Lesdoelen:
De student ontwikkelt een houding die gebaseerd is op het erkennen van verschillen tussen
leerlingen en de uniciteit van individuen in een groep.
De student kan pedagogische argumenten geven voor passend onderwijs.
De student is zich bewust van zijn eigen denkbeelden, vooroordelen en verwachtingen van
kinderen en de verschillen tussen kinderen.
De student denkt na op welke manier hij in zijn onderwijs rekening wil of kan houden met
verschillende onderwijsbehoeften van kinderen.
De wet op passend onderwijs: 2014 ingevoerd. Steeds meer bijzondere kinderen gaan naar het
reguliere onderwijs. De gedachte was kinderen van elkaar laten leren.
Luc stevens vind deze naam niet passend, hij zegt dat het onderwijs al passend was. Hij denkt dat wij
gedragsproblemen creëren met dit systeem.
Soorten verschillen
Uiterlijk
Gender
Seksuele kennis per leeftijd:
Tot 2 jaar: uiterlijke kenmerken, stereotype rollen, basisgeslachtsidentiteit (ik ben jongen/
meisje)
3 a 4 jaar: kennis seks specifiek speelgoed/ beroep, redelijke sekserolopvatting
6 jaar: Seks specifieke interesses en prestaties, flexibilisering sekserolopvatting,
geslachtsconstantie
Adolescentie: Extra dimensie ontstaat door seksuele belangstelling, voltooiing
geslachtsidentiteit
Sociaal economische status (SES) (uit welke wijk komt een gezin, verenigingen, opleidingen,
financieel?)
Specifieke onderwijsbehoeften (bijvoorbeeld adhd of autisme, maar ook of een kind druk is
of niet, of goed is in talen of rekenen)
Cultuurverschillen verschillen tussen landen, maar ook verschillen tussen wijken of steden
en dorpen
Temperament wordt een kind snel boos, of zit het kind stil in de klas of een langzame starter
of een heel gemakkelijk of moeilijk kind
Sensitiviteit heel gevoelig, prikkels komen heel sterk binnen
Persoonlijkheid the big five bij kinderen: Extraversie, Vriendelijkheid, Gewetensvolheid,
Emotionele stabiliteit, Ideeënrijkdom
Intelligentie je IQ is veranderlijk en intelligentie volgens Gardner (KNAPs)
Leerstijlen
Leerkracht 3 college 2: Uitgaan van verschillen door
procesgericht werken op groepsniveau
Lesdoelen:
Studenten ontwikkelen een houding waarbij ze de kwaliteit van het leerproces beoordelen
a.d.h.v. vier kwaliteitsmeters: welbevinden, betrokkenheid, competentie en prestatie.
Studenten kunnen aangeven in welke mate ze het theoretische gedachtegoed van
procesgericht werken herkennen in hun stagepraktijk
, De student onderkent dat pedagogische en didactische gegevens op groepsniveau
verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd kunnen worden (als belangrijk element van
handelingsgericht werken – HGW - in de fasen waarnemen en begrijpen).
Studenten oefenen met het meten van betrokkenheid en welbevinden behulp van
zintuigelijke waarnemingen, als kwaliteitsmeters van het leerproces.
Welbevinden en betrokkenheid
De signalen van welbevinden:
Openheid en spontaniteit
Zelfvertrouwen en assertiviteit
Innerlijke rust en een positief zelfbeeld
Zichzelf durven zijn
Genieten en plezier beleven
Niveaus van welbevinden: (het zijn 5 niveaus)
De signalen van betrokkenheid:
Hoge concentratie en tijdvergeten bezig zijn
Bewegen zich aan de grens van hun mogelijkheden
Aanspraakbaar voor wat de omgeving te bieden heeft
Nauwkeurig aan het werk
Intrinsieke motivatie
Mimiek en houding
Enorme voldoening ervaren
,