Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting basisontwikkeling peuters en de onderbouw H2

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
16
Geüpload op
20-01-2020
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting van het boek basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw h2. Deze samenvatting kan gebruikt worden voor de pedagogiek/motoriek/bewegingsonderwijs toets.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw H2
2.1 Thematiseren: spelverhalen verbinden
In Basisontwikkeling zijn activiteiten altijd verbonden met inhouden of onderwerpen. Een
thema of inhoud zorgt voor een samenhangend aanbod van activiteiten.
Eigen verhalen vormen een belangrijke basis bij het spel in de groep. Door samen te spelen
ontstaan er uitwisseling en kansen om de verhalen weer verder uit te bouwen. Betrokkenheid
en leermotivatie bij kinderen nemen toe als er langer met een spelverhaal doorgegaan mag
worden. Spelverhalen verdiepen zich door meerdere activiteiten en meerdere perspectieven
aan het spel te verbinden. Samen met kinderen systematisch spelverhalen opbouwen over
een kortere of langere periode noemen we thematiseren (het gaat niet om het thema maar
om de verhalen en de samenhangende betekenisvolle activiteiten die de verhalen van de
kinderen verbinden).

2.1.1 Samen spelverhalen opbouwen
Er wordt voor thematiseren gekozen om pedagogische en leer theoretische overwegingen,
omdat activiteiten altijd ergens over gaan en de inhoud ertoe doet. Inhoudelijke betekenis
verbindt de activiteiten met elkaar (als je gaat kamperen, speel je dit niet alleen, je zet ook
een tent op bijvoorbeeld). Jonge kinderen ontwikkelen zich door mee te doen met activiteiten
uit de leefwereld van de mensen om hen heen. Eigen spelverhalen worden verbonden met
de verhalen van de cultuur.

2.1.2 Spelverhalen verbreden en verdiepen
Jonge kinderen zijn vooral geïnteresseerd in voorwerpen en allerlei kleine voorvallen en
gebeurtenissen waarbij kinderen persoonlijk betrokken worden (schoonmaken, naar een
verjaardag gaan, met de bus mee). Ook de directe leefomgeving met daarin activiteiten van
volwassenen vinden jonge kinderen erg interessant. Sociaal-culturele praktijken (criterium 1)
zoals de supermarkt, baby’s verzorgen en het verkeer zijn daarom ook favoriet. Ook de
ruimere wereld wordt interessant zoals de ruimtevaart, het theater, reizen etc. Thema’s
moeten verschillende deelinhouden of sub thema’s bevatten (criterium 2). Dit zorgt ervoor
dat het thema voor een langere periode (6 tot 8 weken) interessant is en blijft. Ook moet men
verder kijken dan wat de kinderen aan interesse hebben (criterium 3). Zo open je een nieuwe
wereld voor de kinderen en wek je nieuw enthousiasme op.

2.1.3 Systematisch spelverhalen opbouwen
Bij jonge kinderen zal thematiseren in het begin vooral gaan over bewegingsspel en
manipulerend spel met voorwerpen. Door te thematiseren bouwen professionals
systematisch spelverhalen op. De eigen spelverhalen en ervaringen van kinderen worden
ook aangehoord, verhalen, het onderzoeken van materialen, excursies, mooie boeken of
prikkelende vragen. Doelgericht meespelen en samen spelen verdiept de spelverhalen en
verbindt ze met gesprekken, lezen/schrijven, rekenen/wiskunde, constructie en onderzoeks-
gericht spel. Het verhaal wordt gezamenlijk afgerond en kent een duidelijk einde. Er is qua
thema’s natuurlijk ook ruimte voor wat tussentijds in de belangstelling staat: beestjes, nieuwe
schoenen, bloemen die uitkomen etc.

2.2 In samenhang: spel, taal en verhaal
In spel ervaren kinderen dat ze taal nodig hebben om met anderen in contact te komen en
een verhaal te spelen.

,2.2.1 Spelverhalen en taalontwikkeling
Betekenisvolle spelactiviteiten bevorderen de samenhang in taalontwikkeling, sociale
contacten en interesse in de omringende wereld. Jonge kinderen kunnen in spelverhalen
alles ontwikkelen wat in de onderbouw van belang is.
Typen regels bij spel vanuit de professional:
- Sociale regels -> Hoe gaan we met elkaar om? Hoe praten we met elkaar? Hoe
lossen we problemen op? Hoe delen en verdelen we materialen?
- Technische regels -> Hierbij gaat het om het gebruik van de materialen en middelen,
zoals de tent, slaapzak, telefoon, iPad, barbecue, handleiding etc.
- Conceptuele regels -> Hierbij gaat het om begrippen en inzichten die aan de orde
komen, zoals de volgorde, woorden en kennis van de wereld die nodig zijn voor de
rol, maar ook om het inzetten van gedrukte taal en tekstsoorten.
- Strategische regels -> Hierbij gaat het om ondersteunen van het verloop van het spel
zoals gesprekken over het spel, een praatplaat, een spelscript of tekeningen bij
teksten over het spel.

Taal, zowel verbaal als non-verbaal, is bij alle vier typen regels altijd nodig en blijft zo
verbonden aan het spel en de verhalen die kinderen spelen.
Spelverhalen worden voortdurend opgebouwd in samenspraak tussen kinderen en de
professional. Het spelverhaal kent allerlei verbindingen met andere activiteiten, die het
verhaal een wending geven en het spel nieuwe impulsen en diepgang geven. De
professional creëert kansen en grijpt ideeën, vragen en verhalen van kinderen met beide
handen aan. Steeds is daarbij aandacht voor interactie in de gesprekken, uitbreiding van de
woordenschat en de beginnende geletterdheid. In alle spelverhalen zorgt de professional
voor ruimte en begrenzing, vrijheid en de regels van onze cultuur.

