Wat is het?
En hoe geef je hier vorm aan?
Onder pedagogisch handelen verstond ik, voordat ik me ging verdiepen in
de theorie hierachter voornamelijk het zo handelen van de leerkracht dat
zijn of haar handelen een positieve werking heeft op de kinderen in
groepsverband als zowel het individu. Hiermee bedoel ik dat naar mijn
mening een leerkracht die juist pedagogisch handelt oog heeft voor de
mensen om hem of haar heen en weet wat er speelt in de belevingswereld
van een kind. Een goede leerkracht is gefocust op de doelen die hij of zij
wilt bereiken met haar lessen, maar vergeet hiermee niet het individu uit
het oog. Het individu en de band tussen leerkracht en kind is naar mijn
mening namelijk zelfs nog belangrijker dan de lessen aan zich.
Na het lezen van de theorie uit kiezen voor het jonge kind door Helma
Brouwers (Brouwers, 2022) kwam ik tot een breder begrip van wat
pedagogisch handelen inhoudt. Hieronder heb ik de basis van een juiste
pedagogische houding weergegeven:
- We spreken van een juiste pedagogische handeling als de opvoeder
het kind effectieve hulp en ondersteuning biedt bij het opgroeien en
als doel heeft de persoonsvorming van het kind gunstig te
beïnvloeden
Hier bedoelen we mee dat we een kind niet alleen maar straf geven of
beloning, maar effectief proberen te helpen door echt te kijken naar wat
het kind nodig heeft. Een kind is niet lastig, maar heeft vaak een
achterliggende reden achter gedrag. Wat is deze reden? Daar moeten
we als leerkracht achter willen komen.
Dus niet gelijk bozig straffen, maar vragen waarom een leerling doet
wat een leerling doet en een oplossing proberen te zoeken door samen
met de leerling in gesprek te blijven. Bij een juiste pedagogische
handeling ervaart het kind dit zelf ook als prettig.
Daarnaast moeten we ons bewust zijn dat we een invloed hebben op
hoe kinderen opgroeien en dus ook op de samenleving als geheel.
Welke waarden vind je zelf als docent belangrijk en hoe wil je die
overdragen op de kinderen? Het is van belang hier over na te denken.
We kunnen kinderen alleen helpen met opvoeden als er sprake is van
een wederzijdse vertrouwensband. Als deze band er niet is, dan kunnen
nog de kinderen nog de docent goed met elkaar overweg in de klas.
Werken aan deze vertrouwensband is dus essentieel.