Hoofdstuk 1:
1. Leg uit wat superdiversiteit is. Welke 2 kenmerken passen hierbij.
2. Noem de 5 D’s van Kwame Nimako
3. Licht bij elke benadering de voor en/of de nadelen toe.
4. Een ander woord voor intersectionaliteit.
5. Leg uit wat hiermee bedoeld wordt.
6. Wat is de essentie van kruispuntdenken:
7. Leg uit wat Geldhof bedoeld met kwantitatieve en kwalitatieve dimensies.
8. Wat wordt er bedoeld met een Majority-Minority city?
9. Noem de 8 identiteitsaspecten.
10. Wat wordt er bedoeld met meervoudig kijken.
11. Noem de 8 domeinen van Geldhof waarop de diversiteit in de diversiteit doorwerkt.
12. Welke 5 veranderingen zien wij terug door nieuwe technologieën volgens
Blommaert. Leg uit.
13. Voor welke 3 uitdagingen staat het onderwijs vanuit pedagogisch perspectief.
Hoofdstuk 2:
1. Welke transformatie heeft Nederland door gemaakt?
2. Een andere naam voor decentralisatie.
3. Noem 6 decentralisaties.
4. In het sociale domein wordt gesproken over 3 transities welke zijn dat leg uit.
5. Wat is transformatie.
6. Wat bedoeld van Ewijk met meervoudig loyaal zijn.
7. Wat wordt bedoeld met meervoudig verbinden.
8. Tot welke 3 principes staat het meervoudig verbinden in relatie.
9. Uit welke 6 hoofddimensies bestaat positieve gezondheid.
10. Welke 3 sociale contexten zijn te onderscheiden als we kijken naar het sociaal
functioneren en sociale kwaliteit.
11. Leg uit wat de 3 sociale contexten zijn.
12. Welke 3 punten staan in de driehoek van complexe context van sociaal werk.
13. Leg de 3 punten uit.
14. Leg uit wat een T-schapted professional is:
15. Wat wordt bedoeld met sociale kwetsbaarheid.
16. Welke 5 elementen van sociale kwetsbaarheid zijn er.
17. Wat is actief burgerschap.
18. Onder welke drie samenhangende principes kan je dit vatten leg uit.
19. Waar is er vaak sprake van bij meervoudig kwetsbare mensen.
20. Wat wordt bedoeld met externe locus of control
21. Welke taak heeft de social werker om de verbindingsproblematiek te verminderen
noem er 3.
22. De kunst van het meervoudig verbinden noemt Ewijk er 4 welke zijn dat. Let uit.
23. Welke 3 hoofdterreinen onderscheidt van Ewijk binnen het sociaal werk.
24. Leg uit waar de drie hoofdterreinen betrekking op heeft.
25. Leg de drie begrippen uit. Sociale competenties, Culturele competenties,
interculturele competenties.
26. Welke 3 centrale rollen vallen nu onder de rol van de sociaal werker.
Hoofdstuk 3:
1. Wat is cultuur.
1. Leg uit wat superdiversiteit is. Welke 2 kenmerken passen hierbij.
2. Noem de 5 D’s van Kwame Nimako
3. Licht bij elke benadering de voor en/of de nadelen toe.
4. Een ander woord voor intersectionaliteit.
5. Leg uit wat hiermee bedoeld wordt.
6. Wat is de essentie van kruispuntdenken:
7. Leg uit wat Geldhof bedoeld met kwantitatieve en kwalitatieve dimensies.
8. Wat wordt er bedoeld met een Majority-Minority city?
9. Noem de 8 identiteitsaspecten.
10. Wat wordt er bedoeld met meervoudig kijken.
11. Noem de 8 domeinen van Geldhof waarop de diversiteit in de diversiteit doorwerkt.
12. Welke 5 veranderingen zien wij terug door nieuwe technologieën volgens
Blommaert. Leg uit.
13. Voor welke 3 uitdagingen staat het onderwijs vanuit pedagogisch perspectief.
Hoofdstuk 2:
1. Welke transformatie heeft Nederland door gemaakt?
2. Een andere naam voor decentralisatie.
3. Noem 6 decentralisaties.
4. In het sociale domein wordt gesproken over 3 transities welke zijn dat leg uit.
5. Wat is transformatie.
6. Wat bedoeld van Ewijk met meervoudig loyaal zijn.
7. Wat wordt bedoeld met meervoudig verbinden.
8. Tot welke 3 principes staat het meervoudig verbinden in relatie.
9. Uit welke 6 hoofddimensies bestaat positieve gezondheid.
10. Welke 3 sociale contexten zijn te onderscheiden als we kijken naar het sociaal
functioneren en sociale kwaliteit.
11. Leg uit wat de 3 sociale contexten zijn.
12. Welke 3 punten staan in de driehoek van complexe context van sociaal werk.
13. Leg de 3 punten uit.
14. Leg uit wat een T-schapted professional is:
15. Wat wordt bedoeld met sociale kwetsbaarheid.
16. Welke 5 elementen van sociale kwetsbaarheid zijn er.
17. Wat is actief burgerschap.
18. Onder welke drie samenhangende principes kan je dit vatten leg uit.
19. Waar is er vaak sprake van bij meervoudig kwetsbare mensen.
20. Wat wordt bedoeld met externe locus of control
21. Welke taak heeft de social werker om de verbindingsproblematiek te verminderen
noem er 3.
22. De kunst van het meervoudig verbinden noemt Ewijk er 4 welke zijn dat. Let uit.
23. Welke 3 hoofdterreinen onderscheidt van Ewijk binnen het sociaal werk.
24. Leg uit waar de drie hoofdterreinen betrekking op heeft.
25. Leg de drie begrippen uit. Sociale competenties, Culturele competenties,
interculturele competenties.
26. Welke 3 centrale rollen vallen nu onder de rol van de sociaal werker.
Hoofdstuk 3:
1. Wat is cultuur.