Pijn= alarm voor bescherming. Komt als het voor jou geloofwaardig is. Totaalbeeld/situatie
zorgt voor pijn. Niks te maken met schade, maar met gevaar (denk aan soldaten)
Hoe beschermen=
- Spieren / bewegen : Actieprogamma’s → Reflexen
- Gevoel→ negatieve emoties, angst
- Stress / stoffen in je lichaam: inhibitie
Wanneer beschermen=
- Weten
- Ervaring: geheugen
- Sensoren
- Stoffen in je lichaam
Sensoren/receptoren= cellen die prikkels (stimuli) waarnemen. Bevinden zich overal in het
lichaam (huid, spieren, botten, organen…). Sensorische info naar sensorische deel
hersenen gestuurd.
Indeling sensoren op basis van het stimulus-type: Hebben drempelwaarde
- Mechanoreceptoren (trek, druk)
- Thermoreceptoren (warmte, kou)
- Photoreceptoren (licht, donker)
- Chemoreceptoren (chemische stoffen)
- Nociceptoren (pijnsensoren, beschadiging weefsels)
signaleren geen pijn, maar hoogstens druk.
Zenuwstelsel=
Centraal: hersenen + ruggenmerg
Perifeer: alle zenuwen die uit het centrale zenuwstel komen (sturen
bepaald gedeelte aan)
Soorten neuronen=
Schakelneuron/interneuron
Motorisch neuron
Sensorisch neuron
Kunnen onderling contact met elkaar hebben en info uitwisselen.
Binnen neuronen= elektrische impulsen
Doorgave aan andere neuronen= chemische overdracht (door neurotransmitters)
Neuron bestaat uit:
- Dendrieten= dun, vertakt. ONTVANGT neurotransmitter