Het streven van Human Resources Management is om de … als het ware ‘voor elkaar geschikt te
maken’. Wat moet worden ingevuld op de plaats van de puntjes?
A de medewerkers, de werkomgeving en de regelgeving
B de leiding, innovaties en de medewerkers
C de organisatiedoelen, de leiding en de medewerkers
D de werkomgeving, de organisatiedoelen en de organisatiecultuur
Tot in de late jaren tachtig werd er in bedrijfskundige opleidingen op een aantal factoren sterk de
nadruk gelegd, behalve op:
A gedrag van mensen.
B economie.
C accounting.
D financiën.
Wat zijn contingentievariabelen?
A De omstandigheden waaronder een bepaalde voorspelling geldig is.
B Complexe vaardigheden.
C De factoren die bepalen of een bepaalde maatregel effect heeft.
D De uitdagingen waar hedendaagse organisaties voor staan.
Welke discipline heeft de grootste bijdrage aan gedrag in organisaties geleverd op het gebied van
groepsgedrag?
A Psychologie
B Sociale psychologie
C Politicologie
D Antropologie
Op welk niveau heeft de psychologie zijn grootste bijdrage geleverd aan gedrag in organisaties?
A Op het niveau van de groep.
B Op het niveau van het individu.
C Op het niveau van de organisatie.
,D Op het niveau van de cultuur.
De succesvolle organisaties van de toekomst moeten al het onderstaande doen, behalve ...
A investeren in innovatie.
B doen wat ze altijd hebben gedaan.
C continu de kwaliteit blijven verbeteren.
D zich de kunst van het veranderen eigen maken.
Waar houdt de positieve organisatiewetenschap, een relatief nieuw GiO-onderzoeksgebied, zich niet
mee bezig?
A Met de vraag hoe organisaties sterke kanten van mensen ontwikkelen.
B Met de vraag hoe organisaties werken aan vitaliteit en veerkracht.
C Met wat er goed gaat in organisaties.
D Met de vraag hoe de organisatie positiever om kan gaan met de omgeving, bijvoorbeeld met het
milieu.
Welke van de onderstaande uitspraken over diversiteit is niet juist?
A Leidinggevenden moeten hun mening over iedereen gelijk behandelen steeds meer bijstellen.
B Leidinggevenden moeten verschillen (leren) ontdekken.
C Secundaire arbeidsvoorwaarden moeten aangepast worden aan de verschillende behoeften van
werknemers
D Diversiteit maakt communiceren makkelijker.
Voor een groot deel van de beroepsbevolking verschilt de hedendaagse werkomgeving nogal van de
werkomgeving in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Noem een verschil.
A Voor veel hedendaagse werknemers is er een duidelijke scheidslijn tussen werk en privéleven.
B De hedendaagse werkomgeving biedt werknemers de mogelijkheid om hun eigen werkrollen te
creëren en structureren.
C Ethisch werkgedrag komt meer voor onder hedendaagse werknemers.
D Veel hedendaagse werknemers zijn gemotiveerder.
…….bestudeert de invloed die individuele factoren, groepsprocessen en organisatiestructuren hebben
op menselijk gedrag in organisaties. Het is geen fundamentele maar een toegepaste wetenschap,
met als belangrijkste doel de effectiviteit van organisaties te verbeteren.
A Organisatieontwikkeling
,B Human Resources Management
C Gedrag in organisaties
D ‘People’ management
Welke consequenties gelden er voor de werknemers als we kijken naar het steeds ‘tijdelijker’
wordende karakter van producten, functies en organisaties?
A Werknemers moeten zich instellen op functies die ze voor een steeds langere periode zullen
uitoefenen
B Werknemers moeten constant hun competenties op peil houden
C Werknemers moeten sterkere banden aangaan met collega’s
D Werknemers moeten hun mobiliteit beperken als ze de concurrentieslag aan willen gaan.
Organisaties kennen economisch goede tijden en economisch zware tijden. Welk thema binnen het
vakgebied GiO is het belangrijkst voor managers in economisch zware tijden?
A Het belonen, tevredenstellen en vasthouden van werknemers.
B Winst maken en de concurrentie op afstand houden.
C Omgaan met werkstress en zorgen van medewerkers.
D Globalisering
Op basis waarvan worden waarschijnlijk de effectiefste besluiten genomen?
A Een kritische combinatie van intuïtie en systematisch onderzoek.
B Intuïtie
C Systematisch onderzoek
D Dat hangt volledig af van de context waarin de beslissing genomen moet worden.
Waarom is het zinvol om gedrag in organisaties op een systematische manier te bestuderen?
A Menselijk gedrag is niet toevallig.
B Menselijk gedrag is niet consistent.
C Menselijk gedrag is zelden te voorspellen.
D Menselijk gedrag is vaak niet waar te nemen.
Gedrag in organisaties is geënt op bijdragen van verschillende disciplines. Welke van onderstaande
disciplines hoort hier niet bij?
, A Fysica
B Psychologie
C Antropologie
D Sociologie
Welke van de volgende punten wordt niet gezien als kerngebied van gedrag in organisaties?
A Motivatie
B Attitudeontwikkeling
C Conflicten
D Werving en selectie
Gedrag in organisaties bestudeert welke invloed individuen, groepen en structuren hebben op het
gedrag van mensen binnen organisaties. Het doel is deze kennis toe te passen om … te verbeteren.
A de effectiviteit van de organisatie
B de maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties
C het salaris van de manager
D de kwaliteit van de producten
Een ethisch gezond klimaat….
A is een klimaat waarin werknemers productief kunnen werken en waarin er duidelijkheid bestaat
over welk gedrag goed of fout is.
B bestaat niet in commerciële organisaties.
C leidt er niet zelden toe dat werknemers hun werk niet meer productief kunnen uitvoeren.
D kan niet worden gecreëerd door managers, maar moet opgelegd worden door de doelstellingen
van de organisatie.