Nieuwe Media en Communicatie (NMC)
Artikelen
‘Critical analysis of interactive media with software affordances’ - Curinga
Sociaal constructivisme betekent dat technologie een instrument is dat wordt aangestuurd door
sociale kwesties; technologie wordt geconstrueerd door menselijke interpretatie en kan daar niet
onafhankelijk van bestaan, net zoals dat tekst zonder menselijke interpretatie geen betekenis heeft
Ui-model technologie wordt als tekst geconstrueerd door de menselijke interpretatie van makers en
gebruikers; zo wordt technologie voorzien van lagen van betekenis; net als een ui heeft technologie
geen kern, of essentie
Grint en Woolgar (1997) technologieën zijn als teksten, die geschreven (ontwikkeld) zijn door
ontwikkelaars, marketeers en producenten, en gelezen (gebruikt) worden door gebruikers,
wetenschappers en consumenten; schrijvers kunnen betekenissen toekennen aan het technologische
artefact, beïnvloed door sociale, economische, en politieke factoren, en hiermee het aantal
mogelijke interpretaties beperken; lezers interpreteren het technologische artefact voor hun eigen
doeleinden, niet voorzien door de makers
Nicholas Carr (2008) stelt dat onze collectieve capaciteit om diepe problemen op te lossen en om
moeilijke teksten te lezen door hyperlinks en intellectuele technologieën vermindert; volgens Carr is
er een direct verband tussen het technologische ontwerp van het internet en cognitieve en sociale
veranderingen; het Internet verslechtert ons concentratie- en reflectievermogen, terwijl het lezen
van opeenvolgende pagina’s van gedrukte boeken dit bevordert
Ø Kritiek op Carr is dat Google en hyperlinks dateren voor het wijdverbreide gebruik van het
internet; hyperteksttechnologie zou diep lezen kunnen ondersteunen, omdat het lezers
uitdaagt om onderwerpen volledig te verkennen, dieper te graven in gebieden die ze niet
begrijpen en om meer controle over hun lezen uit te oefenen
Technologisch determinisme betekent dat technologie een machtsmiddel is dat sociale kwesties
stuurt; veranderingen in de technologie vormen de belangrijkste bron voor veranderingen in de
samenleving
Ø Volgens Curinga legt het technologisch determinisme teveel macht bij de technologie met
geringe focus op de menselijke actor, en sociale, politieke, en economische factoren
Technologisch artifacten vormen volgens Hutchby geen ‘tabula rasa’ (leeg blad) vatbaar voor elke
interpretatie, omdat de acties/handelingsmogelijkheden die een technologie mogelijk maakt beperkt
zijn; affordances bieden inzicht in de reeks van acties die beschikbaar worden gesteld aan een
specifieke agent binnen een gegeven software systeem; affordances bestaan in de relatie tussen
actor en zijn of haar omgeving; dezelfde omgeving biedt dus verschillende affordances voor
verschillende actoren
VB. de meeste mensen kunnen gebruik maken van de affordance die een trap biedt (naar
boven of beneden lopen), maar iemand in een rolstoel kan dit niet
Verschil tussen materialiteit en affordances
- Affordances zijn de acties/handelingsmogelijkheden die door een object beschikbaar worden
gesteld aan een bepaalde actor
- Materialiteit van digitale media betreft de collectie van affordances die handelingen tegelijkertijd
mogelijk maken en beperken; digitale media hebben een wezenlijk bestaan, en bieden beperkingen
en mogelijkheden voor acties net als fysieke objecten doen
,‘Facebook as a tool for producing sociality and connectivity- van Dijck
Dit artikel bespreekt of sociale media leiden tot een nieuwe publieke sfeer, een andere private sfeer,
of een verschillende bedrijfssfeer?; Facebook wordt als voorbeeld gebruikt
Sociale mediaplatformen vormen een contested space waarin de private, publieke en bedrijfssfeer
met elkaar in strijd zijn bij het produceren van nieuwe normen van socialiteit en connectiviteit?
Volgens van Dijck is er weinig noodzaak voor een nieuwe sfeer, maar meer behoefte aan een theorie
over hoe de communicatieruimte betwist wordt
Socialiteit en connectiviteit worden steeds meer geproduceerd door genetwerkte platformen; door
de continu stroom van informatieve communicatie via digitale platformen is er een nieuwe
communicatie ruimte aan het ontwikkelen, bestaand uit verschillende niches die nooit af zijn, maar
zich continu aan het ontwikkelen zijn
- Sociale netwerksites (SNSs), zoals Facebook, Twitter, Linkedin, etc.
- User-generated content (UGC), zoals YouTube, Wikipedia, MySpace, etc.
Web 2.0 refereert aan de ontwikkeling van het internet tot een interactief medium, waarop
gebruikers niet alleen content kunnen downloaden, maar ook zelf content kunnen plaatsen
Drie vragen
- Garanderen sociale media platformen de opkomst van een nieuwe publieke sfeer?
- Transformeren sociale media onze private sfeer, waarbij onze normen van persoonlijke
communicatie en privacy worden uitgedaagd?
- Moeten sociale media platformen in de bedrijfssfeer worden ingezet, omdat hun werking bepaald
wordt door marktkrachten en goederenuitwisseling?
Habermas (1989) stelt dat er een verandering van de publieke sfeer plaatsvond tussen de 18de en
20de eeuw; hij positioneert de publieke sfeer tussen de private sfeer (waar mensen werken, goederen
uitwisselen en hun families voorzien) en de sfeer van de publieke autoriteit (de staat, de wet en de
heersende klasse)
Ontwikkelingen van de publieke sfeer
- Vroeger was de publieke sfeer een plek waar mensen samenkwamen voor discussie, debat en het
uitwisselen van meningen, die niets te maken hadden met commerciële transacties; mensen
verzamelden zich in koffiehuizen en salons; deze werden niet beïnvloed door de staat, de kerk en
marktkrachten
- Door de opkomst van de commerciële drukpers, de groeiende geletterdheid en meer toegang tot
geprinte literatuur ging deze publieke sfeer verloren; massamedia werden ingezet voor politieke
manipulatie en adverteren; de staat en de markt namen communicatiestromen over om zo het
sociale gedrag en de politieke voorkeur via retorische strategieën te beïnvloeden
- De opkomst van het internet gaf hoop om terug te gaan naar de oude publieke sfeer waar mensen,
zonder invloed van de staat en markt, zich met elkaar konden verbinden en verschillende
ongefilterde meningen konden uitwisselen
Genetwerkte publieke sfeer = non-staat, non-markt sector van informatie, die het internet
benadrukt als een technologische infrastructuur die de uitwisseling van ongezouten meningen
faciliteert
Ideaal volgens Habermas is dat de publieke sfeer geïsoleerde meningen samenbrengt in zo de
publieke collectieve mening tot een geïnformeerd besluit te laten leiden; het internet dient niet
alleen als een middel om connecties te faciliteren, maar manifesteert zichzelf als een medium dat
verbindingen smeedt tussen mensen, ideeën en dingen
, Sociale mediaplatformen zijn echter geen ‘vrije ruimtes’ waar ongereguleerde meningen kunnen
worden uitgewisseld om collectieve meningen te vormen; platformen weerhouden individuen ervan
betrokken te raken in echte politieke activiteiten, doordat ze hun betrokkenheid transformeren in
een ‘point-and-click’ politiek die ineffectief is als sociaal gereedschap; ook staan platformen open
voor censuur door de overheid; staat en markt oefenen invloed uit op het internet
Habermas ziet web 2.0 niet als een nieuwe publieke sfeer die als middel dient om sociale interactie
mogelijk te maken; web 2.0 is een sociale ruimte waarin normen van communicatie en interactie
worden geproduceerd; mediakanalen dragen bij aan het creëren van collectieve meningen
Facebook bemiddelt socialiteit, in plaats van te mediëren; door middel van algoritmes worden er
connecties gelegd tussen gebruikers met overeenkomende meningen
Volgens van Dijck is er dus geen sprake van het ontstaan van een nieuwe publieke sfeer, omdat staat
en markt invloed uitoefenen op het internet
Sociale mediaplatformen produceren niet alleen normen van socialiteit, maar veranderen ook de
regels met betrekking tot de bescherming van de private sfeer; kritiek op Facebook is dat het privacy
