Bedrijfseconomie 2 College 1
H11 kostenstructuur
-Kosten: (alles waarvan je eigen vermogen omlaag gaat)
1-Totale contante kosten (veranderen niet als de productie toe of afneemt)
2-Totale variabele kosten (veranderen als de product toe of afneemt)
Vb. 1. Huurlasten, rente, afschrijving
Vb. 2. Grondstofkosten, loonkosten, transportkosten
Totale Variabele kosten + Totale contante kosten = Totale kosten
- Totale Constante kosten veranderen, binnen bepaalde productiegrenzen niet als de productie toe of
afneemt.
- Totale variabele kosten veranderen proportioneel, progressief of degressief.
-Proportioneel (gelijk per productiehoeveelheid)
-Progressief (worden steeds hoger per productiehoeveelheid)
-Degressief (worden minder per productiehoeveelheid)
, Totaal
- Totale kosten beginnen altijd vanaf de constante kosten en loopt evenwijdig aan de variable lijn.
Hoog-laag methode
- Hoogste productie – Laagste productie : Kosten hoogste productie – kosten laagste productie =
variablee verkoopkosten per product
- Afzet x variabele verkoopkosten – totale verkoopkosten = vaste verkoopkosten per maand
- Afzet x variabele kosten + constante kosten = totale kosten
Break-even analyse
(De omzet waarbij de onderneming geen winst of verlies maakt, kostendekking)
- Bij break-even spreken we van TO=TK
(TO) Totale opbrengst
(TK) Totale kosten