College 1 – IMRT KNO
Het treated volume (de 95%-isodoselijn) ligt bij de IMRT techniek zo dicht mogelijk om het
PTV heen. IMRT is pas effectief wanneer CTV-PTV marges heel erg klein zijn. Om IMRT te
gebruiken moet je aan randvoorwaarden voldoen. Het voordeel van IMRT is: hogere dosis in
het PTV bij gelijke of lagere dosis in de OAR.
- GTV; Gross Target Volume. Klinisch aantoonbaar tumorweefsel.
- CTV; Clinical Target Volume. Inclusief mogelijke microscopische uitbreiding.
- PTV; Planning Target Volume. Inclusief onnauwkeurigheden.
- TV; Treated Volume. 95%-dosis gebied.
- IR; Irradiated Volume. Al het weefsel wat straling gekregen heeft.
Het marge van PTV kan opgedeeld worden in:
- Internal Margin (IM); bewegingen of veranderingen van de tumor zelf.
- Set-up Margin (SM); onnauwkeurigheden in bundelgrootte en bundelrichting/
De grootte van het PTV-marge is afhankelijk van:
- Intekenonzekerheden
- Ademhalingsbeweging
- Volumeveranderingen
- Positionering
- Variatie in positie
- Toestel-onnauwkeurigheden
- Intra-fractie variatie
Inter-observer variatie is de variatie tussen radiotherapeuten bij het intekenen van het PTV.
Om deze variatie te verminderen wordt er een CT+PET toegevoegd; image fusion, het
fuseren van CT / MRI en/of PET beelden om zo anatomie en/of tumor nauwkeuriger in te
tekenen. De images moeten wel moet gematcht worden anders is het intekenen niet
betrouwbaar.
Sommige tumoren bewegen, zoals een longtumor. Deze beweging moet goed in kaart
gebracht worden om de marges van CTV naar PTV zo klein mogelijk te houden. Bij een CTV
planning bij beweging door ademhaling kan gekozen worden uit 3 manieren:
- Breath hold scan; wordt bijna niet toegepast bij longen, wel bij mamaca
- Slow scan; patiënt gaat heel langzaam door CT scan, beweging wordt op de
afbeelding zichtbaar als bewegingsonscherpte. Hierdoor kan er bij intekening gezien
worden wat de ademhalingsbeweging is.
- 4D-CT; registratie van beweging van organen/tumor gedurende de CT of bestraling.
Op basis van hoeveelheid ademhalingen per minuut wordt de scansnelheid bepaald.
Ze verdelen en sorteren de ademhaling op in 10 fases. De dosis wordt een factor 4
hoger in vergelijking met 3D-CT; deze techniek wordt daarom alleen curatief
toegepast.
, Tijdens de bestraling zelf wordt er gecontroleerd door middel van een cone beam of de
tumor nog op dezelfde manier beweegt als op de CT scan waar op gepland is. De patiënt
heeft soms door zenuwen op de CT scan een andere ademhaling dan tijdens de bestraling
zelf.
Techniek in de Radiotherapie Hoofdstuk 8.2.2
Radiotherapie bij de oncologische patiënt Hoofdstuk 1.3 en 1.5
Werkcollege 1
Er kunnen meerdere GTV’s bij een patiënt aanwezig zijn. In de hals lymfeklieren zitten soms
al metastasen. Zo’n klier of andere metastasen met een bewezen tumor is ook een GTV.
GTV wordt bepaald door klinisch onderzoek; inspectie en/of palpatie. Imaging die wordt
gebruikt is CT/MRI/PETCT. Er kan ook geen GTV aanwezig zijn; als de tumor voorafgaand
aan de behandeling chirurgisch verwijdert wordt is er geen GTV.
CTV is het gebied rond de tumor waar mogelijk microscopische onaantoonbare tumorcellen
zitten. Dit volume moet adequaat behandeld worden om het doel van de therapie te behalen.
De target dose wordt gepland om het CTV heen. Bij het intekenen van het CTV moet
rekening gehouden worden met lokale invasiviteit en potentie om naar andere regio’s te
verplaatsen.
PTV corrigeert voor alle onzekerheden in het proces. Zoals mechanische onzekerheden;
doorhang van de gantry, collimator en tafel; dosimetrische onzekerheden; transfer
onzekerheden van CT naar toestel en menselijke factoren (intekenvariatie). Het PTV geeft
zekerheid dat het CTV de voorgeschreven dosis krijgt. PTV kan ook meerdere CTV’s
bevatten; iedere klier in de hals wordt als apart CTV gezien.
ITV; marge voor beweging.
PRV; marge om het OAR om te compenseren voor veranderingen in vorm en interne
beweging en voor set-up onnauwkeurigheden van de patiënt.
Een ROI met een ‘*’ geeft aan dat het ROI een hulpstructuur is.
Bij het plannen van een hoofd-hals gebied planning moet er rekening gehouden worden met
een marge van 7mm vanaf de huid voor het dosisopbouwgebied (build-up marge).
CT low risk is het electief kliergebied. In die klieren is er een mogelijkheid dat er tumorcellen
in zitten, dus worden deze voor de zekerheid mee gestraald.
De parotis is verantwoordelijk voor de speekselaanmaak. Wanneer er een te hoge dosis op
de parotis gegeven wordt, kan er geen speeksel meer aangemaakt worden en dit leidt tot
verschillende problemen met eten (droge mond). Hierdoor heeft de patiënt ook verlies van
smaak.
PTV low risk is het PTV wat om de hele kliergroep heen zit. Het is een aangepast PTV om
de planning goed te krijgen.
Aan de overlap van PTV en OAR kan een ROI worden gekoppeld; een hulpstructuur. Zodat
de dosis daar zo laag mogelijk kan worden gepland.