Psychologie, sociologie en gezondheid
Wat is gezondheidspsychologie, psychologie en wat is sociologie
In begin van de 20e eeuw werd er wat meer geformaliseerd, Sigmund Freud ontdekte dat sommige
patiënten lichamelijk symptomen vertoonde zonder een meetbare organische aandoening te
hebben. Freud stelde dat deze symptomen werden omgezet uit onbewuste emotionele conflicten.
(dit is de opkomst van de psychologie)
Psychosomatisch → Lichaam en geest zijn beide betrokken
De gedragsgeneeskunde groeide begin 1970 en kwam in het behaviorisme. Dat suggereerde dat het
gedrag van mensen voortkwam uit twee soorten leren:
- Klassieke conditionering → Een stimulans krijgt het vermogen om een reactie uit te lokken
door associatie met een stimulus die de reactie al opwekt
- Operante conditionering → Waarbij gedrag werd gewijzigd door de gevolgen daarvan
o Dit kan versterkend worden (beloning)
o Of onderdrukt worden (straf)
Behaviorisme diende ook als een belangrijke basis voor de gezondheidspsychologie. Er werden 4
doelen geschetst van de gezondheidspsychologie.
- Gezondheid behouden en bevorderen → Na onderzoeken waarom mensen iets wel of niet
doen konden gezondheidsorganisaties een gezonde levensstijl aanmoedigen en gedragingen
- Ziekte voorkomen en behandelen → Psychologische principes kunnen ervoor zorgen dat
ziektes voorkomen worden of ze passen zich aan, aan de huidige situatie
- Om oorzaken te diagnosticeren en samen te laten hangen → Zoals het belang van
persoonlijkheidsfactoren bij de ontwikkeling van een ziekte
- Gezondheidszorgsystemen en gezondheidsbeleid te analyseren en te verbeteren →
Psychologen dragen bij aan dit doel door het bestuderen en adviseren van medische
professionals over manieren waarop kenmerken of functies van invloed zijn op patiënten
Zijn gedragsgeneeskunde en gezondheidspsychologie nou hetzelfde dan? Ze hebben veel met elkaar
gemeen, maar het grootste verschil is de mate van aandacht die zij geven aan specifieke
onderwerpen. Gezondheidspsychologie heeft de neiging zich te concentreren op interventies van
een gezonde levensstijl bevorderen, zonder medicijnen en operaties.
Wat is gezondheid
Vaak denken we dat gezondheid de afwezigheid van objectieve tekenen, dat het lichaam niet goed
functioneert, of subjectieve symptomen van een ziekte of letsel is. We gebruikte de term gezondheid
om een positieve staat van fysieke, mentale en sociale welzijn aan te geven, dus niet alleen de
afwezigheid van ziekte en letsel, dat in de loop van de tijd erg van variëren
Gezondheid is heel subjectief (mening) want wat voor de een weinig pijn is, is voor de andere juist
heel veel pijn. → De een kan voor de pijn een 7 geven, maar de andere met precies dezelfde pijn vind
dat maar een 4. Daarom is het heel lastig te bepalen.
Je hebt 2 soorten symptomen van de ziekte:
1. Objectieve signalen: Het lichaam functioneert niet goed
2. Subjectieve ziektesymptomen: Pijn
,Eigenlijk kan je niet zomaar zeggen dat je optimaal gezond bent. Daarom zitten we meestal in het
middel spectrum
Het nieuwe concept van gezondheid gaat tegenwoordig vooral over de functioneren (hoeveel je nog
doet/kan) en niet alleen over de aandoening. Dat is de nieuwe definitie van gezondheid hoe wij daar
tegen kijken.
Welke visies en modellen op gezondheid en ziekte er tegenwoordig zijn (en gebruikt wordt binnen
de fysiotherapie)
Vroeger gingen mensen aan hele andere ziektes dood dan tegenwoordig:
- Dieetziekten → ondervoeding, vitaminen tekorten
- Infectieziekten → Door micro-organismen
o Komt nog steeds voor in veel arme landen
De afname van alle sterfgevallen werd aanzienlijk verminderd toen er vaccins en medicijnen waren
gevonden. Ook een betere hygiëne hielp tegen de infectieziektes. Dood is nu nog steeds
onvermijdelijk, maar men sterft nu op een latere leeftijd. De belangrijkste doodsoorzaak in
ontwikkelingslanden zijn chronische ziektes. Deze zijn niet nieuw, maar vroeger zorgden ze voor veel
minder sterfgevallen omdat men vroeger heel anders leefde. De mensen die ouder worden hebben
meer kans op een chronische ziekte en de mensen in deze tijd worden dus ouder dan vroeger. Het is
dus duidelijk dat de rol van ziekten in de dood sterk verschilt op verschillende punten in de
levensduur.
