Samenvatting Economie H6+8+9, Lesbrief Jong & Oud
Hoofdstuk 6, Verzekeren
6.1 Vaste lasten
- Vaste lasten worden elke maand automatisch van je betaalrekening afgeboekt.
- Voorbeelden van vaste lasten zijn; de krant, energie, water, het verzekeringspakket, de
ziektekostenverzekering, mobiele telefoon, internet, motorrijtuigenbelasting, gemeentelijke
belastingen, vakbond, sportschool, hypotheek, waterschapsbelasting, kabelaansluiting,
goede doelen, enzo.
6.2 Risico
- Tegen veel risico’s kunnen mensen zich verzekeren, dat wil zeggen dat mogelijk schade
wordt vergoed. Maar hier moet je dan wel premie voor betalen.
- Hoe hoog de prijs is van deze premie hangt af van het bedrag dat je wil verzekeren en het
risico dat de verzekeringsmaatschappij loopt. Dit risico hangt af van de kans dat ze moet
uitkeren.
6.3 Particuliere en sociale verzekeringen
- Volksverzekeringen zijn sociale verzekeringen, deze worden door de overheid collectief
verplicht gesteld.
- Particuliere verzekeringen kun je op eigen initiatief afsluiten. Je kunt dan zelf beslissen of je
je verzekert en bij welke maatschappij, maar een verzekeringsmaatschappij mag ook
klanten weigeren. Voorbeelden zijn fietsverzekering, brandverzekering of reisverzekering.
- Met de hoogte van de premie van particuliere verzekeringen en de
verzekeringsvoorwaarden bemoeit de overheid zich niet. De premiehoogte wordt bij
particuliere verzekeringen bepaald door het risico.
- Sociale verzekeringen verzekeren mensen tegen inkomensverlies of tegen hoge kosten van
ziekte of kinderen. Dit zijn de verzekeringen tegen de gevolgen van werkloosheid(WW) of
ouderdom(AOW). De overheid bepaalt de verzekeringsvoorwaarden en stelt de premie
vast.
- Bij sociale verzekeringen is solidariteit belangrijk, dit wil zeggen dat de rijke opkomt voor
de arme, de gezonde voor de zieke, de werkende voor de werkloze. Wie meer inkomen
heeft moet meer premie betalen, de premie wordt geheven naar draagkracht. Bij sociale
verzekeringen wordt er bij het vaststellen van de premie niet gekeken naar het individuele
risico. Niemand kan uitgesloten worden van een sociale verzekering, iedereen wordt
geaccepteerd.
6.4 Volksverzekeringen en werknemersverzekeringen
- Bij de sociale verzekeringen onderscheiden we werknemersverzekeringen en
volksverzekeringen. Werknemersverzekeringen zijn alleen verplicht voor mensen in
loondienst. Volksverzekeringen voor iedereen die in Nederland woont.
- Sommige sociale verzekeringen dekken verlies van inkomen bij ziekte, werkloosheid,
arbeidsongeschiktheid en ouderdom. Je kunt dan geen geld verdienen door te werken.
Andere sociale verzekeringen dekken langdurige geneeskundige zorg(Wlz) of
kinderen(AKW).
- Bij sociale verzekeringen is de premie inkomensafhankelijk. Bij Werknemersverzekeringen
is de uitkering 70-75% van het laatstverdiende loon. Bij de meeste volksverzekeringen
krijgt iedereen dezelfde uitkering.
Hoofdstuk 6, Verzekeren
6.1 Vaste lasten
- Vaste lasten worden elke maand automatisch van je betaalrekening afgeboekt.
- Voorbeelden van vaste lasten zijn; de krant, energie, water, het verzekeringspakket, de
ziektekostenverzekering, mobiele telefoon, internet, motorrijtuigenbelasting, gemeentelijke
belastingen, vakbond, sportschool, hypotheek, waterschapsbelasting, kabelaansluiting,
goede doelen, enzo.
6.2 Risico
- Tegen veel risico’s kunnen mensen zich verzekeren, dat wil zeggen dat mogelijk schade
wordt vergoed. Maar hier moet je dan wel premie voor betalen.
- Hoe hoog de prijs is van deze premie hangt af van het bedrag dat je wil verzekeren en het
risico dat de verzekeringsmaatschappij loopt. Dit risico hangt af van de kans dat ze moet
uitkeren.
6.3 Particuliere en sociale verzekeringen
- Volksverzekeringen zijn sociale verzekeringen, deze worden door de overheid collectief
verplicht gesteld.
- Particuliere verzekeringen kun je op eigen initiatief afsluiten. Je kunt dan zelf beslissen of je
je verzekert en bij welke maatschappij, maar een verzekeringsmaatschappij mag ook
klanten weigeren. Voorbeelden zijn fietsverzekering, brandverzekering of reisverzekering.
- Met de hoogte van de premie van particuliere verzekeringen en de
verzekeringsvoorwaarden bemoeit de overheid zich niet. De premiehoogte wordt bij
particuliere verzekeringen bepaald door het risico.
- Sociale verzekeringen verzekeren mensen tegen inkomensverlies of tegen hoge kosten van
ziekte of kinderen. Dit zijn de verzekeringen tegen de gevolgen van werkloosheid(WW) of
ouderdom(AOW). De overheid bepaalt de verzekeringsvoorwaarden en stelt de premie
vast.
- Bij sociale verzekeringen is solidariteit belangrijk, dit wil zeggen dat de rijke opkomt voor
de arme, de gezonde voor de zieke, de werkende voor de werkloze. Wie meer inkomen
heeft moet meer premie betalen, de premie wordt geheven naar draagkracht. Bij sociale
verzekeringen wordt er bij het vaststellen van de premie niet gekeken naar het individuele
risico. Niemand kan uitgesloten worden van een sociale verzekering, iedereen wordt
geaccepteerd.
6.4 Volksverzekeringen en werknemersverzekeringen
- Bij de sociale verzekeringen onderscheiden we werknemersverzekeringen en
volksverzekeringen. Werknemersverzekeringen zijn alleen verplicht voor mensen in
loondienst. Volksverzekeringen voor iedereen die in Nederland woont.
- Sommige sociale verzekeringen dekken verlies van inkomen bij ziekte, werkloosheid,
arbeidsongeschiktheid en ouderdom. Je kunt dan geen geld verdienen door te werken.
Andere sociale verzekeringen dekken langdurige geneeskundige zorg(Wlz) of
kinderen(AKW).
- Bij sociale verzekeringen is de premie inkomensafhankelijk. Bij Werknemersverzekeringen
is de uitkering 70-75% van het laatstverdiende loon. Bij de meeste volksverzekeringen
krijgt iedereen dezelfde uitkering.