Kwalitatieve resultaten = genoeg mensen interviewen om kwalitatief resultaat te hebben. Door
blijven gaan tot saturatiepunt optreed.
Saturatiepunt = als het geen nieuwe informatie meer oplevert
Verbaal onderzoek = respondenten vragen naar hun mening, enquetes, interview etc.
Diepte-interview = een een-op-eengesprek tussen interviewer en respondent. Geen vooraf gemaakte
vragenlijst, maar wel bijvoorbeeld checklist.
Ongestructureerde interviews = topic-lijst, maar volgorde en diepgang volledig vrij, informeler
Semi gestructureerd = interviewschema, veel ruimte om door te vragen
Gestructureerd = vast interviewschema, geen mogelijkheid voor aanpassing, vaak kwantitatief
(enquete)
Focusinterview = een situatie staat centraal, 1 op 1
Expertinterview = vakkennis en 1 op 1
Probing techniek = om gedetailleerde informatie te achterhalen
Laddering techniek = om werkelijke gevoelens te achterhalen
Projectief onderzoek = indirecte vorm van vragen, bijvoorbeeld vragen wat de respondent denkt dat
iemand anders zou doen. Zo vergroot je de kans onderliggende motieven etc. te ontdekken.
- De typische gebruiker = wat iemand een typische gebruiker vind van een product
- Personificatie = om een product voor te stellen als persoon, waar voldoet deze persoon dan
aan?
- Derde-persoon techniek = bovenstaand
Associatief onderzoek = waar mensen aan denken bij een bepaald merk
- Woordassociaties = benoem 5 woorden die bij u opkomen als je denkt aan….
- Waardenbeelden = aan de hand van kaartjes met waarden kan een product worden
gekarakteriseerd
- Photosort = 3 beelden kiezen uit meerdere die zij erbij vinden passen
6 W’s = wie, wat, waar, wanneer, waarom, waarom (allemaal over product afnemen)
Kwalitatief onderzoek = in de vorm van woorden, gedachten en ervaringen begrijpen, inzicht over
onderwerpen waar weinig kennis over is. (interview, mystery shopping, panelonderzoek)
Kwantitatief onderzoek = uitgedrukt in getallen, tabellen etc. theorieen en hypothesen, feitelijke
constateringen (experiment, enquete)
Open coderen = antwoord samenvatten
Axiaal coderen = themas geven
Selectief coderen = inzichten
Validiteit = meet je wat je moet meten en weerspiegelen de onderzoeksresultaten ook met de
realiteit? Inhoud van vragen laten checken, vooraf oefenen, open vragen etc.)