Diagnostiek 2019-2020
WERKGROEPEN DIAGNOSTIEK – AANTEKENINGEN VAN DE SLIDES
WERKGROEP 1 – AANMELDING & INTAKE – de Bruyn 1, 2, 3, 4
Diagnostische cyclus:
- Wie betreft het?
- Wat is er aan de hand?
- Waardoor is dit ontstaan?
- Wat is er aan te doen?
- Wat is het advies
1. Aanmelding
2. Klachtanalyse
3. Probleemanalyse
4. Verklaringsanalyse
5. Indicatieanalyse
6. Advisering
7. Rapportage
Aanmelding en intakegesprek
In het intakegesprek probeert de diagnosticus zicht te krijgen op de aard van klachten van de cliënt en de
beleving ervan
Wat zijn de stappen in een intakegesprek?
- Bepalen verloop van het aanmeldingstraject (wie, wat en wanneer)
- Vaststellen formele posities betrokkenen
- Beslissen of het aanmeldingstraject voortgezet kan worden
- Het vervolgtraject bepalen en het maken van afspraken
Redenen om door te verwijzen
- Juridische aspecten
- Motivationele aspecten
- Geen pedagogisch probleem
- Competentie diagnosticus
Wat zijn de functies van een intakegesprek?
- Informatie verzamelen: onder andere ontwikkelingsanamnese, functioneren op allerlei gebieden
- Ruimte geven tot uiten van emoties
- Scheppen van een vertrouwensrelatie
- Afstemmen van wederzijdse verwachtingen
- Regulerend ingrijpen
o Acute opname bij suïciderisico of seksueel misbruik, eventueel tips geven; laten nadenken
over oplossingen; vragen of het een kindprobleem is
Belangrijke gespreksvaardigheden
- Luistervaardigheden (aandachtgevende technieken en richtinggevende technieken)
- Regulerende vaardigheden
Voorbereiden intakegesprek – op basis van een intake moet je kunnen beschrijven:
, - Het actuele probleemgedrag in termen van concreet gedrag (‘Bas is altijd tegendraads’ moet worden
toegelicht hoe zich dat uit. Wat verstaan ouders onder ‘tegendraads’ en hoe ziet dat tegendraadse
gedrag van Bas er dan uit?).
- In welke situaties en onder welke condities doet dit gedrag zich voor?
- Sinds wanneer doet dit gedrag zich voor en hoe is het ontstaan?
- Hoe wordt er door betrokkenen op gereageerd?
- Hoe beleven zij dit probleemgedrag?
- Waar schrijven zij het aan toe? Wat is volgens hen een mogelijke oorzaak?
- Wat is de ernst van het probleemgedrag? Dit gebeurt eventueel met een algemene screeningslijst.
WERKGROEP 2 – KLACHTANALYSE – de Bruyn 5, 6
Wat is het verschil tussen een klacht en een probleem?
- Klacht = uitspraken die aangeven dat de situatie of het gedrag (gedachten, gevoelens, handelingen)
van de cliënt als negatief (ongewenst, storend, belemmerend) worden beleefd. De klacht wordt vooral
beschreven in termen die de cliënt gebruikt.
- Probleem = interne (gedachten, gevoelens) of externe (observeerbare handelingen) disfunctionele
gedragingen die een normaal ontwikkelingsverloop in gevaar brengen. Deze gedragingen zijn
problematisch volgens de professional, maar hoeven niet per se door het cliëntsysteem als klacht te
worden ervaren. Een probleem wordt overwegend beschreven in de vaktaal van de professional.
Doel van de klachtanalyse
- Klachten verzamelen (op een gestructureerde manier inventariseren)
- Verwoording correct – hij was toen verdrietig, klopt dat?
- Controleren volledigheid – misschien anders in andere situaties?
- Controleren interne inconsistentie – sprake van consistentie “altijd” maar is dat altijd zo of in altijd” maar is dat altijd zo of in
sommige situaties niet?
Klachtgedrag gaat om HUIDIG gedrag. Gedrag uit het verleden kan een risicofactor zijn, maar is geen
klachtgedrag.
Klachtanalyse verhelderende diagnose diagnostische hulpvragen diagnostisch scenario
Verhelderende diagnose – een voor de cliënt overzichtelijke ordening in diens klachten en koppeling aan
hulpvragen, die door de cliënt als dekkend wordt ervaren voor de beleefde zorgen en onmacht
Diagnostische hulpvragen – vragen waarop diagnostisch onderzoek een passend antwoord kan geven
Verschillende diagnostische hulpvragen
- Verhelderende hulpvraag (VHD)
Hoe kan ik de problemen van mijn kind verwoorden? = klachtanalyse
- Onderkennende vraagstellingen (ODK)
Wat is er met mijn kind aan de hand? = probleemanalyse
- De verklarende vraagstellingen (VKR)
Waarom is dit aan de hand? = verklaringsanalyse
- Indicerende vraagstellingen (IDC)
Hoe kan mijn kind geholpen worden? = indicatieanalyse
2
WERKGROEPEN DIAGNOSTIEK – AANTEKENINGEN VAN DE SLIDES
WERKGROEP 1 – AANMELDING & INTAKE – de Bruyn 1, 2, 3, 4
Diagnostische cyclus:
- Wie betreft het?