Heel vroeger geloofden ze dan lichamelijke en geestelijke ziekten werden veroorzaakt door mystieke
krachten. Hippocrates (500 – 300 V.C) dacht dat het lichaam 4 vloeistoffen bezat en wanneer deze
mix van vloeistoffen in balans was/is zijn we gezond, ziekte treed op wanneer de sappen uit balans
waren (humorale ziekteleer).
Plato stelde vast dat geest en lichaam gescheiden waren en de geest had weinig tot geen invloed op
de gezondheidstoestand.
Tegenwoordig zijn lichaam en geest twee afzonderlijke concepten:
- Lichaam → Verwijst naar ons fysieke wezen: huid, spieren, botten, ect…
- Geest → Verwijst naar een abstract proces dat onze waarneming en gevoelens omvat
Galen was een arts in Rome, hij geloofde in de humorale theorie en de scheiding van lichaam en
geest. Hij ontleedde veel dieren van verschillende soorten en deed een belangrijke ontdekking in de
hersenen, nieren en bloedsomloop. Namelijk dat ziekten kunnen worden gelokaliseerd in specifieke
delen van het lichaam en dat verschillende ziektes, verschillende effecten hebben.
In de middeleeuwen ging de vooruitgang niet erg snel vooruit, dit kwam door de invloed van de kerk.
De kerk beschouwde de mens als een wezen met een ziel, bezeten met een vrije wil die hem
onderscheidde van de gewone natuurlijke wetten, alleen onderworpen aan de wil van God. Het
lichaam van de mens werd als heilig beschouwd en die observeren was dus niet mogelijk, dit bracht
grote belemmering voor de anatomie en geneeskunde. Dit gold ook voor dieren, want men dacht dat
dieren ook een ziel hadden. Het geloof in demonen werd hierdoor ook weer sterk, ziekte werd gezien
als een straf van God voor het doen van slechte dingen.
Thomas Aquinas beschouwde lichaam en ziel met elkaar verbonden.
De renaissance (de wedergeboorte), hierin was er een soort wedergeboorte aan het doen van
onderzoek. In de 17e eeuw had Descartes een grote invloed op het maatschappelijk denken. Net als
,de Grieken beschouwde hij lichaam en geest als gescheiden, maar introduceerde hij 3 belangrijke
innervaties:
- Hij vatte het lichaam op als een machine en beschreef de mechanica van hoe actie en
sensatie plaats vonden.
- Hij stelde voor dat het lichaam en geest konden communiceren d.m.v de pijnappelklier
- Hij geloofde dat dieren geen ziel hebben en dat de ziel de mens verlaat bij de dood
In de 18-19e eeuw groeide de kennis in de wetenschap en geneeskunde erg snel, vooral door de
microscoop en het gebruik van autopsies. Ze verwierpen de humorale ziekteleer en bedachten dat
ziektes door micro-organismen veroorzaakt werden. Door de anesthesie konden er ook operaties
worden uitgevoerd.
Het bio-psycho-sociale model in de fysiotherapie kunnen beschrijven
In overtuiging dat lichaam en geest gescheiden zijn legde een basis voor een nieuw model: het
biomedische model. Ziekte of fysieke aandoeningen kunnen worden verklaard door verstoring in
fysiologische processen.
Toch waren sommige artsen van mening dat de geest de gezondheid kan beïnvloeden. Het
biomedische model werkte erg goed en overwon ook veel ziektes, maar toch had nog verbetering
nodig. De verschillen tussen mensen kunnen het gevolg zijn van biomedische bronnen, maar
psychologische en sociale factoren spelen ook een rol, je kan hierbij naar 2 factoren kijken:
Levensstijl en ziekte → Het voorkomen van ziekte in sommige landen is voornamelijk veranderd door
de prevalentie. Deze maatregelingen zorgen voor het veranderen van een levensstijl, sommige
ziekten/risicofactoren zijn biologisch, andere zijn afhankelijk van gedrag. Veel risicofactoren vloeien
voort uit de manier waarop mensen leven of zich gedragen. Sommige gedragsrisicofactoren zijn ook
verbonden met de meest belangrijke doodsoorzaken. Onderzoekers onderzochte hoe invloedrijk de
levensstijlfactoren op de gezondheid is. Uit de gegevens bleek dat de gezondheid (op elke leeftijd)
naarmate het aantal gezonde praktijken toenam. De gezonde mensen leefden ook langer dan
‘ongezonde’ mensen. Er kwam dus een eenvoudige conclusie: je gedrag doet er aan toe. Maar
waarom doen mensen dan niet wat goed voor hen is?
