Basistechnologie 1.1 Krachten bij tillen en bewegingen
BT 1.1: Krachten bij tillen en 1. Uitleggen wat een kracht is en beargumenteren waarom
bewegingen deze kennis van belang is bij tillen en bewegen;
2. Rekenen met rechtlijnige krachten en aan de hand daarvan
de invloed van meerdere krachten op de beweging en stabiliteit
van een voorwerp (of lichaam) kunnen verklaren;
3. De begrippen 'moment', 'steunvlak', 'zwaartepunt',
'hefboom', en 'wrijvingskracht' uitleggen en hier eenvoudige
praktische vraagstukken mee oplossen in de context van
beweging, stabiliteit en tilbelasting.
BT 2.1: Elektriciteit voor gebruik 1. Uitleggen wat elektriciteit is en schema's van eenvoudige
van technologie thuis elektrische serie- en parallelschakelingen begrijpen.
2. Eenvoudige praktische rekensommen met de begrippen
'spanning', 'stroom', 'weerstand', 'vermogen' en
'energieverbruik' oplossen.
3. Specificaties op elektrische apparatuur uitleggen en naar
praktische adviezen en veilig gebruik vertalen.
Uitleggen wat een kracht is en beargumenteren waarom deze kennis
van belang is bij tillen en bewegen
Wat is kracht?
Het symbool voor kracht is F van het Engelse woord Force. Er zijn verschillende soorten krachten.
Hieronder de verschillende soorten krachten en korte uitleg daarbij:
- Zwaartekracht aantrekkingskracht van de aarde
- Spankracht als je een voorwerp aan een touw optilt werkt er spankracht in het touw
- Spierkracht wanneer je iets optilt
- Veerkracht wanneer je een veer indrukt of uitrekt oefent de veer een veerkracht uit
- Wrijvingskracht als een voorwerp beweegt ondervindt het wrijvingskracht
- Magnetische kracht de kracht die een magneet op ijzer uitoefent
- Elektrische kracht elektrisch geladen voorwerpen oefenen een elektrische kracht uit op
elkaar
- Normaalkracht een voorwerp dat op een vloer of tafel ligt valt niet verder naar beneden.
Dat komt omdat het ondersteunend oppervlak een normaalkracht op het voorwerp uitoefent
Krachten kun je niet zien. Je herkent ze aan hun gevolgen. Krachten kunnen voorwerpen van
snelheid, richting of vorm veranderen. Elke kracht heeft een grootte, een richting en een
aangrijpingspunt.
Deze eigenschappen kun je aangeven met een pijl. Het begin van de pijl is het aangrijpingspunt,
richting van de pijl geeft de richting van de kracht aan en de lengte van de pijl geeft de grootte aan.
Daarbij kies je een schaal. Bijvoorbeeld 1cm = 100 Newton.
De grootte van de kracht wordt gemeten in newton. Dit wordt aangegeven als N.
Het aangrijpingspunt is het punt waar de kracht op een voorwerp werkt. Bij zwaartekracht is dit
bijvoorbeeld anders. De plaats waar de zwaartekracht op een voorwerp aangrijpt is het
massamiddelpunt of zwaartepunt van het voorwerp. Bij een balk die overal even dik is en uit
, hetzelfde materiaal bestaat ligt het zwaartepunt in het midden van de balk. Dit wordt een homogene
balk genoemd.
De lijn door het aangrijpingspunt in de richting van de kracht heet de werklijn van de kracht.
Waarom is deze kennis van belang bij tillen en bewegen?
Dit zorgt ervoor dat je ergonomisch te werk kan gaan.
Rekenen met rechtlijnige krachten en aan de hand daarvan de
invloed van meerdere krachten op de beweging en stabiliteit van
een voorwerp (of lichaam) kunnen verklaren
Als krachten in dezelfde richting werken dan kun je deze bij elkaar optellen.
Voorbeeld:
Als 2 mensen een ziekenhuisbed verplaatsen dan is er meestal iemand die trekt aan het eind van het
bed en eentje die duwt aan de andere kant van het bed. De krachten gaan dezelfde kant op dus kan
je deze bij elkaar optellen. Het bed verplaatst dus.