In de onderbouw is de taalontwikkeling erg belangrijk. Elk kind heeft zijn eigen
taalachtergrond die ertoe doet. Taal is een communicatiemiddel, je gebruikt taal omdat je wat
te zeggen of te vragen hebt; mondeling, schriftelijk of via tekeningen of tekens
(pictogrammen).

Taaldenkontwikkeling
Spelverhalen bevorderen de taaldenkontwikkeling. Kinderen maken steeds meer gesprek
van (denk)taal om een voorstelling te vormen van de activiteiten die ze ondernemen. Innerlijk
spreken en denktaal zijn de ‘instrumenten’ waarmee zij een plan maken en de aanpak
bedenken voor een plan of probleem. Gezamenlijke activiteiten lokt dit taaldenken beter uit.

Taal en woordenschat
Wanneer kinderen voldoende basiswoorden kennen (50 ongeveer) gaan ze rond hun 18e
levensmaand tweewoordzinnen maken. In de peuter- en kleuterperiode leren de kinderen
grammaticale regels toepassen en breiden ze hun woordenschat uit. Ze leren woorden die
bij dagelijkse routines horen (eten, aankleden etc.), bij spelhandelingen (autorijden, buiten
spelen, snoepjes kopen etc.) en bij spelthema’s (baby’s, de bakker, de post). Rond 5 jaar is
de klankontwikkeling zo goed als compleet en kent een kind gemiddeld 3800 woorden. De
passieve woordkennis (woorden begrijpen maar niet gebruiken) is alleen wel altijd groter dan
de actieve woordkennis (het kind gebruikt de woorden zelf).

Kinderen met een andere moedertaal dan Nederlands hebben meer tijd nodig doordat
Nederlands er als tweede taal bij komt. Ze moeten eigenlijk opnieuw beginnen: de klanken
van de nieuwe taal onderscheiden, een woordenschat in die taal opbouwen, grammaticale
regels ontdekken en taalregels toepassen. Om nieuwe woorden te leren en te verankeren in

, het dagelijks taalgebruik moeten kinderen ze heel vaak kunnen gebruiken in wisselende
situaties. Differentiëren binnen de klas is erg belangrijk. NT-1 leerlingen hebben andere
woorden nodig dan NT-2 kinderen en daar moet in het aanbod rekening mee gehouden
worden. Het is goed mogelijk om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren vanuit
een brede pedagogische visie op de ontwikkeling en het inbedden van het taalonderwijs in
spelverhalen.

Taal en vertellen
Taal wordt vooral gebruikt voor kinderen om zich te uiten, om onder woorden te brengen wat
hen bezighoudt en om hun handelen en denken te sturen. Hoe meer ze willen vertellen, hoe
meer stimulansen dit oplevert om taal te gebruiken en uit te breiden. Heel jonge kinderen
praten aanvankelijk over wat ze doen en over de dingen om hen heen. Niet alleen in het hier
en nu, maar ook over dingen en gebeurtenissen die niet direct aanwezig zijn.

Onderhandelen in een gesprek
Als kinderen en leerkrachten samen zoeken naar antwoorden of oplossingen, zijn ze aan het
onderhandelen. Ze verkennen en vergelijken verschillende voorstellen en betekenissen. Ze
leren daardoor open te staan voor elkaars ideeën en voor verschillende betekenissen. Ze
kunnen ervaren dat iets meerdere betekenissen heeft of kan hebben.

Representeren en schematiseren
In spelverhalen krijgen kinderen met representaties te maken: een vervanging van de
werkelijkheid in de vorm van een afbeelding, een tekening, knutselwerk of bouwwerk. Ze
verkennen zo de wereld van symbolen en tekens. Deze reken-wiskundeactiviteiten
bevorderen de denkontwikkeling doordat een kind zich ervan bewust is dat de representatie
niet hetzelfde is als de werkelijkheid: dat het een bepaalde betekenis heeft die verwijst naar
de werkelijkheid. De meest concrete vorm is voorwerpen door iets anders vervangen: een
stuk karton in plaats van echte planken voor de ophaalbrug of een lapje blauwe stof op de
verteltafel als verbeelding van de slotgracht. Dit is symbolisering van de eerste orde.
Het schematiseren bij jonge kinderen kan men bevorderen door het spelkarakter van de
activiteit niet aan te tasten. De communicatieve context is belangrijk en bevordert dat
kinderen nauwkeurig schematisch weergeven en nadenken over de herkenbaarheid voor
anderen.

Geletterdheid in een spel
Vertellen doe je op verschillende manieren (praten, tekenen, teksten maken). Het rollenspel
zit vol uitnodigingen om te spelen dat je leest en schrijft. Context is ook heel belangrijk
(groep 3 en 4) omdat dit verhalen uitlokt en kinderen inspireert teksten te maken en lees- en
schrijfvaardigheden als betekenisvolle activiteit toe te passen.

Gecijferdheid in spel
Het leren rekenen/wiskunde betekent dat je als kind de verhalen over de getallenwereld en
de ruimtelijke aspecten van de werkelijkheid gaat leren. De leerkracht kan voortborduren op
wat kinderen al zelf denken en kunnen zodat het voor de kinderen hun eigen verhaal wordt.

2.3 Van manipulerend spel naar rollenspel
In de leeftijd 3 tot 7 jaar staan het bewegen, manipuleren en de overgangen naar rol
gebonden handelingen, rollenspel, regisserend spel en de bewuste leeractiviteiten centraal.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 2
Geüpload op
20 januari 2020
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
kerivannoorden Iselinge Hogeschool Doetinchem
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
14
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
11
Documenten
42
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen