Lineaire afschrijving
A-R
N = lineaire afschrijving
A= aanschafwaarde
R= Restwaarde
N= Economische gebruiksduur
Voorbeeld:
Aanschafwaarde van een machine bedraagt: € 60.000
Economische gebruiksduur is 4 jaar.
De restwaarde aan het einde van de levensduur is € 6.000.
De jaarlijkse lineaire afschrijving bedraagt:
€ 60.000 - € 6.000
4 = € 13.500
Sum-of-the-years-digitsmethode
Hierbij wordt er gebruik gemaakt van een factor.
Voorbeeld:
Aanschafwaarde: € 60.000
Economische gebruiksduur is 4 jaar.
De restwaarde aan het einde van de levensduur is € 6.000.
Som van de jaargetallen: 4+3+2+1 = 10
Af te schrijven bedrag: € 60.000 - € 6.000 = € 54.000
4/10 x € 54.000 = € 21.600 Afschrijving van het 1 ste jaar
3/10 x € 54.000 = € 16.200 Afschrijving van het 2 de jaar
2/10 x € 54.000 = € 10.800 Afschrijving van het 3de jaar
1/10 x € 54.000 = € 5.400 Afschrijving van het 4 de jaar
Boekwaardemethode
Hierbij wordt er een vast percentage afgeschreven van de boekwaarde.
Voorbeeld:
Aanschafwaarde: € 60.000
Economische gebruiksduur is 4 jaar.
Het afschrijvingspercentage is vastgesteld op 44% van de boekwaarde.
Jaar Boekwaarde Afschrijvingen Boekwaarde eind
begin
1 € 60.000 € 26.400 € 33.600
2 € 33.600 € 14.784 € 18.816
3 € 18.816 € 8.279 € 10.537
4 € 10.537 € 4.636 € 5.901
Af te schrijven € 54.099
bedrag
, Formuleblad Basisboek bedrijfseconomie
Vrije kasstroom
Periodewinst na belastingen + afschrijvingen – investeringen + desinvesteringen =
Periodewinst.
Voorbeeld:
De jaarlijkse afschrijvingen worden vastgesteld op 25% van het te investeren bedrag
in vaste activa, zijnde € 100.000. De restwaarde van alle vaste activa en vlottende
activa samen na drie jaar bedraagt € 200.000. De omzet zal naar verwachting in het
eerste jaar € 800.000 bedragen. In het tweede en derde jaar zal de omzet naar
verwachting € 1.000.000 zijn. De exploitatiekosten bedragen 50% van de omzet. Het
marginale vennootschapsbelastingtarief van het bedrijf is 25%.
Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3
Omzet 800 1.000 100
Exploitatiekosten 400 500 500
Afschrijvingen 100 100 100
500 600 600
Totale kosten
Winst voor belasting 300 400 400
Vennootschapsbelastin 75 100 100
g
Winst na belasting 225 300 300
De vrije kasstroom per jaar bedraagt:
Jaar 0 Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3
Winst na + 225 + 300 + 300
vennootschapsbelasting
+ afschrijvingen + 100 + 100 + 100
(-) Investeringen (-) 500
+ Desinvesteringen _____ ______ ______ + 200
Vrije kasstroom (-) 500 + 325 + 400 + 600
Rentabiliteit
Winst
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = Rentabiliteit
Enkelvoudige interest
K x P x T = enkelvoudige interest
K = kapitaal
P= Interestpercentage
T = looptijd
, Formuleblad Basisboek bedrijfseconomie
Voorbeeld:
Een kapitaal van € 1.200 staat 2 jaar op de bank tegen een interest van 3% per jaa.
Hoeveel interest ontvang je na twee jaar?
€ 1.200 x (0,03x2) = € 72
Samengestelde interest
K x (1+P)^t = Samengestelde interest.
Voorbeeld:
Een bedrag van € 10.000 wordt twee jaar uitgeleend tegen 6% samengestelde
interest per jaar.
Hoeveel interest ontvang je na twee jaar?
€ 10.000 x 1,062= € 11.236
Het totale bedrag aan interest is dus € 11.236 - € 10.000 = € 1.236.
Formule van Camp
Q*=√( 2 x D x F)/C))
Waarin:
Q* = Optimale ordergrootte
D = Totale afzet per periode
F = Bestelkosten per order
C = Opslagkosten per stuk per periode
Voorbeeld:
Groothandel Borsumij importeert sportschoenen en levert deze aan sportwinkels. De
vraag naar een bepaald type schoen bedraagt 75.000 stuks op jaarbasis. De afzet
vertoont een regelmatig gespreid verloop. Per stuk zijn de opslagkosten € 3 per jaar.
Elke inkooporder gaat gepaard met een bedrag van € 500 aan bestelkosten.
Bereken de optimale ordergrootte
Q*=√(2x75.000x500)/3)) = √25 miljoen = 5.000
Bestelniveau
Bestelniveau = Afzet per dag x levertijd order
Omzetsnelheid van de voorraad
Omzetsnelheid van de voorraad = Inkoopwaarde van de omzet/ gemiddelde
voorraad