- Wat is er aan de hand?
- Waardoor is dit ontstaan?
- Wat is er aan te doen?
- Wat is het advies
1. Aanmelding
2. Klachtanalyse
3. Probleemanalyse
4. Verklaringsanalyse
5. Indicatieanalyse
6. Advisering
7. Rapportage
Aanmelding en intakegesprek
In het intakegesprek probeert de diagnosticus zicht te krijgen op de aard van klachten van de cliënt en de
beleving ervan
Wat zijn de stappen in een intakegesprek?
- Bepalen verloop van het aanmeldingstraject (wie, wat en wanneer)
- Vaststellen formele posities betrokkenen
- Beslissen of het aanmeldingstraject voortgezet kan worden
- Het vervolgtraject bepalen en het maken van afspraken
Redenen om door te verwijzen
- Juridische aspecten
- Motivationele aspecten
- Geen pedagogisch probleem
- Competentie diagnosticus
Wat zijn de functies van een intakegesprek?
- Informatie verzamelen: onder andere ontwikkelingsanamnese, functioneren op allerlei gebieden
- Ruimte geven tot uiten van emoties
- Scheppen van een vertrouwensrelatie
- Afstemmen van wederzijdse verwachtingen
- Regulerend ingrijpen
o Acute opname bij suïciderisico of seksueel misbruik, eventueel tips geven; laten nadenken
over oplossingen; vragen of het een kindprobleem is
Belangrijke gespreksvaardigheden
- Luistervaardigheden (aandachtgevende technieken en richtinggevende technieken)
- Regulerende vaardigheden
Voorbereiden intakegesprek – op basis van een intake moet je kunnen beschrijven:
, - Het actuele probleemgedrag in termen van concreet gedrag (‘Bas is altijd tegendraads’ moet worden
toegelicht hoe zich dat uit. Wat verstaan ouders onder ‘tegendraads’ en hoe ziet dat tegendraadse
gedrag van Bas er dan uit?).
- In welke situaties en onder welke condities doet dit gedrag zich voor?
- Sinds wanneer doet dit gedrag zich voor en hoe is het ontstaan?
- Hoe wordt er door betrokkenen op gereageerd?
- Hoe beleven zij dit probleemgedrag?
- Waar schrijven zij het aan toe? Wat is volgens hen een mogelijke oorzaak?
- Wat is de ernst van het probleemgedrag? Dit gebeurt eventueel met een algemene screeningslijst.
WERKGROEP 2 – KLACHTANALYSE – de Bruyn 5, 6
Wat is het verschil tussen een klacht en een probleem?
- Klacht = uitspraken die aangeven dat de situatie of het gedrag (gedachten, gevoelens, handelingen)
van de cliënt als negatief (ongewenst, storend, belemmerend) worden beleefd. De klacht wordt vooral
beschreven in termen die de cliënt gebruikt.
- Probleem = interne (gedachten, gevoelens) of externe (observeerbare handelingen) disfunctionele
gedragingen die een normaal ontwikkelingsverloop in gevaar brengen. Deze gedragingen zijn
problematisch volgens de professional, maar hoeven niet per se door het cliëntsysteem als klacht te
worden ervaren. Een probleem wordt overwegend beschreven in de vaktaal van de professional.
Doel van de klachtanalyse
- Klachten verzamelen (op een gestructureerde manier inventariseren)
- Verwoording correct – hij was toen verdrietig, klopt dat?
- Controleren volledigheid – misschien anders in andere situaties?
- Controleren interne inconsistentie – sprake van consistentie “altijd” maar is dat altijd zo of in altijd” maar is dat altijd zo of in
sommige situaties niet?
Klachtgedrag gaat om HUIDIG gedrag. Gedrag uit het verleden kan een risicofactor zijn, maar is geen
klachtgedrag.
Klachtanalyse verhelderende diagnose diagnostische hulpvragen diagnostisch scenario
Verhelderende diagnose – een voor de cliënt overzichtelijke ordening in diens klachten en koppeling aan
hulpvragen, die door de cliënt als dekkend wordt ervaren voor de beleefde zorgen en onmacht
Diagnostische hulpvragen – vragen waarop diagnostisch onderzoek een passend antwoord kan geven
Verschillende diagnostische hulpvragen
- Verhelderende hulpvraag (VHD)
Hoe kan ik de problemen van mijn kind verwoorden? = klachtanalyse
- Onderkennende vraagstellingen (ODK)
Wat is er met mijn kind aan de hand? = probleemanalyse
- De verklarende vraagstellingen (VKR)
Waarom is dit aan de hand? = verklaringsanalyse
- Indicerende vraagstellingen (IDC)
Hoe kan mijn kind geholpen worden? = indicatieanalyse
2