Samenvatting Handhavingsrecht
Week 1: H1, H2, H6 t/m paragraaf 6.2 Praktisch Straf(proces)recht
H1 – Het strafbare feit
Voorwaarden strafbaar feit:
1. Menselijke gedraging; gewilde spierbeweging. Die gedraging kan bestaan uit een doen of
een nalaten. Rechtspersonen, zoals bv’s en nv’s, kunnen ook strafbare feiten plegen
(functioneel daderschap).
2. Gedraging valt binnen een delictsomschrijving; legaliteitsbeginsel voordat een gedraging
plaatsvindt, moet in de wet een omschrijving staan van het gedrag dat strafbaar wordt
gesteld.
3. Gedraging is wederrechtelijk; in strijd met het recht rechtvaardigingsgrond.
4. Gedraging is aan schuld te wijten; de gedraging moet worden kunnen toegerekend, de
verdachte had anders kunnen handelen. Wanneer een verdachte een beroep kan doen op
een omstandigheid die ertoe moet leiden dat de verdachte geen verwijt kan worden
gemaakt schulduitsluitingsgrond.
Wederrechtelijk en schuld zijn elementen. Elementen zijn ongeschreven voorwaarden om iemand te
kunnen straffen. De onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat noemen we bestanddelen.
De bestanddelen staan altijd in tenlastelegging opgenomen en moeten door een rechter bewezen
worden verklaard.
Art 287 Sr: hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag,
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboeten van de vijfde categorie.
Drie bestanddelen:
1. Een ander
2. Opzettelijk
3. Van het leven beroven
Verschillende strafbare feiten:
- Misdrijven en overtredingen
o Misdrijven zijn delicten waarvan de wetgever vindt dat de overtreder ervan
zwaar(der) gestraft moet worden, gevangenisstraf.
o Overtredingen zijn delicten met gevolg een geldboete of hechtenis.
- Formele en materiële delicten
o Formele delicten zijn delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen, het gaat
om de handeling, niet om het gevolg. Diefstal, zaakbeschadiging, afpersing.
o Materiële delicten stellen het intreden van een bepaald gevolg juist strafbaar, het
gaat om het gevolg.
- Commissie- en omissiedelicten
o Commissiedelicten zijn delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen,
mishandeling, andermans spullen vernielen, stelen, iemand doden, een
handtekening vervalsen.
o Omissiedelicten stelt juist het nalaten strafbaar. Het nalaten om hulp te verlenen aan
iemand die in levensgevaar verkeert.
, - Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
o Gronddelict, een bepaalde gedraging is strafbaar gesteld, nulpunt.
o Gekwalificeerd delict kent een zwaardere strafbedreiging, doodslag met
voorbedachte raden.
o Geprivilegieerd delict is een lichtere variant met een lagere strafbedreiging,
kinderdoodslag.
H2 – Wederrechtelijkheid
Verschillende betekenissen van wederrechtelijkheid:
1. Zonder toestemming van de rechthebbende; leer van Remmelink. De verdachte handelt
zonder eigen recht. Voorbeeld agent die dief achter nagaat en schade aan kleren
veroorzaakt.
2. Bestanddeel is element; in strijd met het recht.
H6 – Strafuitsluitingsgronden
Twee soorten strafuitsluitingsgronden:
- Rechtvaardigingsgronden;
o Overmacht; wegens noodtoestand. Het gaat om situaties waarin iemand een keuze
moet maken tussen twee botsende plichten, de plicht om de wet na te leven en een
maatschappelijk plicht. Wanneer de maatschappelijke plicht zwaarder weegt dan de
wettelijke plicht, kan iemand succesvol beroep doen (art 40 Sr).
o Noodweer; vaak zelfverdediging (art 41 lid 1 Sr)
1. Ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding; het gaat om nu,
aanranding moet ook wederrechtelijk zijn.
2. Van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed;
3. Geboden door een noodzakelijke verdediging; voldoen aan
proportionaliteit en subsidiariteit.
Proportionaliteit; de verdediging staat in verhouding met de aanval.
