Deze week: opfrissen nationaal procesrecht
1. Rechtsingang
2. Actualiteit: De NCC: The Netherlands Commercial Court, artikel 30r Rv: in werking
getreden.
Geschillen beslechten:
In de praktijk worden het grootst aantal zaken niet afgedaan door de overheidsrechter, maar
door alternatieve geschilprocedures:
Vooral het arbitrage is een opkomend alternatieve geschilbeslechting die veel wordt gebruikt,
met name in internationale settingen.
Vaak wordt in contracten tussen internationale partijen het ICC in Parijs gekozen als
arbitrage instituut om geschillen die ontstaan te beslechten. Je hoeft nu niet te kiezen voor
overheidsrechters van een bepaald land (forumkeuze, afspreken in contract) maar je kunt
kiezen voor arbiters. Op die arbitrageprocedure is dan het plaatselijke procesrecht van
toepassing.
Als dus bij een Nederlands arbitrage instituut wordt geprocedeerd dan geldt het Nederlandse
procesrecht.
Zo zie je dus dat de overheidsrechter wordt ‘gepasseerd’ en dat zaken daar helemaal niet
meer terechtkomen.
Territorium 1: Brussel I-bis aangesloten landen
Territorium 2: gedaagde heeft woonplaats in een land waarmee Nederland een verdrag heeft
(mulit- of bilateriaal, Paralell Verdrag van Lugano is een voorbeeld; Noorwegen, Zwitserland,
IJsland,)
Territorium 3: Artikel 1-14 Rv (geen verdragsland)
--
Onderverdeling competenties: absolute, sector en relatieve competentie.
Absoluut: Artikel 42 RO.
Sector: dagvaardingszaken, artikel 93 t/m 95 RO,
Relatief: dagvaardingszaken, artikel 99 t/m 110 RO
Rechtsingangen:
- Dagvaarding:
- Verzoekschrift
- Procesinleiding (KEI)
De KEI- rechtsvordering geldt niet voor de sectoren kanton (ook al is het dagvaarding) en
ook niet voor de verzoekschriftprocedures, en hoger beroep. Maar wel voor cassatie als het
om dagvaardingszaken gaat!
Artikel 30p Rv: is een KEI-bepaling maar geldt voor alle zaken.
KEI: digitalisering van de rechtspraak, uniformering van de rechtsingang.
Helaas is dit mislukt.