Staatsrecht 3 SCHEMA
Inhoudsopgave
Week 1: Grondrechten................................................................................................ 1
Week 2: samenloop en meer......................................................................................6
Week 3: interpretatiemethoden, positieve verplichtingen en het recht op leven en
het verbod op foltering............................................................................................... 9
Week 4: gelijkheid en verbod van discriminatie: vrijheid van godsdienst en
levensovertuiging..................................................................................................... 11
Week 5: meningsuiting en betoging: vrijheidsbeneming...........................................15
Week 6: privacy rechten........................................................................................... 20
Week 7: verhouding tussen politiek en rechtspraak..................................................24
Week 1: Grondrechten
,Grondrechten: fundamentele rechtsnormen die de strekking hebben het
individu persoonlijke vrijheid en een menswaardig bestaan te verzekeren
en die de handelingsvrijheid van de overheid beperken
2 categorieën grondrechten
- Klassieke vrijheidsrechten
o Overheidsonthouding = negatieve verplichting
o Rechten ontlenen aan juridische procedure = afdwingbaar bij
rechter
o Soms ook positieve verplichtingen
o Verdragsbepaling eenieder verbindend
o Drager: individuen
- Sociale grondrechten
o Zorgplicht overheid = positieve verplichting
o Geen rechten ontlenen aan juridische procedure = niet
afdwingbaar bij rechter
o Verdragsbepaling niet eenieder verbindend
o Drager: bevolking als geheel
Individuele aanspraken en wel eenieder verbindend = klassiek sociale
grondrechten
Rechtsstaat 4 pijlers
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtenscheiding + checks and balances
3. Onafhankelijke en onpartijdige rechters
4. Grondrechten
Rechtsbronnen grondrechten
- Internationale verdragen
- Jurisprudentie van internationaalrechtelijke organen
- Nationale grondwet
- Uitwerking grondrechten in lagere nationale wetgeving
- Nationale jurisprudentie
Positieve en negatieve verplichtingen
Negatieve verplichting = de staat moet toch onthouden van
handelingen die een schending van een grondrecht kunnen opleveren
- Vrijheidsrechten/ waarborgrechten
- Beperkingssystematiek
Positieve verplichting = verplichting voor de staat om actief op te
treden om een bepaald grondrecht te garanderen
- Belangenafweging tussen de algemene maatschappelijke
belangen en de belangen van het individu
o Margin of appreciation
Beperking van grondrechten
, = wanneer de uitoefening van de grondrechten stuit op rechten van
anderen of publieke belangen
- Is een beperking niet toegestaan? -> schending grondrecht
Soorten grondrechtbepalingen GW
1. Absoluut geformuleerde bepalingen
a. Geen beperkingsmogelijkheden, tenzij noodtoestand
Iedere beperking = schending van het grondrecht
Nodstandfest = ook niet van bepaling afwijken in
noodtoestand
b. Kijken naar de reikwijdte van de bepaling
2. Bepalingen die in de grondwetbepaling zelf ruimte overlaten
voor bepaalde duidelijk omschreven beperkingen
a. Formulering laat ruimte over voor duidelijk omschreven
uitzonderingen
3. Bepalingen die een beperkingsclausulering kennen
a. Beperken onder bepaalde, vastgestelde voorwaarden
b. Indien de beperking aan de clausulering voldoet = beperking
rechtmatig
Bepalingen die een beperkingsclausule hebben
2 soorten (combinatie mogelijk)
- Formele voorwaarden = Perken de mogelijkheden van de
overheid tot beperking in, door een competentie of
procedurevoorschrift
o Competentievoorschrift: ‘wie’ bevoegd om te beperken
o Procedurevoorschrift: ‘hoe’, eisen aan de bij een beperking
in acht genomen procedure
- Materiele voorwaarden = hebben betrekking op het doel van de
beperking en op de verhouding tussen de ernst van de beperking en
het belang wat er mee gediend is
o Doelcriteria: beperking mag alleen in geval van specifiek
genoemde doeleinden
o Noodzakelijkheidseis en proportioanliteitseis: beperking
noodzakelijk voor het legitieme doel en juiste verhouding
tussen ernst beperking en gediende doel