Als krachten tegen elkaar inwerken dan is het mogelijk dat het bed verplaatst maar hoeft niet. Dit
hangt af van hoeveel tegenkracht je krijgt. Kijk bijvoorbeeld naar een rolstoel die je duwt.
Je duwt de rolstoel vooruit. Maar bij de wielen heb je last van wrijvingskracht dus dat gaat de
tegengestelde richting in. Als de wrijvingskracht minder is dan de duwkracht dan gaat de rolstoel
natuurlijk gewoon vooruit.
De begrippen 'moment', 'steunvlak', 'zwaartepunt', 'hefboom', en
'wrijvingskracht' uitleggen en hier eenvoudige praktische
vraagstukken mee oplossen in de context van beweging, stabiliteit
en tilbelasting
Moment
Een moment is een ander woord voor draaikracht. Deze kracht probeert niet iets in een bepaalde
richting te krijgen maar te roteren. Hiervoor heb je een rotatiepunt nodig en kracht.
Draaipunt: Vaak het massamiddelpunt – kunnen bijvoorbeeld ook wielen van een rolstoel zijn of –
Het punt waar je met je Engelse sleutel aangrijpt.
De afstand ‘d’ (of ‘r’) is de loodrechte afstand van de werklijn van de kracht tot het draaipunt.
Bij een grotere afstand ‘d’ heb je een kleinere kracht F nodig om hetzelfde moment te krijgen
lastarm
Bij ver weg dragen (zelfde voorwerp, dus even zwaar) grotere lastarm (‘d’) je creëert een groter
moment.
Dichtbij dragen is ‘beter’.
Steunvlak
Het steunvlak is de plaats waar de reactiekracht aangrijpt
Het steunvlak is het vlak dat tussen de contactpunten met de ondergrond ligt.
Het steunvlak is ook belangrijk om evenwicht te definiëren.
- Een voorwerp is ‘in evenwicht’ als de projectie van het massamiddelpunt binnen het
steunvlak valt.
BT 1.1: Krachten bij tillen en 1. Uitleggen wat een kracht is en beargumenteren waarom
bewegingen deze kennis van belang is bij tillen en bewegen;
2. Rekenen met rechtlijnige krachten en aan de hand daarvan
de invloed van meerdere krachten op de beweging en stabiliteit
van een voorwerp (of lichaam) kunnen verklaren;
3. De begrippen 'moment', 'steunvlak', 'zwaartepunt',
'hefboom', en 'wrijvingskracht' uitleggen en hier eenvoudige
praktische vraagstukken mee oplossen in de context van
beweging, stabiliteit en tilbelasting.
BT 2.1: Elektriciteit voor gebruik 1. Uitleggen wat elektriciteit is en schema's van eenvoudige
van technologie thuis elektrische serie- en parallelschakelingen begrijpen.
2. Eenvoudige praktische rekensommen met de begrippen
'spanning', 'stroom', 'weerstand', 'vermogen' en
'energieverbruik' oplossen.
3. Specificaties op elektrische apparatuur uitleggen en naar
praktische adviezen en veilig gebruik vertalen.
Uitleggen wat een kracht is en beargumenteren waarom deze kennis
van belang is bij tillen en bewegen
Wat is kracht?
Het symbool voor kracht is F van het Engelse woord Force. Er zijn verschillende soorten krachten.
Hieronder de verschillende soorten krachten en korte uitleg daarbij:
- Zwaartekracht aantrekkingskracht van de aarde
- Spankracht als je een voorwerp aan een touw optilt werkt er spankracht in het touw
- Spierkracht wanneer je iets optilt
- Veerkracht wanneer je een veer indrukt of uitrekt oefent de veer een veerkracht uit
- Wrijvingskracht als een voorwerp beweegt ondervindt het wrijvingskracht
- Magnetische kracht de kracht die een magneet op ijzer uitoefent
- Elektrische kracht elektrisch geladen voorwerpen oefenen een elektrische kracht uit op
elkaar
- Normaalkracht een voorwerp dat op een vloer of tafel ligt valt niet verder naar beneden.
