1. LITERATUUR ZOEKEN
- De DIO kan aan de hand van een onderzoeksvraag een zoekstrategie opstellen
- De DIO kan op methodische wijze wetenschappelijke literatuur zoeken
- De DIO kan een zoekverslag opstellen
1.1 PICO-METHODE
1. Patiënt - De te onderzoeken patiëntenpopulatie: voor welke specifieke groep patiënten zoeken wij een
antwoord?
2. Interventie - Beschrijft de te onderzoeken diagnostische methode of behandeling: wat is er bekend
over de resultaten ervan?
3. Controle - De resultaten van de gebruikelijke methode, waartegen de te onderzoeken methode wordt
afgezet.
4. Uitkomst (Outcome) - De effecten die voor de vergelijking relevant worden geacht.
Selecteer de belangrijkste elementen uit je PICO-vraag en zet deze in een zoekschema.
Met woordvarianten wordt bedoeld enkelvoud/meervoud, zelfstandig/bijvoeglijk gebruikt en werkwoord
vervoegingen, bijvoorbeeld: migration, migrations, migrate, migrating, migrated. En dan heb je ook nog
afkortingen (ADL/ activiteiten dagelijks leven). Er zijn geen zoekmachines die automatisch op al deze varianten
zoeken. De onderdelen van PICO kunnen uit meerdere onderdelen bestaan.
P I C O
Term Diabetes mellitus Koolhydraatarm
type 2 dieet
Verwante term Diabetes mellitus Normaal
type II koolhydraat
Niet-
koolhydraatarm
Bredere term Richtlijnen Goede
Voeding
Nauwere term Hoog Eiwit, laag
Koolhydraat
Engelse term Diabetes mellitus Low carbohydrate
type II
Carbohydrate
restricted
Mesh: Medical Subject Heading. Gebruiken om passende termen te vinden bij je zoekterm. Je kunt meer
specifieke termen vinden en nog specifiekere dingen toevoegen zoals ‘mortality’. Klik op add to search builder.
“: precieze volgorde. AND: beide termen komen voor. OR: ten minste 1 term komt voor. NOT: eerste term komt
voor, tweede niet. */?: trunceren/maskeren.
Artikel lezen:
1. Lees titel en abstract. Is het relevant? Ja, ga dan door.
2. Inleiding: achtergrondinformatie: rechtvaardigheid van de onderzoekers. Deze kun je vaak
overslaan.
3. Methode: vaak het belangrijkste. Onderzoeksopzet, bias, problemen generaliseerbaarheid?
Tevreden over de kwaliteit? Ga door.
4. Resultaten: in detail lezen om eigen conclusies te trekken.
5. Discussie. Waarde van de resultaten, alleen mening! Deze kun je vaak overslaan.
6. Conclusie, ook alleen mening, dus ook vaak overslaan.
Methode en resultaten zijn objectief dus focus daar vooral op.
2. LITERATUUR LEZEN EN BEOORDELEN
De DIO kan aangereikt artikel beoordelen op kwaliteit
2.1 KWALITATIEF REVIEW FORM
Zie geprinte versie.
STUDY DESIGN
1
, Onderzoek J2P2
Fenomenologisch onderzoek: het beschrijven van de doorleefde ervaring van mensen m.b.t. een
fenomeen. Bv: ervaring van diabetespatiënt, beleving van chronische zieke kinderen.
Etnografisch onderzoek: onderzoek naar en begrijpen van onderliggende gedrags- en
handelingspatronen en de betekenis van die patronen in een bepaalde cultuur. Door te kijken en deel
uitmaken van de leefomgeving. Beschrijving en interpretatie van een culturele/sociale groep. Bv:
bedrijfscultuur onderzoek, cultuur in patiëntgroep, cultuur rondom eten/gewicht bij roeiers.
Hermeneutisch onderzoek: Het interpreteren, duiden of verstaan van menselijke uitingen in sociaal-
culturele context.
Narratief onderzoek: Levensverhaal; duiden van veranderproces van ervaringen, fenomenen in de
context.
Grounded theory: ontwikkelen, testen, beschrijven van een theorie op basis van verhalen en uitingen
van mensen. De onderzoeker interpreteert, test.
Actie- of handelingsonderzoek. Onderzoek waarbij niet alleen de onderzoeker, maar juist ook de
deelnemers zelf een belangrijke invloed hebben op het verloop en uitkomst van het onderzoek;
Deelnemers zelf zijn betrokken bij ontwerp, uitvoer en weergeven van onderzoek. Bv: in gang zetten
van verandering bij cliëntgroep. Onderzoeker = facilitator en geeft richting aan als daar behoefte aan
is.
METHODS
Observatieonderzoek: observatie wordt veelal gedaan door onderzoekers of speciaal getrainde
observatoren. Een voorbeeld van deze methode is mystery shopping. Bij registratie maakt men veelal
gebruik van meetinstrumenten zoals audiometers (om kijk- en luistercijfers te bepalen). Een andere
manier om gegevens te verzamelen, middels registratie, is het scannen van barcodes op producten.
Deze manier van gegevensverzameling wordt vaak toegepast in supermarkten en winkelketens.
Focusgroepinterview: Bij een focusgroep is er sprake van een interview met meer dan één persoon.
(Vaak gaat het om minstens vier mensen.) Het gesprek wordt geleid door de interviewer, die ook wel
‘gespreksleider’ of ‘moderator’ wordt genoemd, terwijl we bij de mensen die worden geïnterviewd
ook wel van ‘deelnemers’ of ‘respondenten’ spreken. Er worden voornamelijk open vragen gesteld,
zodat de respondent de ruimte krijgt om zijn eigen antwoord te formuleren. Een interview met een
focusgroep wordt ook wel een groepsdiscussie genoemd.
Documentanalyse: Documentanalyse is het screenen van bestaande documenten, bijvoorbeeld een
schoolgids, beleidsstukken, notulen van vergaderingen, een logboek, een klassenmap, lesmethodes,
een inspectierapport of een leerlingvolgsysteem op een specifiek onderwerp en vanuit een specifieke
onderzoeksvraag.
SAMPLING
Selecte steekproef gebruikt? Onderzoekers gaan doorgaans door met dataverzameling totdat interviews of
focusgroepen geen nieuwe informatie meer opleveren: verzadiging. Hier worden meestal audio-opnames van
gemaakt. Bijna altijd worden deze opnames ad verbatim (letterlijk) uitgetypt. Is er toestemming verzameld van
de respondenten? Zie meer over steekproef bij 4.
DATA COLLECTION
Voor de transferability. Voor biases zie meer bij betrouwbaarheid en validiteit.
DATA ANALYSES
Coderen
De eerste stap in de data-analyse is het selecteren van de stukken uit de tekst die relevant zijn voor het
beantwoorden van de onderzoeksvraag. Die stukken tekst worden vervolgens verdeeld in fragmenten. Ieder
fragment wordt voorzien van een code (één woord of een paar woorden) die beknopt informatie geeft over de
inhoud van het fragment. Als van tevoren niet bekend is naar welke thema’s of categorieën gezocht wordt,
noemen we dit open (of inductief) coderen (bijvoorbeeld de Grounded Theory). Bij gesloten (of deductief)
coderen is voorafgaand aan de dataverzameling al duidelijk welke codes gebruikt gaan worden. Uit de tekst
worden dan die fragmenten gehaald die passen bij vooraf vastgestelde codes.
2