Renaissance
Aanvankelijk vooral in Italië, begon hier in de 14 e eeuw, verspreidde zich over Europa, in Italië maken
steden economische groei door, elite laat zich inspireren door klassieke auteurs.
Translatio, imitatio, aemulatio: Vernieuwend zijn, door conservatief te zijn.
Humanisme: Intellectuele fundament van de Renaissance. Teksten uit de klassieke oudheid dienen
als inspiratiebron voor de huidige tijd. Geschiedenis herhaalt zich, dus leren van vroeger en
voorbereiden. Geen beweging met antireligieuze doelen, zochten nieuwe inspiratie voor het
christendom in de oudheid. Educatie cruciaal om kennis te verspreiden. Boekdrukkunst helpt op
humanistische idealen te verspreiden.
- Waarom ontstond de Renaissance in Italië?
- Behoefte aan nieuwe bloei en versterking zelfbeeld door elite in stadstaten.
- Competitie stadstaten; kunstpatronage. Renaissance bijna onmogelijk zonder geld en
ambitie rijke families, kunstenaars konden kunst alleen maken door opdrachten en geld van
rijke families.
- De inname van Constantinopel (1453) door Ottomaanse legers. Uittocht christelijke
geleerden die klassieke teksten meenemen -> stimuleert Griekse studie.
- Infrastructuur, makkelijke verspreiding kennis en nieuwe kunst.
- Wat betekende de Renaissance voor de niet-elite?
- Niet of nauwelijks Renaissance voor gewone mensen.
- Publieke kunst en gebouwen maken nieuwe kunstvormen ook toegankelijk voor de grote
massa.
- Openbaar vertoon weerspiegelt nieuwe idealen van de stadselite.
- Boeken en gedrukte afbeeldingen bereiken breder publiek.
Renaissance kunst: Architectuur blikte terug op de Klassieke Oudheid. Schilderkunst beïnvloed door
neo-platonisme. Schoonheid van de ziel door fantasie verbeelden. Schoonheid op realistische manier
weergeven, gebruik van perspectief
- Wanneer en waarom eindigde de Renaissance?
- Einde 15e eeuw verzwakten de Italiaanse stadsstate politiek en economisch.
(Contra) Reformatie
- Katholicisme anno 1500:
- De Bijbel is het woord van God.
- Drie-eenheid God, Jezus en Heilige Geest.
- Heiligen vervullen bemiddelende rol tussen God en gelovigen.
- 7 Sacramenten.
- Eucharistie: Brood en wijn in lichaam en bloed Jezus laten veranderen
(transsubstantiatie).
- Kerk als instituut, heilig en hiërarchisch in opbouw.
- Waarom kwam het tot een scheuring in de 16 e eeuw?
- Katholieke kerk in middeleeuwen weggedreven van principes:
- Corruptie en misstanden. Maarten Luther kaart misstanden aan en krijgt steun.
- Paus heeft een geloofwaardigheidsprobleem, belangenconflict binnen de kerk deed aanzien
paus geen goed.
- 15e-eeuwse conciliaire beweging die doelde op minder macht van de paus.
- De ‘emancipatie van leken’ tijdens de 15 e eeuw -> voedingsbodem hervormingen.
, - Absenteïsme en tekort aan priesters.
- Kerkelijkheid combineert baantjes, zorgt voor afwezigheid. Meer onafhankelijkheid
van christenen door zelf geloof knutselen.
- Aflatenhandel en de theorie van het vagevuur komen onder druk.
Het Grote Schisma (1378-14147): Machtsconflict tussen koning van Frankrijk en de paus om
aanwijzen van bisschoppen. Clement V verplaatst het pausdom naar Avignon, pausen onder directe
invloed van Franse koning. Er is een moment waarop 2 mannen aanspraak doen op de titel van paus.
Om het probleem op te lossen wordt er een andere paus gekozen, nu 3 mannen die aanspraak doen.
In deze periode kunnen seculiere vorsten kun macht vergroten.
- De eerste Reformatie (Maarten Luther)
- Kritiek op aflaathandel en naar zeggen 95 stellingen op de kerk van Wittenberg genageld.
- Hervormingsprogramma:
- Rechtvaardiging door alleen het geloof (Sola Fide).
- Bijbel enige richtsnoer (Sola Scriptura).
- Geen bemiddelende rol van priesters; Priesterschap van alle gelovigen.
- Ontkenning transsubstantiatie.
- Afwijzing celibaat.
- Eerste stappen naar scheuring binnen de kerk.
- Handig ingespeeld op nieuwe media zoals boekdrukkunst.
- De tweede Reformatie (Johannes Calvijn)
- Ontwikkelt in Genève nieuw hervormingsprogramma dat militanter is dan dat van Luther.
- Predestinatieleer.
- Geen afbeeldingen, alleen het woord van God.
- Strakke organisatie met strenge discipline en tucht.
- Ondergronds gaan geoorloofd indien vervolging door overheid.
- Handig ingespeeld op nieuwe media zoals boekdrukkunst.
- Contrareformatie
- Traditionele en conservatieve Reformatie. Tegenreactie op de hervormingen.
- Repressie en onderdrukking ketterij, Inquisitie en nieuwe wetgeving.
- Censuur op protestantse publicaties. (Index librorum met verboden boeken).
- 1545 Concilie van Trente: Kerkvergadering.
- 1563 beëindigd met tegenoffensief.
- Katholieke doctrines aangescherpt -> Tridenteins katholicisme.
- Verbeterde organisatie kerk en beter opleiden geestelijken.
- Nieuwe militante religieuze ordes (Jezuïeten).
- Nieuwe vorm van grootse meeslepende kunst -> Barok.
- Verspreiding van protestantse Reformaties
- Religie verweven met politieke en economische netwerken.
- Veel aanhang in verstedelijkte gebieden.
Godsdienstoorlogen
- De Nederlanden (1568-1648)
- Onderdeel Habsburgse Rijk.
- Filips II wil katholieke eenheid met geweld verdedigen om aantasting gezag te voorkomen.
- Nederlanden flink verstedelijkt gebied. Katholieke koers valt niet in goede aarde.
- Verstedelijkte gebieden voedingsbodem voor Reformatie -> ontstaan ondergrondse
protestantse cellen, vooral calvinisten. Nederlandse reformatie bottom-up.
- Karel V probeerde protestantisme tegen te gaan, alsnog groei protestantisme.