- Ongezond gedrag geeft vaak onmiddellijk plezier
- Ze voelen de sociale druk om ongezond gedrag te vertonen
o Wat dan weer een gewoonte kan gaan worden
- Mensen zijn zich niet altijd bewust van de gevaren of hoe ze gedrag kunnen veranderen
Persoonlijkheid en ziekte → De term persoonlijkheid verwijst naar iemand cognitieve, affectie of
gedragstendensen die redelijk stabiel zijn in tijd en situaties. Onderzoekers hebben bewijs gevonden
dat persoonlijkheidskenmerken en gezondheid met elkaar verbonden zijn. Mensen met positieve
persoonlijkheden worden minder vaak ziek dan mensen met negatieve persoonlijkheden. En
wanneer ze wel ziek worden genezen ze eerder. De weg tussen persoonlijkheid en ziekte is geen
eenrichtingsverkeer, ziekte kan iemands emotionele aanpassingen en vooruitzichten beïnvloeden.
Mensen die ziek zijn en hun negatieve gevoelens overwinnen kunnen hun herstel versnellen. Het is
dus belangrijk om rekening te houden met iemand psychologische en sociale factoren bij ziekte.
Zodra we de persoon aan het biomedische model toevoegen hebben we een ander en breder beeld
over hoe de gezondheid en ziekten tot stand komen. Dit heet nu het biospyhcosociale model en
breidt de biomedische versie uit met psychologische en sociale factoren. Alle drie de factoren zijn
van invloed op de gezondheid van de persoon.
, De rol van biomedische factoren:
- De genetische materialen en processen die we van onze ouders erven
- De functie en structuur van de fysiologie van een persoon
De rol van psychologische factoren:
Deze term omdat het gedrag en mentale processen
- Cognitie → Een mentale activiteit dat het waarnemen, leren, herinneren, denken,
interpreteren, geloven en probleem oplossen omvat
- Emotie → Dit is een subjectief gevoel dat invloed heeft en beïnvloed wordt door onze
gedachten, gedrag en fysiologie. Mensen met positieve emoties hebben minder kans op
ziekte en herstellen sneller. Ook kan het ons beïnvloeden of we naar de dokter gaan (angst)
- Motivatie → Een proces binnen individuen om een activiteit te ondernemen
De rol van sociale factoren:
We leven in een sociale wereld en hebben relaties met veel mensen. Wij beïnvloeden de mensen
waarmee we omgaan en zij beïnvloeden ons. Sociale processen zorgen voor motiverende krachten,
ook media doen voor om onze gezondheid te beïnvloeden
Toch komt de meeste invloed uit je gezin zelf. Zeker wanneer jongere kinderen groeien en
ontwikkelen heeft een gezin sterke invloed. Kinderen leren veel gezondheidsgedrag van hun ouders,
broek en zussen. Een persoon kan ook het hele gezin laten stoppen met het eten van een bepaalde
voedingsstof.
Persoonsgebonden factoren
Welke persoonsgebonden factoren kunnen worden onderscheiden en waar staan ze binnen het
ICF-model.
Persoonsgebonden factoren maken deel uit van het menselijk functioneren, ze kunnen stoornissen,
activiteiten en participatie beïnvloeden. De wetenschap onderzoekt nu of persoonsgebonden of
persoonsgebonden factoren A persoonsgebonden factoren B beïnvloed, of andersom. Er word
onderscheid gemaakt tussen de volgende persoonsgebonden factoren:
- Demografische kenmerken
- Locus of control
- Stijlen van attribueren
- Stijlen van coping
- Emotionele gestelheden
- (Pijn)
- (Somatisatie)
Wat zijn demografische kenmerken en welke zijn van belang als persoonsgebonden factoren.
Dit is informatie over de leeftijd, het geslacht, opleiding en mate van geletterdheid, burgerlijke staat,
beroep en culturele achtergrond. Dit draagt bij aan een eerste algemene indruk van een patiënt en
zijn levens situatie.
Wat is locus of controle en welke vormen bestaan er.