Werkboek Goederenrecht
Studentenversie
Hogeschool Inholland Rotterdam/Den Haag
Cluster Recht
,Inhoudsopgave
Week I.................................................................................................................... 7
Week II................................................................................................................. 10
Week III ............................................................................................................... 12
Week IV ............................................................................................................... 15
Week V ................................................................................................................ 18
Week VI ............................................................................................................... 21
2
, Inleiding
Het goederenrecht kan, volgens Fockema Andreae’s Juridisch woordenboek, omschreven worden als ‘de
rechtsregels betrekking hebbend op vermogensrechten in de vorm van goederen’.
Om deze omschrijving te kunnen bevatten zullen we moeten bezien wat goederen zijn.
Volgens artikel 3:1 BW zijn goederen alle zaken en alle vermogensrechten.
Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben, zoals artikel 5:1 BW
aangeeft. Aan eigendom wordt de status van een individu gemeten. Op grond van artikel 5:2 BW mag de
eigenaar zijn eigendom opeisen, ofwel revindiceren. De eigenaar vordert zijn zaak terug, opdat de
feitelijke toestand weer in overeenstemming met de rechtstoestand is.
De begrippen bezit en eigendom worden in de hedendaagse taal als synoniem gebruikt. Juridisch bestaat
hier echter een wereld van verschil tussen. Men bezit een boek als men het onder zich heeft. Zodra het
boek wordt uitgeleend, oefent men deze macht niet onmiddellijk meer uit. Heeft de oorspronkelijke
bezitter het bezit hiermee verloren? En indien het boek wordt gestolen, is de dief dan eigenaar of
bezitter?
Het is deze abstractie dat het onderdeel goederenrecht voor studenten gecompliceerd maakt.
Eigendom is echter niet het enige recht dat een persoon op een goed kan hebben. Eigendom is, zoals
gezegd, het meest omvattende recht op een zaak. Men kan ook een alles omvattend recht op een
vermogensrecht hebben. Dit heeft dezelfde strekking als de eigendom, maar de term ‘eigendom’ is hier
niet op zijn plaats.
Daarnaast kunnen personen ook beperkte rechten op goederen hebben. Deze rechten noemen we
beperkte rechten omdat ze zijn afgeleid van het meest omvattende recht. In het gesloten systeem van de
beperkte rechten worden de volgende beperkte rechten genoemd: vruchtgebruik, pand, hypotheek,
erfpacht, opstal, erfdienstbaarheid en appartement.
Al deze termen zullen tijdens de lessen goederenrecht aan de orde komen. Daarnaast wordt bekeken hoe
deze rechten gevestigd en overgedragen worden. Ook komt de positie van de goederenrechtelijke rechten
in de rangorde bij verhaal aan de orde.
3
Studentenversie
Hogeschool Inholland Rotterdam/Den Haag
Cluster Recht
,Inhoudsopgave
Week I.................................................................................................................... 7
Week II................................................................................................................. 10
Week III ............................................................................................................... 12
Week IV ............................................................................................................... 15
Week V ................................................................................................................ 18
Week VI ............................................................................................................... 21
2
, Inleiding
Het goederenrecht kan, volgens Fockema Andreae’s Juridisch woordenboek, omschreven worden als ‘de
rechtsregels betrekking hebbend op vermogensrechten in de vorm van goederen’.
Om deze omschrijving te kunnen bevatten zullen we moeten bezien wat goederen zijn.
Volgens artikel 3:1 BW zijn goederen alle zaken en alle vermogensrechten.
Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben, zoals artikel 5:1 BW
aangeeft. Aan eigendom wordt de status van een individu gemeten. Op grond van artikel 5:2 BW mag de
eigenaar zijn eigendom opeisen, ofwel revindiceren. De eigenaar vordert zijn zaak terug, opdat de
feitelijke toestand weer in overeenstemming met de rechtstoestand is.
De begrippen bezit en eigendom worden in de hedendaagse taal als synoniem gebruikt. Juridisch bestaat
hier echter een wereld van verschil tussen. Men bezit een boek als men het onder zich heeft. Zodra het
boek wordt uitgeleend, oefent men deze macht niet onmiddellijk meer uit. Heeft de oorspronkelijke
bezitter het bezit hiermee verloren? En indien het boek wordt gestolen, is de dief dan eigenaar of
bezitter?
Het is deze abstractie dat het onderdeel goederenrecht voor studenten gecompliceerd maakt.
Eigendom is echter niet het enige recht dat een persoon op een goed kan hebben. Eigendom is, zoals
gezegd, het meest omvattende recht op een zaak. Men kan ook een alles omvattend recht op een
vermogensrecht hebben. Dit heeft dezelfde strekking als de eigendom, maar de term ‘eigendom’ is hier
niet op zijn plaats.
Daarnaast kunnen personen ook beperkte rechten op goederen hebben. Deze rechten noemen we
beperkte rechten omdat ze zijn afgeleid van het meest omvattende recht. In het gesloten systeem van de
beperkte rechten worden de volgende beperkte rechten genoemd: vruchtgebruik, pand, hypotheek,
erfpacht, opstal, erfdienstbaarheid en appartement.
Al deze termen zullen tijdens de lessen goederenrecht aan de orde komen. Daarnaast wordt bekeken hoe
deze rechten gevestigd en overgedragen worden. Ook komt de positie van de goederenrechtelijke rechten
in de rangorde bij verhaal aan de orde.
3