Thema 1: Geriatrische zorg
De verpleegkundige heeft kennis van normale verouderingsprocessen.
Gerontologie = normale lichamelijke verouderingsprocessen. Tijdafhankelijk biologisch proces
dat functionele achteruitgang en risico voor ziekte/dood met zich meebrengt (betreft geen
ziekte op zichzelf). Het omvat alles wat betrekking heeft op de verouderende mens,
functionerend in al zijn aspecten (sociaal, psychisch, lichamelijk).
Psychogerontologie = het normale geestelijke verouderingsproces.
De patiënt die er ouder uitziet dan gemiddeld voor zijn leeftijd is meestal kwetsbaarder of
minder gezond. Tekenen van onvoldoende zelfzorg kunnen een uiting zijn van lichamelijke
ziekte i.c.m. onvoldoende mantelzorg, maar ook een teken van cognitief verval.
Lichamelijke veranderingen:
- Algemeen: tragere aanpassing, afname energie- en functiereserves.
- Tractus digestivus en organen: veranderende werking/achteruitgang orgaanfuncties door
atrofie langzame verschrompeling van o.a. hart, longen, lever, maag en nieren.
Ademhalingssysteem: longen verlies elasticiteit longemfyseem. Toename stijfheid
van thorax, verlies alveoli afname max. ademcapaciteit; RV neemt toe, VC neemt af,
TLC blijft gelijk. Atrofie van bronchusepitheel/trilharen/slijmklieren kans op
bronchiolitis en pneumonie.
Urinewegen: nieratrofie met afname nefronen, verminderde bloedtoevoer
nierfiltratie afgenomen bij lichte uitdroging ontstaan verminderde nierwerking en
hartfalen. Prostaatvergroting urineretentie, urineweginfectie. Gestoorde
blaasmotoriek verminderde capaciteit, toename residu, incontinentie.
Lever: minst aangedaan door grote reservecapaciteit, kleiner, minder bloedcirculatie
minder goed kunnen afbreken/uitscheiden van geneesmiddelen/alcohol.
Maag-darmkanaal: tandvlees/gebit/peridontale problemen, verslikken (vertraagde
slikreactie), verminderde speekselproductie, atrofie maag-darmkanaal verminderde
motiliteit/peristaltiek ( obstipatie) en verminderde absorptie van darmen.
- Zintuigen:
Visus: verminderd zien, ooglens minder elastisch/vervormbaar verziendheid.
Klontering van eiwitten cataract/staar. Netvliesdegeneratie nachtblindheid,
afgenomen gezichtsscherpte.
Gehoor: haarcelverlies in binnenoor hardhorendheid (kan leiden tot achterdocht),
achteruitgang evenwichtsorganen (duizeligheid).
Afname reuk-/smaakvermogen slechte eetlust, gevaar ondervoeding.