De opbouw van wetenschappelijke artikelen en onderzoeken van
maatschappijwetenschappen:
Inleiding, je introduceert het onderwerp en de opbouw van het onderzoek, en
de hoofd- en deelvragen komen aan bod. Indien mogelijk is een verwijzing
naar de actualiteit een mooi begin van de inleiding.
Theoretisch kader, je laat zien welke literatuur de basis is voor het onderzoek.
Je begint een onderzoek nooit vanuit het niets, je wilt iets nieuws toevoegen
aan de bestaande literatuur. Aan het eind hiervan worden hypothesen
geformuleerd die onderzocht worden in het onderzoek.
Onderzoeksopzet, de manier waarop het onderzoek is opgezet. Een belangrijk
deel, want hieruit volgt hoe het onderzoek is gedaan. Het operationaliseren
van de variabelen is daar een voorbeeld van. De validiteit, betrouwbaarheid
en generaliseerbaarheid worden hierin verantwoord.
Resultaten, worden laten zien. Eerst wordt teruggekeken op het onderzoek,
zoals (non-)respons: het percentage reacties van mensen die gevraagd zijn
om mee te doen aan het onderzoek. Het bespreken van de resultaten wordt
vaak per hypothese gedaan en daarna worden deelconclusies per hypothese
getrokken.
Conclusie, je komt terug op de hoofd- en deelvragen en geeft/bespreekt de
antwoorden. De rode draad in het onderzoek moet duidelijk zijn.
Discussie en aanbevelingen, de onderzoeker bespreekt de volgen van de
conclusies van het onderzoek. Ook staat hierin hoe de onderzoeker verder
kan gaan met dit onderwerp.
Er zijn 2 soorten onderzoeken:
Kwantitatief, het gaat om hoeveelheden (cijfers)
Kwalitatief, het gaat meer om de achterliggende beweegredenen. Het
onderzoek is diepgaander.
Bij kwantitatief onderzoek gaat de onderzoeker de breedte in van het onderwerp, bij
kwalitatief onderzoek gaat de onderzoeker de diepte in.
Verschillende soorten vragen:
Beschrijvende vragen: bij dit soort onderzoek wil een onderzoeker meer
weten over het maatschappelijke vraagstuk. ‘Wanneer..’, ‘Hoeveel..’, ‘Hoe..’,
en ‘Welke..’ vragen zijn hierbij bekend.
Verklarende vragen: een onderzoeker wil verbanden tussen variabelen
verklaren bij dit soort onderzoek. ‘Waardoor..’ en ‘Waarom..’ vragen horen
hierbij. Er wordt gezocht naar achtergronden en oorzaken. Oorzaak-
gevolgrelaties zijn wenselijke uitkomsten.
Evaluatieve vragen: deze vragen worden onderzocht om te beoordelen of
een project of beleid succesvol is geweest en of de maatregelen hun vereiste