Hoorcollege 9 (5-3) Alternatieve en aanvullende verklaringen: Europese
wetenschap en technologie
Wetenschap en Cultuur
Was de 18e-eeuwse doorbraak (overgang op minerale economie) mogelijk zonder wetenschappelijke
kennis en alleen in Europa mogelijk? Sommige historici betogen dat wetenschap en technologie
typisch westers zijn, doorbraak alleen mogelijk in Europa.
- Margaret Jacob -> Westerse cultuur kwam tot uiting in technologie en wetenschap, dus ja de
doorbraak was alleen in Europa mogelijk.
Deel 1: Het Griekse (en Chinese) gedachtegoed
Mens en natuur
- Bezwering van natuurkrachten, god aan natuurkrachten verbinden. Greep krijgen op
onvoorspelbare natuurkrachten.
- Maar ook kennis van natuurverschijnselen:
- Babyloniërs (stand van hemellichamen voorspellen), Maya’s (kalender opstellen),
Polynesiërs (op zee navigeren aan hemelverschijnselen).
- Verklaringsmodellen van de natuur:
- Grieken, vanaf 6e/5e eeuw BCE.
- Chinezen, vanaf 5e eeuw BCE.
Griekse natuurkennis: Athene
- Top-down benadering: intellectuele constructies, eerst een theorie dan naar empirie kijken.
- Eerst uitzetten beginselen die onomstotelijk zijn, vanuit deze beginselen theoretisch
raamwerk opbouwen. Later wordt de theorie aan de werkelijkheid getest. Theorie centraal
ipv werkelijkheid.
- Plato: ideale wereld (theorie) niet-ideale wereld (werkelijkheid). Dus logisch dat theorie en
werkelijkheid niet overeen komen.
- 5 concurrerende scholen: eerste 4 scholen eigen leer, eigen beginselen hinderen uitwisseling van
ideeën.
- Academie van Plato
- Lyceum van Aristoteles
- De Stoa (zuilengalerij)
- De tuin van Epicurus
- Sceptische school van Pyrrho -> mensen niet in staat iets met zekerheid te zeggen.
-> Grote filosofische scholen + Theorieën.
Griekse natuurkennis: Alexandrië
- Stichting door Alexander de Grote (356-323)
- Wetenschapscentrum onder Ptolemaeus I (367-283)
- Mouseion (Muzenhuis) met beroemde bibliotheek, geen afbeeldingen van.
- Nadruk op wiskunde:
- Van belang voor astronomie, landmeetkunde
- Eerder al bij Egyptenaren en Babyloniërs
- Grieken: opstellen van bewijzen (Pythagoras)
, Athene en Alexandrië
- Athene:
- Filosofische benadering van werkelijkheid
- Verklaringen vanuit overkoepelende theorie
- Verschijnselen in onderlinge relatie
- Alexandrië:
- Wiskundige benadering van werkelijkheid
- Beschrijven en bewijzen met getallen
- Geen overkoepelende theorie
- Geen versmelting van deze twee tradities, pas bij geograaf Ptolemaeus in de 2e eeuw.
Griekse kennis
- Einde aan bloeiperiode ca 150 BCE.
- Athene: inhoudelijke stagnatie, geen vooruitgang omdat elke school vasthield aan eigen
invalshoek (sceptici: mensen kunnen niet alles weten).
- Alexandrië: niet langer financiële steun aan Mouseion, behoefte aan kennis minder groot.
- Kennis blijft bewaard: 2 vertaalstromen
- Grieks -> Latijn
- Parafrasering, versimpeling (in Italië)
- 1e eeuw BCE – 6e eeuw CE
- Grieks -Syrisch, Perzisch
- Letterlijker vertaling
- Nestorianen: christelijke minderheidsgroepering in Constantinopel. Worden
vervolgd door onorthodoxe ideeën, trekken naar het oosten, nemen Griekse teksten
mee, deze worden vertaald.
- 4e – 6e eeuw CE.
Chinese natuurkennis
- Ontstaan in laatste eeuwen feodale periode (tijd van de strijdende staten) (tot 221 BCE).
- Poging om hele natuur te beschrijven en in theorie te vatten.
- Synthese in Han-periode (na 1e keizer)
- Streven naar stabiele maatschappelijke orde: laatste eeuwen feodale periode waren alle
vorstendommen in oorlog, bewind 1e keizer zeer bruut.
- Harmonie met kosmos nastreven (fengshui, harmonie met stromingen van de kosmos).
- Waarneming + verzamelen van feiten (empirie).
- Keizerrijk moet harmonie met de kosmos bewaren: Hemels mandaat.
- Verlies van Hemels mandaat bij natuurrampen, noodzakelijk keizer afzetten.
- Bestudering natuurverschijnselen
- In onderlinge samenhang (kosmische orde), Chinezen ontdekken relatie tussen stand van de
maan en getijden.
- Waarneming + verzamelen van feiten (empirie).
- Verschijnselen met elkaar in verband brengen.
- Meer belang voor praktische toepasbaarheid.
Griekse en Chinese kennis
- Hadden allebei kunnen leiden tot moderne natuurwetenschap. Alleen Griekse kennis bereikt dit.