Subsidiariteit; het doel van de verdediging niet op een andere,
mindere ingrijpende manier kan worden bereikt.
o Bevoegd ambtelijk bevel
o Wettelijk voorschrift; art 42 Sr
o Ontbreken materiële wederrechtelijkheid; dit is een bijzonder grond, omdat onze
deze rechtvaardigheidsgrond niet is vastgelegd in Sr. Door de Hoge Raad in het leven
geroepen in het Veearts-arrest. De arts wou juist beschermen, was in strijd met de
Veewet.
, College 1
OD, overheid die als burger handelt,
handhaven.
Strafrecht:
- Materieel recht Wv Sr; inhoud, wat is
verboden, wat mag je niet doen.
- Formeel recht Wv Sv; wie is de
verdachte, welke rechten, welke
procedure.
Opiumwet, APV wordt ook strafrecht
besproken.
Materieel strafrecht
1. Legaliteitsbeginsel: art 1 Sr, het is vooraf al strafbaar gesteld
2. Strafbepaling
a. Delictsomschrijving met bestanddelen (als deze niet in delictsomschrijving staan:
elementen)
b. sanctie
3. Strafbaar feit
a. Menselijke gedraging
b. Wederrechtelijk
c. Schuld
Wederrechtelijk en schuld niet in de delictsomschrijving elementen
Art 1 Sv, legaliteit welke procedure, je mag niet zomaar allerlei opsporingstechnieken gebruiken.
Legaliteit van de procedures, legaliteitsbeginsel.
Legaliteitsbeginsel GW, artikel 16. Geen straf
Waarom is er eigenlijk strafrecht? We willen niet dat anderen zelf ingrijpen, eigen richting willen we
voorkomen. het strafrecht is het systeem om conflicten op een beschaafde manier op te lossen.
Onze rechtsstaat beschermt wat weerloos is en voorkomt dat alleen de hardste stemmen worden
gehoord.
Wat is een strafbaar feit?
- Menselijke gedraging
o Gewild spierbeweging
o Handelen (commissie)/nalaten(omissie)
o Natuurlijke en rechtspersonen, bedrijven kunnen bijvoorbeeld fraude plegen
o NB; gedachten dus niet strafbaar
- Delictsomschrijving (bepaalde bestanddelen)
o De wet schrijft voor wat strafbaar is
o Legaliteitsbeginsel
- Wederrechtelijk (element)
o In strijd met de wet
Week 1: H1, H2, H6 t/m paragraaf 6.2 Praktisch Straf(proces)recht
H1 – Het strafbare feit
Voorwaarden strafbaar feit:
1. Menselijke gedraging; gewilde spierbeweging. Die gedraging kan bestaan uit een doen of
een nalaten. Rechtspersonen, zoals bv’s en nv’s, kunnen ook strafbare feiten plegen
(functioneel daderschap).
2. Gedraging valt binnen een delictsomschrijving; legaliteitsbeginsel voordat een gedraging
plaatsvindt, moet in de wet een omschrijving staan van het gedrag dat strafbaar wordt
gesteld.
3. Gedraging is wederrechtelijk; in strijd met het recht rechtvaardigingsgrond.
4. Gedraging is aan schuld te wijten; de gedraging moet worden kunnen toegerekend, de
verdachte had anders kunnen handelen. Wanneer een verdachte een beroep kan doen op
een omstandigheid die ertoe moet leiden dat de verdachte geen verwijt kan worden
gemaakt schulduitsluitingsgrond.
Wederrechtelijk en schuld zijn elementen. Elementen zijn ongeschreven voorwaarden om iemand te
kunnen straffen. De onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat noemen we bestanddelen.
De bestanddelen staan altijd in tenlastelegging opgenomen en moeten door een rechter bewezen
worden verklaard.
Art 287 Sr: hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag,
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboeten van de vijfde categorie.
Drie bestanddelen:
1. Een ander
2. Opzettelijk
3. Van het leven beroven
Verschillende strafbare feiten:
- Misdrijven en overtredingen
o Misdrijven zijn delicten waarvan de wetgever vindt dat de overtreder ervan
zwaar(der) gestraft moet worden, gevangenisstraf.
o Overtredingen zijn delicten met gevolg een geldboete of hechtenis.
- Formele en materiële delicten
o Formele delicten zijn delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen, het gaat
om de handeling, niet om het gevolg. Diefstal, zaakbeschadiging, afpersing.
o Materiële delicten stellen het intreden van een bepaald gevolg juist strafbaar, het
gaat om het gevolg.