Inhoudsopgave
Week 1: Grondrechten................................................................................................ 1
Week 2: samenloop en meer......................................................................................6
Week 3: interpretatiemethoden, positieve verplichtingen en het recht op leven en
het verbod op foltering............................................................................................... 9
Week 4: gelijkheid en verbod van discriminatie: vrijheid van godsdienst en
levensovertuiging..................................................................................................... 11
Week 5: meningsuiting en betoging: vrijheidsbeneming...........................................15
Week 6: privacy rechten........................................................................................... 20
Week 7: verhouding tussen politiek en rechtspraak..................................................24
Week 1: Grondrechten
,Grondrechten: fundamentele rechtsnormen die de strekking hebben het
individu persoonlijke vrijheid en een menswaardig bestaan te verzekeren
en die de handelingsvrijheid van de overheid beperken
2 categorieën grondrechten
- Klassieke vrijheidsrechten
o Overheidsonthouding = negatieve verplichting
o Rechten ontlenen aan juridische procedure = afdwingbaar bij
rechter
o Soms ook positieve verplichtingen
o Verdragsbepaling eenieder verbindend
o Drager: individuen
- Sociale grondrechten
o Zorgplicht overheid = positieve verplichting
o Geen rechten ontlenen aan juridische procedure = niet
afdwingbaar bij rechter
o Verdragsbepaling niet eenieder verbindend
o Drager: bevolking als geheel
Individuele aanspraken en wel eenieder verbindend = klassiek sociale
grondrechten
Rechtsstaat 4 pijlers
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtenscheiding + checks and balances
3. Onafhankelijke en onpartijdige rechters
4. Grondrechten
Rechtsbronnen grondrechten
- Internationale verdragen
- Jurisprudentie van internationaalrechtelijke organen
- Nationale grondwet
- Uitwerking grondrechten in lagere nationale wetgeving
- Nationale jurisprudentie
Positieve en negatieve verplichtingen
Negatieve verplichting = de staat moet toch onthouden van
handelingen die een schending van een grondrecht kunnen opleveren
- Vrijheidsrechten/ waarborgrechten
- Beperkingssystematiek
Positieve verplichting = verplichting voor de staat om actief op te
treden om een bepaald grondrecht te garanderen
- Belangenafweging tussen de algemene maatschappelijke
belangen en de belangen van het individu
o Margin of appreciation
Beperking van grondrechten
, = wanneer de uitoefening van de grondrechten stuit op rechten van
anderen of publieke belangen
- Is een beperking niet toegestaan? -> schending grondrecht
Soorten grondrechtbepalingen GW
1. Absoluut geformuleerde bepalingen
a. Geen beperkingsmogelijkheden, tenzij noodtoestand
Iedere beperking = schending van het grondrecht
Nodstandfest = ook niet van bepaling afwijken in
noodtoestand
b. Kijken naar de reikwijdte van de bepaling
2. Bepalingen die in de grondwetbepaling zelf ruimte overlaten
voor bepaalde duidelijk omschreven beperkingen
a. Formulering laat ruimte over voor duidelijk omschreven
uitzonderingen
3. Bepalingen die een beperkingsclausulering kennen
a. Beperken onder bepaalde, vastgestelde voorwaarden
b. Indien de beperking aan de clausulering voldoet = beperking
rechtmatig
Bepalingen die een beperkingsclausule hebben
2 soorten (combinatie mogelijk)
- Formele voorwaarden = Perken de mogelijkheden van de
overheid tot beperking in, door een competentie of
procedurevoorschrift
o Competentievoorschrift: ‘wie’ bevoegd om te beperken
o Procedurevoorschrift: ‘hoe’, eisen aan de bij een beperking
in acht genomen procedure
- Materiele voorwaarden = hebben betrekking op het doel van de
beperking en op de verhouding tussen de ernst van de beperking en
het belang wat er mee gediend is
o Doelcriteria: beperking mag alleen in geval van specifiek
genoemde doeleinden
o Noodzakelijkheidseis en proportioanliteitseis: beperking
noodzakelijk voor het legitieme doel en juiste verhouding
tussen ernst beperking en gediende doel