regels overschrijdt en controle van gebruikers over hun privacy vermindert; volgens Zuckerberg moet
Facebook een ‘meer open ruimte’ worden en is privacy een ‘ontwikkelende sociale norm’
Gebruikers bepalen welke informatie ze delen met vrienden, een grotere cirkel van vrienden, of het
openbaar; door onthulling van persoonlijke informatie neemt de zichtbaarheid van de gebruiker toe,
waardoor het als publiciteitsstrategie wordt ingezet; sociale media, met name Facebook, verleggen
de grenzen van de privésfeer door gebruikers aan te zetten tot het openbaar maken van hun
persoonlijke informatie in ruil voor participatie; sociale media zijn ‘vervuilers’ van de privésfeer
Genetwerkt individu kan zichzelf manifesteren in publieke ruimtes en tegelijkertijd controle,
autonomie en zelfexpressie vaardigheden in de privésfeer behouden
Platformen moeten eerst ‘cool’ zijn en een groot aantal leden hebben, voordat ze winstgevende
strategieën kunnen toepassen zonder gebruikers te verliezen
VB. gericht adverteren, gepersonaliseerde data verkopen
Drie economische waarden
- Aandacht betreft het concept van zoveel mogelijk views krijgen door (onbewuste) blootstelling, wat
belangrijk is voor het adverteren
- Populariteit verkrijgen is belangrijk voor degenen die hun online reputatie willen versterken
- Connectiviteit markten waar mensen tegelijkertijd ontmoeten, werken en goederen uitwisselen,
bieden echte economische waarde
Verschil socialiteit en connectiviteit
- Sociale media versterken de mogelijkheid tot online verbondenheid (socialiteit); socialiteit komt uit
onszelf en is ongestuurd; we maken zelf de keuze om connecties te maken
- Bij connectiviteit wordt het vormen van sociale connecties gemanipuleerd; connecties worden voor
je gemaakt met behulp van algoritmes ten gunste van commerciële doeleinden, in plaats van sociale
en publieke doeleinden
Internet is een connectiviteitscultuur gedreven door platformen die persoonlijke verbindingen
vermarkten, oftewel omzetten in verhandelbare producten met economische waarde
Economisch succes is afhankelijk van de gebalanceerde mix tussen sociale media als
ontmoetingsplaatsen (om contacten te leggen en te socialiseren), werkplaatsen (om content te
creëren en publieke zichtbaarheid te vergroten), en marktplaatsen (om goederen uit te wisselen, te
ruilen, of te verkopen)
Artikelen
‘Critical analysis of interactive media with software affordances’ - Curinga
Sociaal constructivisme betekent dat technologie een instrument is dat wordt aangestuurd door
sociale kwesties; technologie wordt geconstrueerd door menselijke interpretatie en kan daar niet
onafhankelijk van bestaan, net zoals dat tekst zonder menselijke interpretatie geen betekenis heeft
Ui-model technologie wordt als tekst geconstrueerd door de menselijke interpretatie van makers en
gebruikers; zo wordt technologie voorzien van lagen van betekenis; net als een ui heeft technologie
geen kern, of essentie
Grint en Woolgar (1997) technologieën zijn als teksten, die geschreven (ontwikkeld) zijn door
ontwikkelaars, marketeers en producenten, en gelezen (gebruikt) worden door gebruikers,
wetenschappers en consumenten; schrijvers kunnen betekenissen toekennen aan het technologische
artefact, beïnvloed door sociale, economische, en politieke factoren, en hiermee het aantal
mogelijke interpretaties beperken; lezers interpreteren het technologische artefact voor hun eigen
doeleinden, niet voorzien door de makers
Nicholas Carr (2008) stelt dat onze collectieve capaciteit om diepe problemen op te lossen en om
moeilijke teksten te lezen door hyperlinks en intellectuele technologieën vermindert; volgens Carr is
