Hoorcollege 1 (5-2): Europa in mondiaal perspectief
Deel 1: Thema van de collegereeks: de wording van de moderne wereld, 1000-
2000
Centrale thema
- Ongelijkheid, macht en welvaart in de huidige wereld, te zien aan BBP.
- Verklaringen westerse dominantie en wanneer ontstaan? Geen algemeen antwoord, welke factoren
zijn belangrijk?
- Mondiale welvaart en macht.
- Zal omslag komen? Aziatische grootmachten in opkomst.
- Europese taal en jaartelling standaard geworden.
- Ghandi -> Statement door traditionele kleding te dragen op conferentie in Londen; niet aanpassen
aan westerse gebruiken.
- Kaarten -> Europa centrum van de wereld, echter afhankelijk van de kaart die gebruikt wordt
(Mercatorprojectie).
Bestaande verklaringen
- Raciale superioriteit (19e eeuw):
- Ondersteund door sociaal-darwinisme. Menselijke rassen ook aan natuurlijke selectie
onderhevig -> witte superioriteit.
- In diskrediet door WO II, maar niet verdwenen.
- Westerse/witte/Kaukasische ras superieur -> vertaalt zich in dominantie.
- Culturele superioriteit:
- Christendom: Enige echte ware God, steun en in staat te domineren en plicht tot bekeren,
alle monotheïstische godsdiensten.
- Individualisme in plaats van ondergeschiktheid.
- Democratie in plaats van despotisme.
- Eigendomsrechten in plaats van willekeur en banditisme.
- Problemen:
- Soms empirisch onhoudbaar (ras) -> rassen bestaan niet in het denkpatroon.
- Huidskleur kenmerken aan vastplakken, kan niet want bestaan veel variatie binnen
groepen.
- Methodisch onbevredigend -> democratie meeste rijke landen, democratie ontwikkeld in
Athene (Europa), rijk.
- Willekeurig, betekenis democratie was in de oudheid anders dan nu. Daarnaast zijn
er ook arme landen met democratie en rijke landen zonder democratie.
- Europese ontwikkelingen te veel in isolement gezien: Eurocentrisme. Interactie is een
basiskenmerk van de samenleving.
Alternatieve verklaringen
- Exogene factoren:
- Geografie en ecologie.
- Interactie en diffusie van innovaties.
- Toeval (onbedoelde gevolgen).
Deel 1: Thema van de collegereeks: de wording van de moderne wereld, 1000-
2000
Centrale thema
- Ongelijkheid, macht en welvaart in de huidige wereld, te zien aan BBP.
- Verklaringen westerse dominantie en wanneer ontstaan? Geen algemeen antwoord, welke factoren
zijn belangrijk?
- Mondiale welvaart en macht.
- Zal omslag komen? Aziatische grootmachten in opkomst.
- Europese taal en jaartelling standaard geworden.
- Ghandi -> Statement door traditionele kleding te dragen op conferentie in Londen; niet aanpassen
aan westerse gebruiken.
- Kaarten -> Europa centrum van de wereld, echter afhankelijk van de kaart die gebruikt wordt
(Mercatorprojectie).
Bestaande verklaringen
- Raciale superioriteit (19e eeuw):
- Ondersteund door sociaal-darwinisme. Menselijke rassen ook aan natuurlijke selectie
onderhevig -> witte superioriteit.
- In diskrediet door WO II, maar niet verdwenen.
- Westerse/witte/Kaukasische ras superieur -> vertaalt zich in dominantie.
- Culturele superioriteit:
- Christendom: Enige echte ware God, steun en in staat te domineren en plicht tot bekeren,
alle monotheïstische godsdiensten.
- Individualisme in plaats van ondergeschiktheid.
- Democratie in plaats van despotisme.
- Eigendomsrechten in plaats van willekeur en banditisme.
- Problemen:
- Soms empirisch onhoudbaar (ras) -> rassen bestaan niet in het denkpatroon.
- Huidskleur kenmerken aan vastplakken, kan niet want bestaan veel variatie binnen
groepen.
- Methodisch onbevredigend -> democratie meeste rijke landen, democratie ontwikkeld in
Athene (Europa), rijk.
- Willekeurig, betekenis democratie was in de oudheid anders dan nu. Daarnaast zijn
er ook arme landen met democratie en rijke landen zonder democratie.
- Europese ontwikkelingen te veel in isolement gezien: Eurocentrisme. Interactie is een
basiskenmerk van de samenleving.
Alternatieve verklaringen
- Exogene factoren:
- Geografie en ecologie.
- Interactie en diffusie van innovaties.
- Toeval (onbedoelde gevolgen).