Mensen zijn afhankelijk van elkaar en daardoor verbonden:
Affectief → emotionele binding, het geven van liefde en steun.
Cognitief → binding van kennis, je leert iets van iemand (ouder, leraar, arts of
journalist)
Economisch → binding te maken met werk, goederen die je nodig hebt voor je
bestaan
Politiek → zaken die geregeld moeten worden zoals onderwijs, zorg, verkeer en
veiligheid (overheid met macht)
Groepsvorming → mensen die bij dezelfde groep horen delen iets met elkaar en
beïnvloeden elkaar. Bij sociale controle brengen/dwingen mensen anderen ertoe
om zich te houden aan de groepsnormen.
Stereotypen zijn vaststaande beelden en ideeën van een groep. Vaak gebaseerd op
vooroordelen.
Niet meer bij een groep horen door:
het niet meer te kunnen (verhuizing)
het niet meer te willen
het niet meer te mogen
informele groep → elkaar kennen, emotioneel verbonden
formele groep → regels/wetten, hiërarchie, leden hebben vaak een ‘’rol’’
Informele sociale controle → je wijst elkaar op de normen en waarden van de
groep
Formele sociale controle → mensen die vanuit hun beroep of functie anderen op
de regels wijzen, op basis van formele wetten, besluiten of vastgelegde regels
hebben sommige mensen de taak gekregen ervoor te zorgen dat anderen zich aan
de regels houden.
Ingroup → binding, een gemeenschappelijke identiteit
Outgroup → tegen deze mensen zet de ingroup zich af, ze zijn in een soort
strijd/competitie. Over de outgroup bestaan vaak stereotypen en vooroordelen.
Een indicator zet je op het spoor van een variabele. Een variabele als
‘’opleidingsniveau’’ is te onderzoeken door te vragen naar iemands ‘’hoogst
afgeronde opleiding’’ (indicator).
Bij een onderzoek worden mensen soms ingedeeld in groepen. Ze delen dan
dezelfde houding maar hebben verder weinig gemeenschappelijk. Dit soort groepen
noem je sociale categorieën → ze delen bepaalde kenmerken maar hebben geen
gemeenschappelijke waarden en normen met elkaar. In principe hebben ze geen
contact met elkaar, het gaat om 1 gedeeld kenmerk.
Er zijn een aantal factoren die de samenleving bijeenhouden. De eerste zijn
gedeelde waarden en normen, als iedereen iedereen gelijk behandelt heeft dat een
positief effect op de samenleving. De tweede factor is wederzijdse afhankelijkheid,
mensen zijn verbonden met elkaar en dus ook afhankelijk. Als iemand rijk wil worden
heeft hij anderen nodig. Deze vorm van samenwerking en binding wordt