Oefentoets HR Operationeel 2019-2020
1 Wat is een voorbeeld van persoonsgebonden aftrek?
A Voor werk aangeschafte bedrijfskleding
B Voor studie aangeschafte boeken
C Voor prijzen gewonnen voor kostenbesparende ideeën
2 Er zijn drie pijlers van inkomensvoorziening in Nederland gedefinieerd. Onder
welke pijler valt de pensioenregeling?
A eerste pijler (overheid)
B tweede pijler (werkgever en werknemer)
C derde pijler (privé)
3 Welke stelling over de heffingskorting is juist?
A Het verlaagt de te betalen belasting
B Het verlaagt het belastbare inkomen
C Het verhoogt de aanspraak op een uitkering
4 Een organisatie kan kengetallen over personeel bijhouden om de juiste
beslissingen te nemen over het beleid van een organisatie. Voorbeelden
hiervan zijn ziekteverzuimgegevens, loonkosten en de ontwikkeling van
personeel. Wat wordt bedoeld met het kengetal Arbeidsproductiviteit?
A De gemiddelde productiviteit per arbeidsduur, uitgedrukt in omzet of stuks
B Het loon per jaar gedeeld door de werkuren
C Een indeling van de medewerkers op basis van hun toegevoegde waarde
, Oefentoets HR Operationeel 2019-2020
5 De opzegtermijn die een werkgever wettelijk kan hanteren is afhankelijk van
de duur van het dienstverband. Sanne Pietersen is al 14 jaar in dienst als
verpleegkundige bij Isala Ziekenhuis. Sanne gaat naar het westen van het
land verhuizen en zegt haar baan op. Wat is wettelijk gezien de opzegtermijn
voor Sanne?
A 1 maand
B 2 maanden
C 3 maanden
6 Hoeveel belasting (en sociale premies) betaalt iemand met een belastbaar
inkomen van € 18.000 en een algemene heffingskorting van € 750, en een
arbeidskorting van € 350? Gebruik de tabel voor je berekening.
A € 6579
B € 5479
C € 6542
1 Wat is een voorbeeld van persoonsgebonden aftrek?
A Voor werk aangeschafte bedrijfskleding
B Voor studie aangeschafte boeken
C Voor prijzen gewonnen voor kostenbesparende ideeën
2 Er zijn drie pijlers van inkomensvoorziening in Nederland gedefinieerd. Onder
welke pijler valt de pensioenregeling?
A eerste pijler (overheid)
B tweede pijler (werkgever en werknemer)
C derde pijler (privé)
3 Welke stelling over de heffingskorting is juist?
A Het verlaagt de te betalen belasting
B Het verlaagt het belastbare inkomen
C Het verhoogt de aanspraak op een uitkering
4 Een organisatie kan kengetallen over personeel bijhouden om de juiste
beslissingen te nemen over het beleid van een organisatie. Voorbeelden
hiervan zijn ziekteverzuimgegevens, loonkosten en de ontwikkeling van
personeel. Wat wordt bedoeld met het kengetal Arbeidsproductiviteit?
A De gemiddelde productiviteit per arbeidsduur, uitgedrukt in omzet of stuks
B Het loon per jaar gedeeld door de werkuren
C Een indeling van de medewerkers op basis van hun toegevoegde waarde
, Oefentoets HR Operationeel 2019-2020
5 De opzegtermijn die een werkgever wettelijk kan hanteren is afhankelijk van
de duur van het dienstverband. Sanne Pietersen is al 14 jaar in dienst als
verpleegkundige bij Isala Ziekenhuis. Sanne gaat naar het westen van het
land verhuizen en zegt haar baan op. Wat is wettelijk gezien de opzegtermijn
voor Sanne?
A 1 maand
B 2 maanden
C 3 maanden
6 Hoeveel belasting (en sociale premies) betaalt iemand met een belastbaar
inkomen van € 18.000 en een algemene heffingskorting van € 750, en een
arbeidskorting van € 350? Gebruik de tabel voor je berekening.
A € 6579
B € 5479
C € 6542