1. Nearly all of us are feeling down: The epidemiology of depression and psychological
theories.
Abramson, L. Y., Alloy, L. B., Hankin, B. L., Haeffel, G. J., MacCoon, D. G., & Gibb, B. E. (2002).
Cognitive vulnerability-stress models of depression in self-regulatory and psychobiological context.
In I. H. Gotlib & C. Hammen (Eds.) (Ed.), Handbook of depression (pp. 268–279). Guilford.
Vroeger werd depressie verwaarloosd, maar sinds 1970 meer onderzoek en begon meer nadruk te
komen op cognitieve processen in etiologie, behoud en behandeling van depressie. Er waren twee
ontwikkelingen bij cognitive approach:
- Aaron Beck verliet de psychoanalystische deel van depressie en begon met ontwikkelen van een
cognitieve theorie die de negatieve automatische gedachten benadrukte dat een trigger lijkt te
zijn voor depressieve symptomen bij zijn cliënten.
- Martin Seligman formuleerde zijn theorie van learned helplessness en depressie, gebaseerd op
laboratory onderzoek over de schadelijke effecten van uncontrollable, aversive events. Zoals Beck,
benadrukte Seligman dat maladaptive cognities, zoals pervasive verwachtingen van geen controle
over events depressieve symptomen konden voorspellen.
Deze twee cognitieve theorieën zorgden voor een explosie van onderzoek over depressie.
Dykman en Abramson kwamen met de krachten die impact hadden op cognitieve approaches voor
depressie:
- Opkomst van information-processing approaches in general en studie van social cognition vooral
gaven een basis science foundation voor een cognitieve approach voor depressie.
- Basis onderzoekers lieten zien dat cognitieve processen emotionele reacties mediëren met de
specifieke inhoud van gedachten die specifieke emotionele reacties produceren.
- Veel onderzoekers kwamen los van de psychoanalytische approach voor depressie, deels doordat
het niet testbaar leek. De cognitieve theorieën van Seligman en Beck leken juist aantrekkelijk door
hun testbaarheid.
- Mensen begonnen te twijfelen over de adequaatheid van pure gedragsaccounts van meerdere
psychologische fenomenen
Two cognitive theories of depression: hopelessness theory and Beck’s theory
Sommige mensen zijn wel kwetsbaar voor depressie en anderen niet. Beck stelt dat dit komt door de
interpretatie die mensen geven aan hun ervaringen invloed heeft op wel/geen depressie krijgen.
Effectiviteit van cognitieve therapie voor depressie geeft hier bewijs voor.
Hopelessness theory
Volgens deze theorie is de verwachting dat erg
gewenste uitkomsten niet zullen plaatsvinden
of dat erg aversieve uitkomsten zullen
plaatsvinden en dat iemand deze situatie niet
kan veranderen (hopelessness) en kan zorgen
voor depressieve symptomen, vooral de
hypothesized syndroom van hopelessness
depression (HD). Symptomen van HD are
hypothesized to include sadness, retarded
initiation of voluntary responses, suïcidaliteit, lage energie, apathie, psychomotor retardation, slaap
problemen, slechte concentratie en mood-exacerbated negatieve cognities.
1
, Hoe een persoon hopeless wordt en HD symptomen ontwikkelt: zoals te zien in figuur 11.1 zijn
negatieve life events occasion setters voor mensen om hopeloos te worden. Maar het verband
tussen negatieve life events en depressie is imperfect: niet alle mensen worden depressief wanneer
ze geconfronteerd worden met negatieve life events. Volgens hopelessness theorie zijn er drie
soorten interferences die bijdragen aan ontwikkeling van hopeloosheid en daarna depressieve
symptomen: causal attributions, inferred consequences en inferred karakteristieken over de zelf. Dus
hopeloosheid en depressieve symptomen zullen waarschijnlijk plaatsvinden wanneer negatieve life
events:
- Toegeschreven zijn aan stabiele (blijven over tijd), globale (waarschijnlijk dat het meerdere
gebieden van het leven beïnvloed) oorzaken die gezien worden als belangrijk
- Het leidt tot andere negatieve consequenties
- Geïnterpreteerd als dat de persoon niet waardig is of gebrekkig. Wanneer causal attribution
voor een negatieve event internal, stable en globaal is, zal hopelessness samengaan met lagere
levels self-esteem en afhankelijkheid en met andere symptomen van HD.