Dat komt omdat het ondersteunend oppervlak een normaalkracht op het voorwerp uitoefent
Krachten kun je niet zien. Je herkent ze aan hun gevolgen. Krachten kunnen voorwerpen van
snelheid, richting of vorm veranderen. Elke kracht heeft een grootte, een richting en een
aangrijpingspunt.
Deze eigenschappen kun je aangeven met een pijl. Het begin van de pijl is het aangrijpingspunt,
richting van de pijl geeft de richting van de kracht aan en de lengte van de pijl geeft de grootte aan.
Daarbij kies je een schaal. Bijvoorbeeld 1cm = 100 Newton.
De grootte van de kracht wordt gemeten in newton. Dit wordt aangegeven als N.
Het aangrijpingspunt is het punt waar de kracht op een voorwerp werkt. Bij zwaartekracht is dit
bijvoorbeeld anders. De plaats waar de zwaartekracht op een voorwerp aangrijpt is het
massamiddelpunt of zwaartepunt van het voorwerp. Bij een balk die overal even dik is en uit
, hetzelfde materiaal bestaat ligt het zwaartepunt in het midden van de balk. Dit wordt een homogene
balk genoemd.
De lijn door het aangrijpingspunt in de richting van de kracht heet de werklijn van de kracht.
Waarom is deze kennis van belang bij tillen en bewegen?
Dit zorgt ervoor dat je ergonomisch te werk kan gaan.
Rekenen met rechtlijnige krachten en aan de hand daarvan de
invloed van meerdere krachten op de beweging en stabiliteit van
een voorwerp (of lichaam) kunnen verklaren
Als krachten in dezelfde richting werken dan kun je deze bij elkaar optellen.
Voorbeeld:
Als 2 mensen een ziekenhuisbed verplaatsen dan is er meestal iemand die trekt aan het eind van het
bed en eentje die duwt aan de andere kant van het bed. De krachten gaan dezelfde kant op dus kan
je deze bij elkaar optellen. Het bed verplaatst dus.
Als krachten tegen elkaar inwerken dan is het mogelijk dat het bed verplaatst maar hoeft niet. Dit
hangt af van hoeveel tegenkracht je krijgt. Kijk bijvoorbeeld naar een rolstoel die je duwt.
Je duwt de rolstoel vooruit. Maar bij de wielen heb je last van wrijvingskracht dus dat gaat de
tegengestelde richting in. Als de wrijvingskracht minder is dan de duwkracht dan gaat de rolstoel
natuurlijk gewoon vooruit.
De begrippen 'moment', 'steunvlak', 'zwaartepunt', 'hefboom', en
'wrijvingskracht' uitleggen en hier eenvoudige praktische
vraagstukken mee oplossen in de context van beweging, stabiliteit
en tilbelasting
Moment
Een moment is een ander woord voor draaikracht. Deze kracht probeert niet iets in een bepaalde
richting te krijgen maar te roteren. Hiervoor heb je een rotatiepunt nodig en kracht.
Draaipunt: Vaak het massamiddelpunt – kunnen bijvoorbeeld ook wielen van een rolstoel zijn of –
Het punt waar je met je Engelse sleutel aangrijpt.
De afstand ‘d’ (of ‘r’) is de loodrechte afstand van de werklijn van de kracht tot het draaipunt.
Bij een grotere afstand ‘d’ heb je een kleinere kracht F nodig om hetzelfde moment te krijgen
lastarm
Bij ver weg dragen (zelfde voorwerp, dus even zwaar) grotere lastarm (‘d’) je creëert een groter
moment.
Dichtbij dragen is ‘beter’.
Steunvlak
Het steunvlak is de plaats waar de reactiekracht aangrijpt
Het steunvlak is het vlak dat tussen de contactpunten met de ondergrond ligt.
Het steunvlak is ook belangrijk om evenwicht te definiëren.
- Een voorwerp is ‘in evenwicht’ als de projectie van het massamiddelpunt binnen het
steunvlak valt.