Hoofdstuk 2 Theoretisch kader voor pedagogisch adviseren
Opvoeden
Meeste relevant voor pedagogisch advisering: de aard en de omvang van psychosociale
problematiek bij kinderen en de factoren die daarop inwerken.
Belangrijke beschermende factor pedagogisch advisering: de betrokkenheid van ouders bij de
ontwikkeling van kinderen en de competentie en vaardigheden die zij hebben.
Ideeën over opvoeden
Pedagogisch advisering: gaat om gesprekken met ouders over opvoeden.
Opvattingen over de rol van ouders in de opvoeding en wat een optimale opvoedingssituatie is
spelen daarbij een belangrijke rol.
Belangrijk dat pedagogisch adviseurs binnen hun team en instelling een gezamenlijke visie op
opvoeden en opvoedingsondersteuning formuleren die de basis vormt voor het werk.
Wat opvoeden is
Functionele opvoeding/impliciete sturing van het opvoedingsproces: de dagelijkse omgang tussen
ouders en kinderen, de huis-tuin-en-keuken dingen, de intuïtieve en vanzelfsprekende manier waarop
ouders op het gedrag van kinderen reageren. Onbewust fungeren ouders daarmee als een belangrijk
rolmodel voor hun kinderen.
Intentionele opvoeding/expliciete sturing van het opvoedingsproces: meer nadrukkelijke vorm van
sturing. Het optreden van de ouders is bewust gericht op het gedrag van kinderen te beïnvloeden of de
kinderlijke ontwikkeling te stimuleren in een bepaalde richting.
Condities voor opgroeien
Voorwaarden, zodat kinderen zich goed kunnen ontwikkelen:
- Een veilige fysieke omgeving, bescherming tegen gevaren.
- Continuïteit en stabiliteit in de levensomstandigheden.
- Overdracht van waarden en normen, goede voorbeelden krijgen.
- Respect en betrokkenheid van opvoeders ten opzichte van kinderen.
- Realistische verwachtingen, afgestemd op leeftijd en type kind.
Manieren van opvoeden
De twee pijlers die de kwaliteit van de opvoeding bepalen:
- Ondersteunen: gaat om de affectieve band tussen ouders en kinderen, de mate waarin ouders
betrokken zijn, de emotionele ondersteuning die zij hun kind bieden en de ruimte om eigen
initiatieven te ontplooien. (Proberen ouders zich in de belevingswereld van hun kind te
verplaatsen?).
- Structureren: gaat om het belang van het bieden van structuur en houvast en de noodzaak om
ongewenst gedrag tijdig te corrigeren.
Inductie: de ouders wijzen een kind op de gevolgen van zijn gedrag en geven uitleg over het waarom
van regels.