Bijvoorbeeld student faalt bij een toets depressie wanneer het falen komt door lage intelligentie,
zal haar belemmeren om naar medical school te gaan en betekent dat ze waardeloos is. Wanner een
andere student zelfde test faalt zal beschermd worden tegen depressie wanneer deze gelooft dat het
falen komt door niet genoeg te studeren, zal motiveren om beter te doen volgende keer en geen
implicaties heeft voor self-worth.
Bij hopelessness theory zijn informational cues in de situatie (consensus, consistency en
distinctiveness informatie) en individuele verschillen in cognitieve style die invloed hebben op de
inhoud van mensen hun conclusies over oorzaak, consequentie en zelf wanneer negatieve life events
plaatsvinden. Mensen die een algemene stijl hebben om negatieve events toe te schrijven aan
stabiele en globale oorzaken, dat negatieve events zullen leiden voor verdere negatieve
consequenties en het concluderen dat het plaatsvinden van negatieve events betekent dat ze
gebrekkig zijn of waardeloos, grotere kans hebben op het maken van deze depressogenic
conclusies over een negatieve event dan een persoon die deze cognitieve style niet heeft. In
absentie van negatieve life events, zouden mensen die depressogenic inferential stijl niet een
grotere kans hebben op hopelessness te ontwikkelen en daarmee depressieve symptomen dan
mensen die deze style niet hebben. Aspect van de theorie is een cognitieve vulnerability-stress
component: negatieve cognitieve styles zijn de cognitieve kwetsbaarheid en negatieve life events zijn
de stress. Een cognitieve kwetsbaarheid met een bepaalde inhoud geeft een specifieke
kwetsbaarheid wanneer een persoon geconfronteerd wordt met negatieve events in hetzelfde
domein (bijvoorbeeld social rejection wanneer je een cognitieve kwetsbaarheid hebt voor social
rejection en dit dan meemaakt, heb je een grotere kans op een depressie).
Additionele environmental factoren zijn ook hypothesized om de cognitieve vulnerability-stress
interactie te modereren. Veel bewijs voor dat social support depressie buffert wanneer mensen
stressvolle life events ervaren. Material, emotional en informationele support van anderen kan
bufferen tegen depressie door het voorkomen van ontwikkeling van hopelessness. Andere mensen
kunnen adaptive inferential feedback
geven die vriendelijke in plaats van
depressogenic inferences promoten over
de oorzaak, consequenties en betekenis
van negatieve events.
Beck’s theory
2
theories.
Abramson, L. Y., Alloy, L. B., Hankin, B. L., Haeffel, G. J., MacCoon, D. G., & Gibb, B. E. (2002).
Cognitive vulnerability-stress models of depression in self-regulatory and psychobiological context.
In I. H. Gotlib & C. Hammen (Eds.) (Ed.), Handbook of depression (pp. 268–279). Guilford.
Vroeger werd depressie verwaarloosd, maar sinds 1970 meer onderzoek en begon meer nadruk te
komen op cognitieve processen in etiologie, behoud en behandeling van depressie. Er waren twee
ontwikkelingen bij cognitive approach:
- Aaron Beck verliet de psychoanalystische deel van depressie en begon met ontwikkelen van een
cognitieve theorie die de negatieve automatische gedachten benadrukte dat een trigger lijkt te
zijn voor depressieve symptomen bij zijn cliënten.
- Martin Seligman formuleerde zijn theorie van learned helplessness en depressie, gebaseerd op
laboratory onderzoek over de schadelijke effecten van uncontrollable, aversive events. Zoals Beck,
benadrukte Seligman dat maladaptive cognities, zoals pervasive verwachtingen van geen controle
over events depressieve symptomen konden voorspellen.
Deze twee cognitieve theorieën zorgden voor een explosie van onderzoek over depressie.
Dykman en Abramson kwamen met de krachten die impact hadden op cognitieve approaches voor
depressie:
- Opkomst van information-processing approaches in general en studie van social cognition vooral
gaven een basis science foundation voor een cognitieve approach voor depressie.
- Basis onderzoekers lieten zien dat cognitieve processen emotionele reacties mediëren met de
specifieke inhoud van gedachten die specifieke emotionele reacties produceren.
- Veel onderzoekers kwamen los van de psychoanalytische approach voor depressie, deels doordat
het niet testbaar leek. De cognitieve theorieën van Seligman en Beck leken juist aantrekkelijk door
hun testbaarheid.
- Mensen begonnen te twijfelen over de adequaatheid van pure gedragsaccounts van meerdere
psychologische fenomenen
Two cognitive theories of depression: hopelessness theory and Beck’s theory
Sommige mensen zijn wel kwetsbaar voor depressie en anderen niet. Beck stelt dat dit komt door de
interpretatie die mensen geven aan hun ervaringen invloed heeft op wel/geen depressie krijgen.