- Commissie- en omissiedelicten
o Commissiedelicten zijn delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen,
mishandeling, andermans spullen vernielen, stelen, iemand doden, een
handtekening vervalsen.
o Omissiedelicten stelt juist het nalaten strafbaar. Het nalaten om hulp te verlenen aan
iemand die in levensgevaar verkeert.
, - Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
o Gronddelict, een bepaalde gedraging is strafbaar gesteld, nulpunt.
o Gekwalificeerd delict kent een zwaardere strafbedreiging, doodslag met
voorbedachte raden.
o Geprivilegieerd delict is een lichtere variant met een lagere strafbedreiging,
kinderdoodslag.
H2 – Wederrechtelijkheid
Verschillende betekenissen van wederrechtelijkheid:
1. Zonder toestemming van de rechthebbende; leer van Remmelink. De verdachte handelt
zonder eigen recht. Voorbeeld agent die dief achter nagaat en schade aan kleren
veroorzaakt.
2. Bestanddeel is element; in strijd met het recht.
H6 – Strafuitsluitingsgronden
Twee soorten strafuitsluitingsgronden:
- Rechtvaardigingsgronden;
o Overmacht; wegens noodtoestand. Het gaat om situaties waarin iemand een keuze
moet maken tussen twee botsende plichten, de plicht om de wet na te leven en een
maatschappelijk plicht. Wanneer de maatschappelijke plicht zwaarder weegt dan de
wettelijke plicht, kan iemand succesvol beroep doen (art 40 Sr).
o Noodweer; vaak zelfverdediging (art 41 lid 1 Sr)
1. Ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding; het gaat om nu,
aanranding moet ook wederrechtelijk zijn.
2. Van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed;
3. Geboden door een noodzakelijke verdediging; voldoen aan
proportionaliteit en subsidiariteit.
Proportionaliteit; de verdediging staat in verhouding met de aanval.
Subsidiariteit; het doel van de verdediging niet op een andere,
mindere ingrijpende manier kan worden bereikt.
o Bevoegd ambtelijk bevel
o Wettelijk voorschrift; art 42 Sr
o Ontbreken materiële wederrechtelijkheid; dit is een bijzonder grond, omdat onze
deze rechtvaardigheidsgrond niet is vastgelegd in Sr. Door de Hoge Raad in het leven
geroepen in het Veearts-arrest. De arts wou juist beschermen, was in strijd met de
Veewet.
, College 1
OD, overheid die als burger handelt,
handhaven.
Strafrecht:
- Materieel recht Wv Sr; inhoud, wat is
verboden, wat mag je niet doen.
- Formeel recht Wv Sv; wie is de
verdachte, welke rechten, welke
procedure.
Opiumwet, APV wordt ook strafrecht
besproken.
Materieel strafrecht
1. Legaliteitsbeginsel: art 1 Sr, het is vooraf al strafbaar gesteld
2. Strafbepaling
a. Delictsomschrijving met bestanddelen (als deze niet in delictsomschrijving staan:
elementen)
b. sanctie
3. Strafbaar feit
a. Menselijke gedraging
b. Wederrechtelijk
c. Schuld
Wederrechtelijk en schuld niet in de delictsomschrijving elementen
Art 1 Sv, legaliteit welke procedure, je mag niet zomaar allerlei opsporingstechnieken gebruiken.
Legaliteit van de procedures, legaliteitsbeginsel.
Legaliteitsbeginsel GW, artikel 16. Geen straf
Waarom is er eigenlijk strafrecht? We willen niet dat anderen zelf ingrijpen, eigen richting willen we
voorkomen. het strafrecht is het systeem om conflicten op een beschaafde manier op te lossen.
Onze rechtsstaat beschermt wat weerloos is en voorkomt dat alleen de hardste stemmen worden
gehoord.
Wat is een strafbaar feit?
- Menselijke gedraging
o Gewild spierbeweging
o Handelen (commissie)/nalaten(omissie)
o Natuurlijke en rechtspersonen, bedrijven kunnen bijvoorbeeld fraude plegen
o NB; gedachten dus niet strafbaar
- Delictsomschrijving (bepaalde bestanddelen)
o De wet schrijft voor wat strafbaar is
o Legaliteitsbeginsel
- Wederrechtelijk (element)
o In strijd met de wet