaciteit van de kapitaalvoorraad op peil houden
Moderne economie is meer complex
We hebben een overheid die tussenkomt
We drijven handel met het buitenland
We importeren en exporteren goederen en diensten
Bruto binnenlandse product (bbp): totale toegevoegde waarde gecreëerd in een land in een
bepaalde periode.
Bruto nationaal inkomen(bni): het bbp met toevoeging van grensoverschrijdende factorvergoeding.
, Netto nationaal inkomen (nni): bni verminderd met afschrijvingen. Totale van de vergoedingen voor
de productiefactoren van een land in een bepaalde periode.
De overheid koopt goederen en diensten aan overheidsbestedingen (G)
Gc: aankopen van goederen en diensten door de overheid (inclusief lonen van het
overheidspersoneel)
Gi : overheidsinvesteringen zoals infrastructuurwerken, legermaterieel,...
Niet alle goederen hebben een prijs
Diensten door overheidspersoneel: lonen
“Diensten” die woningen leveren aan bewoners: kadastraal inkomen
Sommige goederen en diensten behoren niet tot het bbp
Zorgeconomie
Externe effecten (milieuvervuiling,...)
Hoofdstuk 9:Macro-economisch evenwicht
Het macro-economisch evenwicht wordt bestudeerd: aan de hand van de aggregatieve vraag en
het aggregatieve aanbod.
Veranderingen in de vraag impact op KT
Veranderingen in het aanbod impact op LT
Conjunctuurgolf = opeenvolging van expansie en contractie
Expansie: van Laagconjunctuur naar Hoogconjunctuur
Contractie: van Hoogconjunctuur naar Laagconjunctuur