Boek: Testtheorie Inleiding in de theorie van de psychologische test en zijn toepassingen (2006)
Prof dr. P.J.D. Drenth en prof. Dr. K. Sijtsma (vierde druk)
Tentamen 29 januari: 24 vierkeuzevragen, geen open vragen. Schriftelijke opdracht: schrijven van
methodesectie, resultatensectie en brief. Vanaf pagina 32 formuleboekje!
Hoorcollege 1 - 8 januari H1&H2
Belangrijkste principes bij bepalen kwaliteit van meetinstrumenten: standaardisatie, objectiviteit, normen,
betrouwbaarheid, validiteit.
Meetinstrumenten: in de pedagogiek en onderwijswetenschappen meestal:
Test: de respondent moet zijn best doen. Vb.:
Maximum performance test (test voor prestatieniveau)
RAKIT: Revisie Amsterdamse Kinder Intelligentietest
Cito eindtoets basisonderwijs
Vragenlijst: de respondent moet eerlijk zijn. Vb.:
Typical performance test (test voor gedragswijze)
ALS: Attitudeschaal Sociale Limieten
Basisexamen inburgering
Kennis van testen en meten is extreem belangrijk voor pedagogen en onderwijswetenschappers
Bij vrijwel al het onderzoek worden test of vragenlijsten gebruikt
Bij heel veel belangrijke beslissingen worden tests of vragenlijsten gebruikt
Opbouw/methode van test/vragenlijst:
Item: stam (vraag) + antwoordopties
Toets/Vragenlijst: verzameling items
Respondent: degene bij wie de test wordt
afgenomen
Testleider: degene die de afname doet
Itemscore: score die aan elk antwoord gegeven
wordt (dit is een variabele)
Testscore/schaalscore: som van de itemscores
(dit is ook een variabele die gebruikt wordt om
een begrip te meten). Bijv. testscore = 0 + 1+ 0
+ 0 = 1.
Beoordelaar: degene die het antwoord omzet
in een score
Norm: vergelijking testscore met andere testscores.
Is het een goede vragenlijst?:
Vragen die je kunt afstellen bij de vragenlijst:
Zijn de testscores zinvol te interpreten
Meet de vragenlijst wat het moet meten
Zij de items van goede kwaliteit
Zijn er genoeg items
Antwoorden:
De kwaliteit kun je deels bepalen zonder afname (kennis en ervaring)
De kwaliteit kan je deels bepalen door te pre-testen
De kwaliteit kun je deels alleen bepalen na langdurig onderzoek
Advies:
Gebruik ‘zo mogelijk’ bestaande gevalideerde vragenlijsten.
,Drie prototypes van testgebruikers:
1. Ongeïnteresseerde: vindt alles m.b.t. het meten van psychologische constructen met test
volslagen oninteressant. Bovenaan in de driehoek
2. Gelovige: neemt de testscore en interpretatie daarvan direct voor waar aan, zonder enige
bedenkingen. Linksonder in de driehoek.
3. Doemdenker: gelooft dat het onmogelijk is om met psychologische test iets over
psychologische constructen te zeggen. Rechtsonder in de driehoek.
Vraagvorm:
Dichotome items: twee itemscors Xg = 0 of Xg = 1
Polytome items: meer dan twee itemscores, bijv. Xg = {0, 1, 2, 3, 4}
Testscore: X = sum (met SPSS) -> nodig voor schrijfopdracht.
Transform
Compute Variable
Target Variable: X
Nummeric Expression: Variabele A + Variabele B of sum (1e variabele to laatste
variabele) -> bijv. sum(georganiseerd to nauwkeurig).
Paste
Selecteren: compute X=sum … excute
Run (groene play-knop) aanklikken
Totaalscore komt bij de datavieuw.
Contra-indicatieve items: tegenovergestelde items; bijv. georganiseerd versus verward.
Verward is dan de contra-indicatieve item (als de vragenlijst gaat over planningen).
,Herhaling statistiek:
Afwijkingsscores/z-scores (a-waarden)
Afwijkingsscore (deviatiescore):
xi = Xi – X(mean)
Geeft afwijking van groepsgemiddelde op de originele schaal
Gemiddelde deviatiescore is altijd 0, SD gelijk aan S(X)
Z-score:
Zxi = Xi-X(mean)/Sx (standaarddeviatie)
Geeft afwijking van groepsgemiddelde in aantal standaarddeviaties
Gemiddelde is altijd 0, standaarddeviatie is altijd 1.
Covariantie
Hoeveel wordt er gemiddeld bijgedragen?
S(X,Y) = Som (X)(Y)/N
Delen door 10
Correlatie
o R(X,Y) = S(X,Y)/(S(X)*S(Y))
Gemiddelde = p-waarde
Variantie kan nooit
groter zijn dan 0.25
Wat zijn de gemiddelde en de standaarddeviatie van een Z-score?
Z-score heeft altijd een gemiddelde van 0, en altijd een standaarddeviatie en een variantie van 1.
,