Hoorcollege 4 (15-2) Het Euraziatische continent: Europa tot 1500
Inleiding
- Europa perifeer en achter periode 500-1500.
- In oosten minachting voor gebrek aan cultuur Europeanen.
- In Europa belangstelling en fascinatie voor het oosten.
- Zeer ongelijke omvang van steden oost en west. In oosten veel grotere steden.
- Pas in de 19e eeuw meer dan een miljoen inwoners in Europese stad.
- Omvang zegt iets over de welvaart.
- Tussen 1000-1500 wordt de achterstand kleiner:
- Diffusie kennis en technologie.
- Veranderingen in Europa zelf.
- Op sommige terreinen zelfs voorsprong: Scheepsbouw en militaire technologie.
Deel 1: Demografische ontwikkelingen
In de 18e eeuw schiet de bevolkingsomvang omhoog. Daarvoor steeds periode van groei, periode van
stagnatie en periode van achteruitgang.
Bevolkingsgroei: 1000-1350
- Bevolkingsdruk op het platteland:
- Ontginningen, minder gunstige grond inzetten.
- Trek naar steden, urbanisatie.
- Ontstaan steden benoorden Alpen.
- Nieuwe bronnen van werkgelegenheid.
- Trek naar andere gebieden: Kolonisatie.
- Ostsiedlung in Slavische gebieden.
- Verovering delen van Spanje op Moslims.
Omslag in de 14e eeuw
- Spanning tussen bevolkingsomvang en bestaansmiddelen door overbevolking.
- Uitbreken van de pest (Zwarte dood) en vervolgepidemieën.
- Verspreidt zich vanuit Zwarte Zeegebied.
Bevolkingsdaling, 1350-1500
- Daling bevolkingsdruk op platteland.
- Wüstungen en Lost Villages -> verlaten dorpen en steden.
- Verminderde trek naar de steden, maar steden verdwijnen niet.
- Terugval kolonisatiebeweging.
- Druk op Oost-Europa en Spanje minder groot.
- West-Europa: Voor overlevenden gunstige periode -> vraag naar arbeid en lonen omhoog,
voedselprijzen omlaag.
- Golden Age of Labour.
- Oost-Europa: Lijfeigenschap/grondgebondenheid door schaarste aan arbeiders, duurt tot de 19 e
eeuw.
- Landheren hebben de mogelijkheid arbeiders aan de grond te binden.
Inleiding
- Europa perifeer en achter periode 500-1500.
- In oosten minachting voor gebrek aan cultuur Europeanen.
- In Europa belangstelling en fascinatie voor het oosten.
- Zeer ongelijke omvang van steden oost en west. In oosten veel grotere steden.
- Pas in de 19e eeuw meer dan een miljoen inwoners in Europese stad.
- Omvang zegt iets over de welvaart.
- Tussen 1000-1500 wordt de achterstand kleiner:
- Diffusie kennis en technologie.
- Veranderingen in Europa zelf.
- Op sommige terreinen zelfs voorsprong: Scheepsbouw en militaire technologie.
Deel 1: Demografische ontwikkelingen
In de 18e eeuw schiet de bevolkingsomvang omhoog. Daarvoor steeds periode van groei, periode van
stagnatie en periode van achteruitgang.
Bevolkingsgroei: 1000-1350
- Bevolkingsdruk op het platteland:
- Ontginningen, minder gunstige grond inzetten.
- Trek naar steden, urbanisatie.
- Ontstaan steden benoorden Alpen.
- Nieuwe bronnen van werkgelegenheid.
- Trek naar andere gebieden: Kolonisatie.
- Ostsiedlung in Slavische gebieden.
- Verovering delen van Spanje op Moslims.
Omslag in de 14e eeuw
- Spanning tussen bevolkingsomvang en bestaansmiddelen door overbevolking.
- Uitbreken van de pest (Zwarte dood) en vervolgepidemieën.
- Verspreidt zich vanuit Zwarte Zeegebied.
Bevolkingsdaling, 1350-1500
- Daling bevolkingsdruk op platteland.
- Wüstungen en Lost Villages -> verlaten dorpen en steden.
- Verminderde trek naar de steden, maar steden verdwijnen niet.
- Terugval kolonisatiebeweging.
- Druk op Oost-Europa en Spanje minder groot.
- West-Europa: Voor overlevenden gunstige periode -> vraag naar arbeid en lonen omhoog,
voedselprijzen omlaag.
- Golden Age of Labour.
- Oost-Europa: Lijfeigenschap/grondgebondenheid door schaarste aan arbeiders, duurt tot de 19 e
eeuw.
- Landheren hebben de mogelijkheid arbeiders aan de grond te binden.