Activatie van naïeve T-cellen vindt plaats in perifere (secundaire) lymfoïde organen (=
lymfeknopen, milt en MALT) waar deze cellen doorheen circuleren. Hier kunnen ze
antigenen tegenkomen die gepresenteerd worden door dendritische cellen (DC’s). Ze
herkennen alleen antigenen waarvoor ze specifieke receptoren op hun oppervlakte bezitten.
Antigeen herkenning samen met andere activerende stimuli zorgen voor een aantal
responsen:
Cytokine secretie
Proliferatie toename in aantal cellen (antigeen-specifieke klonen clonal
expansion)
Differentiatie van de naïeve cellen tot effectorcellen en geheugencellen
Het proces van T-cel activatie hangt ook samen met veranderingen in de expressie van
verschillende oppervlakte moleculen. Deze spelen belangrijke rollen in de inductie en
regulatie van responsen.
Effector T-cellen herkennen antigenen in lymfoïde organen of in perifere non-lymfoïde
weefsels. Ze worden geactiveerd om functies uit te oefenen die verantwoordelijk zijn voor
de eliminatie van microben en, in staat van ziekte, voor weefselschade.
Effector T-cellen van de CD4+ soort scheiden cytokines uit en brengen oppervlaktemoleculen
tot expressie die andere immuun cellen kunnen triggeren. Effector T-cellen van de CD8+
soort vermoorden geïnfecteerde cellen en tumorcellen. Ook scheiden ze cytokines uit die
macrofagen activeren en inflammatie induceren.
Geheugen T-cellen die worden aangemaakt tijdens T-cel activatie zijn langlevende cellen
met een verhoogd vermogen om te reageren tegen het antigeen. Geheugencellen reageren
snel bij een volgende ontmoeting met het antigeen. Ze genereren dan nieuwe effectorcellen
die het antigeen elimineren. T-cel responsen nemen af nadat het antigeen geëlimineerd is
(door afname van anti-apoptose stimuli en door inhiberende mechanismen).
Voor proliferatie en differentiatie van T-cellen tot effector- en geheugencellen zijn
antigeenherkenning, co-stimulatie en cytokines nodig. Antigeenherkenning is nodig voor
activatie van de lymfocyten, zodat zeker is dat de immuunrespons antigeen-specifiek is. Co-
receptoren werken samen met signalen van het TCR-complex (antigeenherkenning).
Hierdoor ontstaan biochemische signalen die nodig zijn voor de volledige activatie.
In de afwezigheid van co-stimulatie komen de T-cellen in een staat van apathie, er
vindt geen activatie plaats.