Universiteit Leiden – Bachelorjaar 3
Samenvatting hoorcolleges
Inhoud
Week 1 Algemene inleiding o.a. beginselen, rechterlijke bevoegdheid en
dagvaarding & verzoekschrift................................................................................. 2
Inleiding in burgerlijk procesrecht....................................................................3
Procedures in het Nederlands Procesrecht.......................................................4
De Bevoegdheid van de Burgerlijke Rechter....................................................5
Bevoegdheid van de Rechtbank.......................................................................6
Week 2 I De dagvaarding en verzoekschriftprocedures..........................................7
Dagvaarding..................................................................................................... 7
Inhoudelijke Aspecten...................................................................................... 7
Termijn van de Dagvaarding............................................................................. 8
Betekening van de Dagvaarding......................................................................8
Conclusie van Antwoord................................................................................... 9
Week 3 I Verloop en complicaties dagvaardings- en verzoekschriftprocedure;
voorlopige voorziening......................................................................................... 10
Conclusie van antwoord................................................................................. 10
Basismodel Contradictoire Procedure.............................................................11
Wijziging van de Eis....................................................................................... 12
Eis in Reconventie.......................................................................................... 12
Eindbeslissing................................................................................................. 13
Incidenten...................................................................................................... 14
Vrijwaring (artikel 210 Rv).............................................................................. 14
Verhouding Rechter en Procespartijen...........................................................14
Week 4 Bewijsrecht.............................................................................................. 15
Bewijsrecht: Algemeen................................................................................... 15
Bewijslast (artikel 150 Rv).............................................................................. 16
Vrije Bewijsleer............................................................................................... 16
Getuigenbewijs (artikelen 163-185 Rv)..........................................................16
Deskundigenbericht....................................................................................... 17
Schriftelijk bewijs........................................................................................... 18
Voorlopige bewijslevering............................................................................... 18
Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht......................................18
,Week 5 Uitspraken en rechtsmiddelen, bijzondere procedures, particuliere
rechtsgangen........................................................................................................ 19
Verzet: Algemeen........................................................................................... 19
Verzet: de termijn........................................................................................... 20
Vonnis............................................................................................................ 20
Eindvonnis...................................................................................................... 21
Tussenvonnis (artikel 232 Rv).........................................................................21
Hoger Beroep: Algemeen............................................................................... 23
Appellabiliteit en Appeltermijn.......................................................................23
Deelvonnis..................................................................................................... 25
Begrippenlijst................................................................................................. 26
Week 6 Conservatie- en executierecht, Nederlandse procedures van Europese
afkomst................................................................................................................. 28
Gezag van gewijsde (artikel 236 Rv)..............................................................28
Beslag algemeen............................................................................................ 29
Executie......................................................................................................... 30
Week 1 Algemene inleiding o.a. beginselen,
rechterlijke bevoegdheid en dagvaarding &
verzoekschrift
,Inleiding in burgerlijk procesrecht
Het Burgerlijk Procesrecht: Waarom Bestaat Het?
Het materiële recht vertegenwoordigt de ideeën en principes die ten grondslag
liggen aan onze wetgeving, terwijl het formele recht zorgt voor de uitvoering en
handhaving van deze ideeën. Om een soepel verloop van deze processen te
waarborgen, is een goed systeem essentieel. Hoewel het onderwerp misschien
als saai wordt ervaren, wordt de betekenis ervan pas echt duidelijk wanneer het
in de praktijk komt. Een goede kennis van het burgerlijk procesrecht is cruciaal,
vooral voor het tentamen; wie het boek niet leest, kan zich in de problemen
werken.
Diverse functies van het burgerlijk procesrecht zijn te onderscheiden, waaronder:
Het verwezenlijken van aanspraken op basis van het materiële
recht. Een voorbeeld hiervan is artikel 111 lid 2 sub d Rv, dat de
dagvaarding regelt. Dit artikel illustreert de duidelijke verbinding tussen de
rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek.
Het voorkomen van eigenrichting. Zonder een goed systeem kan er
chaos ontstaan in de maatschappij. Hoewel er af en toe kleine gevallen
van eigenrichting plaatsvinden, is het belangrijk dat er een structurele
aanpak is.
Het belang van het burgerlijk procesrecht in de praktijk is aanzienlijk. Enkele
voorbeelden zijn:
1. Het leggen van beslag
2. Het starten van een procedure
3. Het verloop van het proces (bijvoorbeeld verweren, inschakeling van
deskundigen, kansen inschatten)
4. Het executeren van een vonnis
5. Het instellen van hoger beroep of cassatie
6. Het inschatten van kansen (de rol van artikel 237 Rv is hierbij van
belang; dit artikel behandelt de proceskosten en de verdeling ervan. Zelfs
als je wint, ben je verplicht een deel van de kosten te betalen. Dit kan voor
sommige partijen een te hoge drempel vormen.)
De Hoge Raad doet zijn uitspraken op vrijdagen, waarbij de civiele zaken om
10.00 uur worden behandeld.
, Procedures in het Nederlands Procesrecht
Het Nederlands procesrecht kent twee hoofdcategorieën van procedures: de
dagvaardingsprocedures en de verzoekschriftprocedures.
Dagvaardingsprocedures beginnen met een dagvaarding en zijn typisch voor
klassieke handelsgeschillen of (harde) vermogensrechtelijke geschillen tussen
partijen. Enkele voorbeelden van situaties waarin deze procedures worden
toegepast zijn:
Wanprestatie (artikel 6:74 BW)
Onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW)
Verzoekschriftprocedures, daarentegen, starten met een verzoekschrift en
komen voornamelijk voor in toezichthoudende situaties, zoals in het personen- en
familierecht (PFE) en het faillissementsrecht. Voorbeelden van gevallen waarbij
verzoekschriftprocedures worden gebruikt zijn:
Benoeming van een voogd (artikel 1:295 BW)
Echtscheiding (artikel 1:150 BW)
Adoptie (artikel 1:227 lid 2 BW)
Er zijn enkele belangrijke verschillen tussen dagvaardings- en
verzoekschriftprocedures:
1. Rechtsingang: Een dagvaardingsprocedure begint met een dagvaarding
(D), terwijl een verzoekschriftprocedure begint met een verzoekschrift (V).
2. Bevoegde rechter: In een dagvaardingsprocedure is de bevoegde rechter
de rechter in de woonplaats van de gedaagde (D), terwijl in een
verzoekschriftprocedure de rechter in de woonplaats van de verzoeker (V)
bevoegd is.
3. Procesverloop: In een dagvaardingsprocedure is de procedure gericht en
betekend aan de gedaagde (D), terwijl in een verzoekschriftprocedure het
verzoekschrift wordt ingediend ter griffie ten behoeve van de rechter (V).
4. Uitspraak: De uitspraak in een dagvaardingsprocedure is een vonnis (D),
terwijl deze in een verzoekschriftprocedure een beschikking (V) is.
Welke Procedure is aan de Orde?
Bij de keuze van de juiste procedure is het belangrijk om te kijken naar de
relevante artikelen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Artikel 78 Rv stelt dat een procedure kan worden gestart "op vordering van" of
"op eis van" een partij. Dit geeft aan dat de procedure gericht is op een
rechtsvordering die door een eiser wordt ingediend.
In tegenstelling tot de dagvaardingsprocedure is er ook de
verzoekschriftprocedure, zoals aangegeven in Artikel 261 Rv. Deze
procedure vloeit voort uit de wet en kan worden herkend aan de bewoordingen