er een direct verband tussen het technologische ontwerp van het internet en cognitieve en sociale
veranderingen; het Internet verslechtert ons concentratie- en reflectievermogen, terwijl het lezen
van opeenvolgende pagina’s van gedrukte boeken dit bevordert
Ø Kritiek op Carr is dat Google en hyperlinks dateren voor het wijdverbreide gebruik van het
internet; hyperteksttechnologie zou diep lezen kunnen ondersteunen, omdat het lezers
uitdaagt om onderwerpen volledig te verkennen, dieper te graven in gebieden die ze niet
begrijpen en om meer controle over hun lezen uit te oefenen
Technologisch determinisme betekent dat technologie een machtsmiddel is dat sociale kwesties
stuurt; veranderingen in de technologie vormen de belangrijkste bron voor veranderingen in de
samenleving
Ø Volgens Curinga legt het technologisch determinisme teveel macht bij de technologie met
geringe focus op de menselijke actor, en sociale, politieke, en economische factoren
Technologisch artifacten vormen volgens Hutchby geen ‘tabula rasa’ (leeg blad) vatbaar voor elke
interpretatie, omdat de acties/handelingsmogelijkheden die een technologie mogelijk maakt beperkt
zijn; affordances bieden inzicht in de reeks van acties die beschikbaar worden gesteld aan een
specifieke agent binnen een gegeven software systeem; affordances bestaan in de relatie tussen
actor en zijn of haar omgeving; dezelfde omgeving biedt dus verschillende affordances voor
verschillende actoren
VB. de meeste mensen kunnen gebruik maken van de affordance die een trap biedt (naar
boven of beneden lopen), maar iemand in een rolstoel kan dit niet
Verschil tussen materialiteit en affordances
- Affordances zijn de acties/handelingsmogelijkheden die door een object beschikbaar worden
gesteld aan een bepaalde actor
- Materialiteit van digitale media betreft de collectie van affordances die handelingen tegelijkertijd
mogelijk maken en beperken; digitale media hebben een wezenlijk bestaan, en bieden beperkingen
en mogelijkheden voor acties net als fysieke objecten doen
,‘Facebook as a tool for producing sociality and connectivity- van Dijck
Dit artikel bespreekt of sociale media leiden tot een nieuwe publieke sfeer, een andere private sfeer,
of een verschillende bedrijfssfeer?; Facebook wordt als voorbeeld gebruikt
Sociale mediaplatformen vormen een contested space waarin de private, publieke en bedrijfssfeer
met elkaar in strijd zijn bij het produceren van nieuwe normen van socialiteit en connectiviteit?
Volgens van Dijck is er weinig noodzaak voor een nieuwe sfeer, maar meer behoefte aan een theorie
over hoe de communicatieruimte betwist wordt
Socialiteit en connectiviteit worden steeds meer geproduceerd door genetwerkte platformen; door
de continu stroom van informatieve communicatie via digitale platformen is er een nieuwe
communicatie ruimte aan het ontwikkelen, bestaand uit verschillende niches die nooit af zijn, maar
zich continu aan het ontwikkelen zijn
- Sociale netwerksites (SNSs), zoals Facebook, Twitter, Linkedin, etc.
- User-generated content (UGC), zoals YouTube, Wikipedia, MySpace, etc.
Web 2.0 refereert aan de ontwikkeling van het internet tot een interactief medium, waarop
gebruikers niet alleen content kunnen downloaden, maar ook zelf content kunnen plaatsen
Drie vragen
- Garanderen sociale media platformen de opkomst van een nieuwe publieke sfeer?
- Transformeren sociale media onze private sfeer, waarbij onze normen van persoonlijke
communicatie en privacy worden uitgedaagd?
- Moeten sociale media platformen in de bedrijfssfeer worden ingezet, omdat hun werking bepaald
wordt door marktkrachten en goederenuitwisseling?
