Week 1: Natievorming in Nederland
College 1. Di 5 november Natievorming & Natie en staat in Nederland/Europa
Vergelijkende politicologie
Systematische analyse van verschillen en overeenkomsten van politieke stelsels. Vooraf
geformuleerde criteria
Zinvolle uitspraken pas mogelijk als wordt vergeleken
Hoe vergelijken? Criteria vaststellen?
Methodes: dataverzameling, reisverslag. Klassieke methode, De Tocqueville schreef boek
over democratie in Amerika, vergleek met Europa. Artistoteles reisde rond en vergleek
politieke stelsels, kwam tot een classificatie:
Onderzoeksstrategieën
Vergelijkende politicologie
Landenmonografieën
Vergelijkende analyse twee of meer landen
Subject vergelijking
Cross-national studies
Eurobarometer
European Value Studies
Lijphart, 36 democratieën
Staats/natievorming
Impliciet gaan we ervanuit dan landen en staten het centrale organisatieprincipen
zijn
Bovenste kaart is wereld vanuit de ruimte, onderste kaart de staatkundige kaart
Globalisering zorgt ervoor dat landsgrenzen steeds meer “wegvallen”
o Maar, wij gaan toch uit van staten:
o Staat als centraal organisatieprincipe
, o 195 staten lid van Verenigde Naties -> wat is het verschil tussen een staat,
natie en natie-staat? -> Verwante maar afzonderlijke begrippen
Natie:
Vaag begrip
Groep mensen die zich verbonden voelt door gemeenschappelijke kenmerken (bv
taal, geschiedenis, traditie, religie) en die een politieke gemeenschap wil worden of
blijven (objectief en subjectief element. Objectief: kenmerken. Subjectief: dit willen
we).
Objectieve dimensie: Natie als natuurgegeven (kenmerken)
Subjectieve dimensie: Natie als constructie (wil om samen politieke gemeenschap te
vormen)
Objectief: Subjectief:
Natie als natuurgegeven Natie als constructie
Volksaard Nationale identiteit
Cultuur voorop Politiek voorop
Exclusief Inclusief
Natuurlijke grenzen Geen natuurlijke grenzen
Cultureel en politiek nationalisme
Cultureel nationalisme
Gebaseerd op ‘objectieve natiebegrip’
Eeuwenoude eigen cultuur en identiteit (Volksgeist)
Exclusief karakter
Politiek nationalisme
Meer gebaseerd op ‘subjectieve natiebegrip’
De natie als politieke waardengemeenschap
Inclusief karakter
Natievorming (nationbuilding)
Is het helemaal een constructie? Ook weer niet helemaal. Tussenoplossing,
constructivistische elementen staan voorop:
Naties zijn er dankzij nationalisme (en niet andersom)
Pas in 18e/19e eeuw ontstaat een nationaal bewustzijn “imagined community”
Socialisatie mbv school, cultuur, feestdagen en “invented traditions”
Andere loyaliteiten overvleugeld (kerk, regio, klasse)
Wel proto-nationale gevoelens noodzakelijk: bv vergelijkbare dialecten, economische
contacten, religie
Staatsvorming
Hoe ontstaan staten?
