Filmpje parodontologie Hoofdfase 1 Periode 2 (Thema 1 t/m 5)
ITEM 1.1 – Normale macroscopische structuren van het gezonde parodontium
Het parodontium is een unieke structuur die bestaat uit 4 weefseltypes, die variëren in:
• Celsamenstelling
• Celtypes
• Hoeveelheid proteïnen
• Mineralisatie
• Mate van metabole activiteit
• Gevoeligheid aan ziekte
Macroscopisch gezien op een doorsnede, bestaat het parodontium uit:
• Parodontaal ligament
• Gingiva → vrije gingiva en vaste gingiva
• Alveolaire mucosa → beweeglijke deel van het tandvlees
• Wortelcement → aan de binnenkant
• Alveolair bot → aan de buitenkant
De twee gemineraliseerde componenten: wortelcement en alveolair bot. Het parodontale
ligament bevindt zich hiertussen.
Het parodontale ligament is een vezelige verbinding die de tand via het wortelcement
verbindt met het alveolair bot.
De gingiva is de bedekkende structuur, die het onderliggende kaakbot beschermt tegen de
buitenwereld. De gingiva is de enige bedekkende structuur van het parodontium, die we
zien.
In de gingiva zijn twee componenten te onderscheiden:
• Vrije gingiva → niet tand- of botgesteund
• Vaste gingiva → botgesteund
Gezonde gingiva:
• Zichtbaar bij klinische inspectie
• Mucosa
• Lichtroze of melanine pigment (variabel bij zware en Aziatisch ras)
• Ligt stevig tegen de tand aan
• Sinaasappelaspect
• Bloedt niet bij poetsen of eten
De gingiva bevindt zich coronaal van de tand en is in breedte verschillend per individu en per
tand. De gingiva is met collageenvezels verbonden aan het periosteum (bot).
De gingiva is 0,8-1,5 mm dik.
De gingiva bevindt zich coronaal van de tand.
,De mucosa bevindt zich apicaal van de tand.
Hier loopt een zenuw die uit de
kaakholte vandaan komt
In de bovenkaak is er geen mucosa.
Er is geen normale minimale breedte van de gingiva die bepalend is voor de parodontale
gezondheid, maar voor preventie van recessies of poetsirritaties is het beter om een vaste
gingiva te bewaren. Wanneer de gingiva zeer dun is, is het voor de patiënt vaak moeilijk om
een goede mondhygiëne uit te voeren.
, Gemiddelde hoogtes van de
gingiva. →
Y-as: hoogte gingiva vanaf coronaal
tot aan de mucosa
Variaties gingivabreedte
• Breedte 1-9 mm, dikte 0,8-1,5 mm
• Maxilla buccaal:
o Front → molaren → premolaren
• Maxilla palatinaal:
o Geen begrenzing met palatum
• Mandibula buccaal:
o Incisief → molaar → cuspidaat/premolaar
• Mandibula linguaal:
o Premolaar/molaar → incisief
Na tandverlies, zoals na extractie, verandert de positie van de gingiva door botresorptie, die
ook impact heeft op tandvleesdikte. Als gevolg hiervan verplaatst de muco-gingivale grens
naar coronaal (naar boven toe).
Na tandverlies, zoals na extractie, verandert ook de botdikte omdat de processus alveolaris
inklapt en dus dunner wordt. Dit komt doordat de tand en met name de parodontale vezels
ervoor zorgen dat het kaakbot behouden blijft.
ITEM 1.1 – Normale macroscopische structuren van het gezonde parodontium
Het parodontium is een unieke structuur die bestaat uit 4 weefseltypes, die variëren in:
• Celsamenstelling
• Celtypes
• Hoeveelheid proteïnen
• Mineralisatie
• Mate van metabole activiteit
• Gevoeligheid aan ziekte
Macroscopisch gezien op een doorsnede, bestaat het parodontium uit:
• Parodontaal ligament
• Gingiva → vrije gingiva en vaste gingiva
• Alveolaire mucosa → beweeglijke deel van het tandvlees
• Wortelcement → aan de binnenkant
• Alveolair bot → aan de buitenkant
De twee gemineraliseerde componenten: wortelcement en alveolair bot. Het parodontale
ligament bevindt zich hiertussen.
Het parodontale ligament is een vezelige verbinding die de tand via het wortelcement
verbindt met het alveolair bot.
De gingiva is de bedekkende structuur, die het onderliggende kaakbot beschermt tegen de
buitenwereld. De gingiva is de enige bedekkende structuur van het parodontium, die we
zien.
In de gingiva zijn twee componenten te onderscheiden:
• Vrije gingiva → niet tand- of botgesteund
• Vaste gingiva → botgesteund
Gezonde gingiva:
• Zichtbaar bij klinische inspectie
• Mucosa
• Lichtroze of melanine pigment (variabel bij zware en Aziatisch ras)
• Ligt stevig tegen de tand aan
• Sinaasappelaspect
• Bloedt niet bij poetsen of eten
De gingiva bevindt zich coronaal van de tand en is in breedte verschillend per individu en per
tand. De gingiva is met collageenvezels verbonden aan het periosteum (bot).
De gingiva is 0,8-1,5 mm dik.
De gingiva bevindt zich coronaal van de tand.
,De mucosa bevindt zich apicaal van de tand.
Hier loopt een zenuw die uit de
kaakholte vandaan komt
In de bovenkaak is er geen mucosa.
Er is geen normale minimale breedte van de gingiva die bepalend is voor de parodontale
gezondheid, maar voor preventie van recessies of poetsirritaties is het beter om een vaste
gingiva te bewaren. Wanneer de gingiva zeer dun is, is het voor de patiënt vaak moeilijk om
een goede mondhygiëne uit te voeren.
, Gemiddelde hoogtes van de
gingiva. →
Y-as: hoogte gingiva vanaf coronaal
tot aan de mucosa
Variaties gingivabreedte
• Breedte 1-9 mm, dikte 0,8-1,5 mm
• Maxilla buccaal:
o Front → molaren → premolaren
• Maxilla palatinaal:
o Geen begrenzing met palatum
• Mandibula buccaal:
o Incisief → molaar → cuspidaat/premolaar
• Mandibula linguaal:
o Premolaar/molaar → incisief
Na tandverlies, zoals na extractie, verandert de positie van de gingiva door botresorptie, die
ook impact heeft op tandvleesdikte. Als gevolg hiervan verplaatst de muco-gingivale grens
naar coronaal (naar boven toe).
Na tandverlies, zoals na extractie, verandert ook de botdikte omdat de processus alveolaris
inklapt en dus dunner wordt. Dit komt doordat de tand en met name de parodontale vezels
ervoor zorgen dat het kaakbot behouden blijft.