Effectiviteit van cognitieve therapie voor depressie geeft hier bewijs voor.
Hopelessness theory
Volgens deze theorie is de verwachting dat erg
gewenste uitkomsten niet zullen plaatsvinden
of dat erg aversieve uitkomsten zullen
plaatsvinden en dat iemand deze situatie niet
kan veranderen (hopelessness) en kan zorgen
voor depressieve symptomen, vooral de
hypothesized syndroom van hopelessness
depression (HD). Symptomen van HD are
hypothesized to include sadness, retarded
initiation of voluntary responses, suïcidaliteit, lage energie, apathie, psychomotor retardation, slaap
problemen, slechte concentratie en mood-exacerbated negatieve cognities.
1
, Hoe een persoon hopeless wordt en HD symptomen ontwikkelt: zoals te zien in figuur 11.1 zijn
negatieve life events occasion setters voor mensen om hopeloos te worden. Maar het verband
tussen negatieve life events en depressie is imperfect: niet alle mensen worden depressief wanneer
ze geconfronteerd worden met negatieve life events. Volgens hopelessness theorie zijn er drie
soorten interferences die bijdragen aan ontwikkeling van hopeloosheid en daarna depressieve
symptomen: causal attributions, inferred consequences en inferred karakteristieken over de zelf. Dus
hopeloosheid en depressieve symptomen zullen waarschijnlijk plaatsvinden wanneer negatieve life
events:
- Toegeschreven zijn aan stabiele (blijven over tijd), globale (waarschijnlijk dat het meerdere
gebieden van het leven beïnvloed) oorzaken die gezien worden als belangrijk
- Het leidt tot andere negatieve consequenties
- Geïnterpreteerd als dat de persoon niet waardig is of gebrekkig. Wanneer causal attribution
voor een negatieve event internal, stable en globaal is, zal hopelessness samengaan met lagere
levels self-esteem en afhankelijkheid en met andere symptomen van HD.
Bijvoorbeeld student faalt bij een toets depressie wanneer het falen komt door lage intelligentie,
zal haar belemmeren om naar medical school te gaan en betekent dat ze waardeloos is. Wanner een
andere student zelfde test faalt zal beschermd worden tegen depressie wanneer deze gelooft dat het
falen komt door niet genoeg te studeren, zal motiveren om beter te doen volgende keer en geen
implicaties heeft voor self-worth.
Bij hopelessness theory zijn informational cues in de situatie (consensus, consistency en
distinctiveness informatie) en individuele verschillen in cognitieve style die invloed hebben op de
inhoud van mensen hun conclusies over oorzaak, consequentie en zelf wanneer negatieve life events
plaatsvinden. Mensen die een algemene stijl hebben om negatieve events toe te schrijven aan
stabiele en globale oorzaken, dat negatieve events zullen leiden voor verdere negatieve
consequenties en het concluderen dat het plaatsvinden van negatieve events betekent dat ze
gebrekkig zijn of waardeloos, grotere kans hebben op het maken van deze depressogenic
conclusies over een negatieve event dan een persoon die deze cognitieve style niet heeft. In
absentie van negatieve life events, zouden mensen die depressogenic inferential stijl niet een
grotere kans hebben op hopelessness te ontwikkelen en daarmee depressieve symptomen dan
mensen die deze style niet hebben. Aspect van de theorie is een cognitieve vulnerability-stress
component: negatieve cognitieve styles zijn de cognitieve kwetsbaarheid en negatieve life events zijn
de stress. Een cognitieve kwetsbaarheid met een bepaalde inhoud geeft een specifieke
kwetsbaarheid wanneer een persoon geconfronteerd wordt met negatieve events in hetzelfde
domein (bijvoorbeeld social rejection wanneer je een cognitieve kwetsbaarheid hebt voor social
rejection en dit dan meemaakt, heb je een grotere kans op een depressie).
Additionele environmental factoren zijn ook hypothesized om de cognitieve vulnerability-stress
interactie te modereren. Veel bewijs voor dat social support depressie buffert wanneer mensen
stressvolle life events ervaren. Material, emotional en informationele support van anderen kan
bufferen tegen depressie door het voorkomen van ontwikkeling van hopelessness. Andere mensen
kunnen adaptive inferential feedback
geven die vriendelijke in plaats van
depressogenic inferences promoten over
de oorzaak, consequenties en betekenis
van negatieve events.
Beck’s theory
2