Habermas (1989) stelt dat er een verandering van de publieke sfeer plaatsvond tussen de 18de en
20de eeuw; hij positioneert de publieke sfeer tussen de private sfeer (waar mensen werken, goederen
uitwisselen en hun families voorzien) en de sfeer van de publieke autoriteit (de staat, de wet en de
heersende klasse)
Ontwikkelingen van de publieke sfeer
- Vroeger was de publieke sfeer een plek waar mensen samenkwamen voor discussie, debat en het
uitwisselen van meningen, die niets te maken hadden met commerciële transacties; mensen
verzamelden zich in koffiehuizen en salons; deze werden niet beïnvloed door de staat, de kerk en
marktkrachten
- Door de opkomst van de commerciële drukpers, de groeiende geletterdheid en meer toegang tot
geprinte literatuur ging deze publieke sfeer verloren; massamedia werden ingezet voor politieke
manipulatie en adverteren; de staat en de markt namen communicatiestromen over om zo het
sociale gedrag en de politieke voorkeur via retorische strategieën te beïnvloeden
- De opkomst van het internet gaf hoop om terug te gaan naar de oude publieke sfeer waar mensen,
zonder invloed van de staat en markt, zich met elkaar konden verbinden en verschillende
ongefilterde meningen konden uitwisselen
Genetwerkte publieke sfeer = non-staat, non-markt sector van informatie, die het internet
benadrukt als een technologische infrastructuur die de uitwisseling van ongezouten meningen
faciliteert
Ideaal volgens Habermas is dat de publieke sfeer geïsoleerde meningen samenbrengt in zo de
publieke collectieve mening tot een geïnformeerd besluit te laten leiden; het internet dient niet
alleen als een middel om connecties te faciliteren, maar manifesteert zichzelf als een medium dat
verbindingen smeedt tussen mensen, ideeën en dingen
, Sociale mediaplatformen zijn echter geen ‘vrije ruimtes’ waar ongereguleerde meningen kunnen
worden uitgewisseld om collectieve meningen te vormen; platformen weerhouden individuen ervan
betrokken te raken in echte politieke activiteiten, doordat ze hun betrokkenheid transformeren in
een ‘point-and-click’ politiek die ineffectief is als sociaal gereedschap; ook staan platformen open
voor censuur door de overheid; staat en markt oefenen invloed uit op het internet
Habermas ziet web 2.0 niet als een nieuwe publieke sfeer die als middel dient om sociale interactie
mogelijk te maken; web 2.0 is een sociale ruimte waarin normen van communicatie en interactie
worden geproduceerd; mediakanalen dragen bij aan het creëren van collectieve meningen
Facebook bemiddelt socialiteit, in plaats van te mediëren; door middel van algoritmes worden er
connecties gelegd tussen gebruikers met overeenkomende meningen
Volgens van Dijck is er dus geen sprake van het ontstaan van een nieuwe publieke sfeer, omdat staat
en markt invloed uitoefenen op het internet
Sociale mediaplatformen produceren niet alleen normen van socialiteit, maar veranderen ook de
regels met betrekking tot de bescherming van de private sfeer; kritiek op Facebook is dat het privacy
regels overschrijdt en controle van gebruikers over hun privacy vermindert; volgens Zuckerberg moet
Facebook een ‘meer open ruimte’ worden en is privacy een ‘ontwikkelende sociale norm’
Gebruikers bepalen welke informatie ze delen met vrienden, een grotere cirkel van vrienden, of het
openbaar; door onthulling van persoonlijke informatie neemt de zichtbaarheid van de gebruiker toe,
waardoor het als publiciteitsstrategie wordt ingezet; sociale media, met name Facebook, verleggen
de grenzen van de privésfeer door gebruikers aan te zetten tot het openbaar maken van hun
persoonlijke informatie in ruil voor participatie; sociale media zijn ‘vervuilers’ van de privésfeer
Genetwerkt individu kan zichzelf manifesteren in publieke ruimtes en tegelijkertijd controle,
autonomie en zelfexpressie vaardigheden in de privésfeer behouden
Platformen moeten eerst ‘cool’ zijn en een groot aantal leden hebben, voordat ze winstgevende
strategieën kunnen toepassen zonder gebruikers te verliezen
VB. gericht adverteren, gepersonaliseerde data verkopen
Drie economische waarden
- Aandacht betreft het concept van zoveel mogelijk views krijgen door (onbewuste) blootstelling, wat
belangrijk is voor het adverteren
- Populariteit verkrijgen is belangrijk voor degenen die hun online reputatie willen versterken
- Connectiviteit markten waar mensen tegelijkertijd ontmoeten, werken en goederen uitwisselen,
bieden echte economische waarde
Verschil socialiteit en connectiviteit
- Sociale media versterken de mogelijkheid tot online verbondenheid (socialiteit); socialiteit komt uit
onszelf en is ongestuurd; we maken zelf de keuze om connecties te maken
- Bij connectiviteit wordt het vormen van sociale connecties gemanipuleerd; connecties worden voor
je gemaakt met behulp van algoritmes ten gunste van commerciële doeleinden, in plaats van sociale
en publieke doeleinden
Internet is een connectiviteitscultuur gedreven door platformen die persoonlijke verbindingen
vermarkten, oftewel omzetten in verhandelbare producten met economische waarde
Economisch succes is afhankelijk van de gebalanceerde mix tussen sociale media als
ontmoetingsplaatsen (om contacten te leggen en te socialiseren), werkplaatsen (om content te
creëren en publieke zichtbaarheid te vergroten), en marktplaatsen (om goederen uit te wisselen, te
ruilen, of te verkopen)