Moderne staat: resultaat schaalvergroting vanaf 16e/17e eeuw (drijvende krachten:
oorlogen/economische ontwikkelingen)
, Charles Tilly: War made the state and the state made war (staten zijn ontstaan omdat
er oorlog moest worden gevoerd, oorlog is duur en je hebt geld nodig, belasting
heffen, moet efficiënt kunnen, dus je gaat een staat oprichten)
Economische schaalvergroting, versneld in 19e eeuw
Staatsvorming betekent:
Opeisen monopolie op geweld
Opeisen monopolie op belasting
Uitschakeling concurrentie
(Vergelijking EU, “onze wetten zijn belangrijker dan die van jullie”)
Vaststellen van grenzen en inwoners
Depersonaliseren gezag
Homogenisering van macht en regels
Opleggen burgerplichten (dienstplicht)
Staats en natievorming: 3 modellen
1e model: Frankrijk/Spanje
Staatsvormingsproces vanaf 16e/17e eeuw
Vanuit centrum nationaliseren van territorium
Opleggen standaardtaal, regels en cultuur
Onderdrukken regionalisme
Nadruk meer op politiek nationalisme dan op cultureel nationalisme
Franse cultuur was cultuur vanuit Parijs
2e model: Duitsland/Italië
Eerst de natie, dan pas de staat
o Gevoel van nationale identiteit groeit vanaf 1800
o Eenwordingsstreven: laten samenvallen staat en natie
1871 Duitse eenwording
o Allerlei kleine staatjes, waar men een taal sprak die enigszins op elkaar leek,
maar er was nog geen standaard Duits
o Paar intellectuelen gingen schrijven in een soort van standaardtaal, en gingen
nadenken over een Duits “cultuurgebied”
o Gelukt onder leiding van Bismarck
1861-1870 Italiaanse eenwording
o Italië hetzelfde, veel koninkrijken, prinsdommen, vooral vanuit het Noorden
iets meer opgelegd (Sicilië nog steeds niet helemaal lekker bij gaan horen)
3e model Ierland/Noorwegen/Griekenland
Natievorming binnen bestaand rijk
Onafhankelijkheid door afscheiding (Griekenland binnen Ottomaanse rijk, Finland
hoorde bij Rusland, Ierland bij Groot-Brittannië, etc.)
Onafhankelijkheid na desintegratie multinationaal rijk (bijv Tsjechoslowakije,
Bulgarije, Baltische Staten)
Desintegratie van multinationale rijken
o Ottomaanse rijk: 1829-1918
, o Habsburgse rijk: na 1918
o Sovjet-Unie na 1990
o Joegoslavië na 1990
Staten zonder eenduidige natie:
Oostenrijk (wat is de Oostenrijkse taal? Gewoon Duits)
België (Nederlandse taal)
Kosovo (Spreken Albanees)
Natiestaten met minderheden buiten grenzen
Hongarije (grote gemeenschappen tot diep in Roemenië)
Rusland (in Baltische staten, Oekraïne)
Servië (wonen in Bosnië)
Natiestaten met nationale minderheden binnen grenzen (mislukte natievorming)
Spanje (Basken, Catalanen, Galiciërs)
Finland (Zweden, Lappen)
Postkoloniale staat
Vaak lukraak getrokken grenzen (Congres van Berlijn 1885/Scamble for Africa)
Men ging Afrika opdelen alsof het een taart was
Onafhankelijkheid van oude administratieve koloniale eenheden
Bijv Centraal Afrikaanse Republiek (administratief gebied binnen de Franse kolonie)
Pogingen tot natievorming vanuit hoofdstad (meestal aan kust)
Vaak een failed state: kan functies staat niet vervullen (interne
soevereiniteit/geweldsmonopolie/grenzen beschermen)
Nederland rond 1500
Lappendeken van hertogdommen, vrije steden, graafschappen, bisdommen
Nederlandse/Nederduitse dialecten; geen standaardtaal
Handel, visserij en landbouw
Strijd tegen water in Holland/Zeeland (Hoogheemraadschappen)
Door huwelijkspolitiek in handen Habsburgers (Karel V)
Verzet vanuit regio’s tegen centralisatiepolitiek (belastingen)
Populariteit Johannes Calvijn
De Opstand vanaf 1567
Republiek der Verenigde Provinciën
Unie van Utrecht: afscheiding zeven provincies 1579
Er ontstaat een Republiek der verenigde Provinciën. Federalistisch/confederalistisch
(provincies veel eigen macht)
o Confederatie: gedecentraliseerd, overleg regenten over algemeen belang
Om oorlog te kunnen voeren tegen Spanje moesten de regenten toch samenkomen
om te bespreken hoeveel geld daaraan besteed moest worden en wat de strategie
zou zijn
Leger werd geleid door Willem van Oranje, daarna Maurits, daarna Frederik-hendrik
o Maar: geen koningshuis!