- Doorgroei van kennis alleen door confrontatie met andere culturen en denkbeelden -> essentie van
wetenschappelijke vooruitgang.
wetenschap en technologie
Wetenschap en Cultuur
Was de 18e-eeuwse doorbraak (overgang op minerale economie) mogelijk zonder wetenschappelijke
kennis en alleen in Europa mogelijk? Sommige historici betogen dat wetenschap en technologie
typisch westers zijn, doorbraak alleen mogelijk in Europa.
- Margaret Jacob -> Westerse cultuur kwam tot uiting in technologie en wetenschap, dus ja de
doorbraak was alleen in Europa mogelijk.
Deel 1: Het Griekse (en Chinese) gedachtegoed
Mens en natuur
- Bezwering van natuurkrachten, god aan natuurkrachten verbinden. Greep krijgen op
onvoorspelbare natuurkrachten.
- Maar ook kennis van natuurverschijnselen:
- Babyloniërs (stand van hemellichamen voorspellen), Maya’s (kalender opstellen),
Polynesiërs (op zee navigeren aan hemelverschijnselen).
- Verklaringsmodellen van de natuur:
- Grieken, vanaf 6e/5e eeuw BCE.
- Chinezen, vanaf 5e eeuw BCE.
Griekse natuurkennis: Athene
- Top-down benadering: intellectuele constructies, eerst een theorie dan naar empirie kijken.
- Eerst uitzetten beginselen die onomstotelijk zijn, vanuit deze beginselen theoretisch
raamwerk opbouwen. Later wordt de theorie aan de werkelijkheid getest. Theorie centraal
ipv werkelijkheid.
- Plato: ideale wereld (theorie) niet-ideale wereld (werkelijkheid). Dus logisch dat theorie en
werkelijkheid niet overeen komen.
- 5 concurrerende scholen: eerste 4 scholen eigen leer, eigen beginselen hinderen uitwisseling van
ideeën.
- Academie van Plato
- Lyceum van Aristoteles
- De Stoa (zuilengalerij)
- De tuin van Epicurus
- Sceptische school van Pyrrho -> mensen niet in staat iets met zekerheid te zeggen.
-> Grote filosofische scholen + Theorieën.
Griekse natuurkennis: Alexandrië
- Stichting door Alexander de Grote (356-323)
- Wetenschapscentrum onder Ptolemaeus I (367-283)
- Mouseion (Muzenhuis) met beroemde bibliotheek, geen afbeeldingen van.
- Nadruk op wiskunde:
- Van belang voor astronomie, landmeetkunde
- Eerder al bij Egyptenaren en Babyloniërs
- Grieken: opstellen van bewijzen (Pythagoras)
, Athene en Alexandrië
- Athene:
- Filosofische benadering van werkelijkheid
- Verklaringen vanuit overkoepelende theorie
- Verschijnselen in onderlinge relatie
- Alexandrië:
- Wiskundige benadering van werkelijkheid
- Beschrijven en bewijzen met getallen
- Geen overkoepelende theorie
- Geen versmelting van deze twee tradities, pas bij geograaf Ptolemaeus in de 2e eeuw.
Griekse kennis
- Einde aan bloeiperiode ca 150 BCE.
- Athene: inhoudelijke stagnatie, geen vooruitgang omdat elke school vasthield aan eigen
invalshoek (sceptici: mensen kunnen niet alles weten).
- Alexandrië: niet langer financiële steun aan Mouseion, behoefte aan kennis minder groot.
- Kennis blijft bewaard: 2 vertaalstromen
- Grieks -> Latijn
- Parafrasering, versimpeling (in Italië)
- 1e eeuw BCE – 6e eeuw CE
- Grieks -Syrisch, Perzisch
- Letterlijker vertaling
- Nestorianen: christelijke minderheidsgroepering in Constantinopel. Worden
vervolgd door onorthodoxe ideeën, trekken naar het oosten, nemen Griekse teksten
mee, deze worden vertaald.
- 4e – 6e eeuw CE.
Chinese natuurkennis
- Ontstaan in laatste eeuwen feodale periode (tijd van de strijdende staten) (tot 221 BCE).
- Poging om hele natuur te beschrijven en in theorie te vatten.
- Synthese in Han-periode (na 1e keizer)
- Streven naar stabiele maatschappelijke orde: laatste eeuwen feodale periode waren alle
vorstendommen in oorlog, bewind 1e keizer zeer bruut.
- Harmonie met kosmos nastreven (fengshui, harmonie met stromingen van de kosmos).
- Waarneming + verzamelen van feiten (empirie).
- Keizerrijk moet harmonie met de kosmos bewaren: Hemels mandaat.
- Verlies van Hemels mandaat bij natuurrampen, noodzakelijk keizer afzetten.
- Bestudering natuurverschijnselen
- In onderlinge samenhang (kosmische orde), Chinezen ontdekken relatie tussen stand van de
maan en getijden.
- Waarneming + verzamelen van feiten (empirie).
- Verschijnselen met elkaar in verband brengen.
- Meer belang voor praktische toepasbaarheid.
Griekse en Chinese kennis
- Hadden allebei kunnen leiden tot moderne natuurwetenschap. Alleen Griekse kennis bereikt dit.
- Doorgroei van kennis alleen door confrontatie met andere culturen en denkbeelden -> essentie van
wetenschappelijke vooruitgang.