College antibiotica resistentie
Vormen van bacteriën…
Kokken = zijn rond
Diplococci = komen in paren voor
Streptococci = komen in ketens voor
Stafilokokken = komen in clusters voor
Bacillen = staafvormig
Vibrio’s = kommavormig
Spirochetes = spiraalgevormende
Gramkleuring doe je niet alleen om onderscheidt te kunnen maken tussen gram-positief en gram-
negatief maar ook om verschillende vormen te kunnen herkennen.
Peptidoglycan = opgebouwd uit ketens van disachariden N- acetylglucosamine (NAG) en N-acetyl
muraamic acid (NAM). Deze zijn gekoppeld in lange ketens, meerdere ketens zijn verbonden met
elkaar door peptide ketens. Hierdoor ontstaat er een heel sterk netwerk van ketens die stevigheid en
vorm geven aan de bacterie.
Synthese peptidoglycanlaag de subunits disachariden worden in het cytoplasma gevormd en daar
worden de eenheden ook al aan elkaar gekoppeld samen met een keten van aminozuren. Zo’n
, eenheid wordt over het membraan heen getransporteerd naar buiten toe. Buiten worden die
eenheden getransglycoliseerd, de eenheden worden dus aan elkaar gevormd. De lagen van de
peptidoglycaan strengen moeten dan nog aan elkaar gekoppeld worden met de peptide keten, dit
gebeurt door enzymen met een transpeptidase activiteit. Het zijn pecilline bindende eiwitten (PBPs).
- Grampositief = bevatten lipoteichonic zuren en teichonic zuren die aan de buitenkant zitten
van een bacterie cel, gram negatieve bacteriën bevatten deze niet. Het zijn dus
herkenningspunten van het immuunsysteem maar zijn ook belangrijke virulentie factoren.
- Gram-negatief = niet alleen een cytoplasmembraan en peptidoglycaan laag (dunner dan
positeve bacteriën) maar er is ook een tweede buitenmembraan. Het buitenmembraan is
anders opgebouwd dan andere membranen die we kennen, het is namelijk geen dubbele
fosfolipiden laag. Aan de ene kant bestaat het uit fosfolipiden maar aan de andere kant
bestaat het hoofdzakelijk uit lipopolysachariden (LPS). LPS is uniek voor gram-negatieve
bacteriën. De peptidoglycaan laag ligt in de periplastische ruimte, hier liggen heel veel
enzymen die antibiotica kunnen hydrolyseren maar ook gewoon macromoleculen kunnen
hydrolyseren.
LPS structuur opbouw = meest buitenste zijde van de LPS is het O-atigen. Het O-
antigen kan gebruikt worden voor serotypering omdat het herkent wordt door ons
immuunsysteem. Iedere stam bacterie heeft een ander O-antigen. Dan is er een kern
polysachariden. Ook bezit het binnenstegedeelte het lipide A-gedeelte dat
verankerd zit in het buitenmembraan. Het lipide A deel zorgt ook voor een
endotoxische activiteit, dit betekent dat het een sterke immuunstimulator is. Het
wordt namelijk herkent door de tollaacreceptor 4, als deze receptor wordt
geactiveerd door LPS ontstaat een inflammatoire immuunrespons van o.a. cytokines.
Vormen van bacteriën…
Kokken = zijn rond
Diplococci = komen in paren voor
Streptococci = komen in ketens voor
Stafilokokken = komen in clusters voor
Bacillen = staafvormig
Vibrio’s = kommavormig
Spirochetes = spiraalgevormende
Gramkleuring doe je niet alleen om onderscheidt te kunnen maken tussen gram-positief en gram-
negatief maar ook om verschillende vormen te kunnen herkennen.
Peptidoglycan = opgebouwd uit ketens van disachariden N- acetylglucosamine (NAG) en N-acetyl
muraamic acid (NAM). Deze zijn gekoppeld in lange ketens, meerdere ketens zijn verbonden met
elkaar door peptide ketens. Hierdoor ontstaat er een heel sterk netwerk van ketens die stevigheid en
vorm geven aan de bacterie.
Synthese peptidoglycanlaag de subunits disachariden worden in het cytoplasma gevormd en daar
worden de eenheden ook al aan elkaar gekoppeld samen met een keten van aminozuren. Zo’n
, eenheid wordt over het membraan heen getransporteerd naar buiten toe. Buiten worden die
eenheden getransglycoliseerd, de eenheden worden dus aan elkaar gevormd. De lagen van de
peptidoglycaan strengen moeten dan nog aan elkaar gekoppeld worden met de peptide keten, dit
gebeurt door enzymen met een transpeptidase activiteit. Het zijn pecilline bindende eiwitten (PBPs).
- Grampositief = bevatten lipoteichonic zuren en teichonic zuren die aan de buitenkant zitten
van een bacterie cel, gram negatieve bacteriën bevatten deze niet. Het zijn dus
herkenningspunten van het immuunsysteem maar zijn ook belangrijke virulentie factoren.
- Gram-negatief = niet alleen een cytoplasmembraan en peptidoglycaan laag (dunner dan
positeve bacteriën) maar er is ook een tweede buitenmembraan. Het buitenmembraan is
anders opgebouwd dan andere membranen die we kennen, het is namelijk geen dubbele
fosfolipiden laag. Aan de ene kant bestaat het uit fosfolipiden maar aan de andere kant
bestaat het hoofdzakelijk uit lipopolysachariden (LPS). LPS is uniek voor gram-negatieve
bacteriën. De peptidoglycaan laag ligt in de periplastische ruimte, hier liggen heel veel
enzymen die antibiotica kunnen hydrolyseren maar ook gewoon macromoleculen kunnen
hydrolyseren.
LPS structuur opbouw = meest buitenste zijde van de LPS is het O-atigen. Het O-
antigen kan gebruikt worden voor serotypering omdat het herkent wordt door ons
immuunsysteem. Iedere stam bacterie heeft een ander O-antigen. Dan is er een kern
polysachariden. Ook bezit het binnenstegedeelte het lipide A-gedeelte dat
verankerd zit in het buitenmembraan. Het lipide A deel zorgt ook voor een
endotoxische activiteit, dit betekent dat het een sterke immuunstimulator is. Het
wordt namelijk herkent door de tollaacreceptor 4, als deze receptor wordt
geactiveerd door LPS ontstaat een inflammatoire immuunrespons van o.a. cytokines.