Samenvatting kind met CP
De student beschrijft de belangrijkste aspecten van de afwijkende motorische ontwikkeling van het
kind met CP.
De student onderscheidt de belangrijkste aspecten van de afwijkende ontwikkeling van het eten,
drinken en primaire mondfuncties van het kind met CP.
De student past de theorie met betrekking tot mogelijke logopedische interventies bij kinderen met
CP in relatie tot de interventies van andere paramedici toe bij een fictieve casus.
De student legt de keuze voor de belangrijkste vormen van ondersteunde communicatie (OC) bij een
fictieve patiënt met CP.
De student demonstreert bij een medestudent mondcontrole, begeleiden van eten van een lepel,
drinken uit een beker, kauwen en tandenpoetsen en legt het doel en de evidentie ervan uit.
De student kan communicatieve functies en partnerstrategieën herkennen en enkele toepassen.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave.......................................................................................................................................1
1. Definitie Cerebrale parese..................................................................................................................2
2. Diagnose.............................................................................................................................................2
3. Etiologie..............................................................................................................................................2
4. Classificatie.........................................................................................................................................2
4.1. Naar type.....................................................................................................................................2
4.2. Naar locatie..................................................................................................................................3
4.3. Naar ernst....................................................................................................................................3
4.4. Naar functie en functionaliteit.....................................................................................................3
5. Prevalentie..........................................................................................................................................5
6. Activiteiten- en participatieniveau......................................................................................................5
7. Prognose.............................................................................................................................................5
8. Logopedisch onderzoek bij CP............................................................................................................5
8.1. Eten, drinken en slikken...............................................................................................................5
8.1.1. Diagnostiek eten, drinken en slikken....................................................................................6
8.2. Communicatie..............................................................................................................................6
8.2.1. Definitie communicatie volgens ICF-CY:................................................................................6
8.2.2. Definitie Ondersteunde communicatie (OC):........................................................................6
8.2.3. Diagnostiek communicatie....................................................................................................6
8.2.4. Interactie..............................................................................................................................6
1
, 1. Definitie Cerebrale parese
- CP is een aandoening
- Die gekenmerkt is door een stoornis van houding en beweging en van motorische functie
- Die is blijvend, maar niet onveranderlijk
- Die is veroorzaakt door een non-progressieve interferentie/ laesie/ abnormaliteit
- In het ontwikkelende onrijpe brein (de beschadiging moet ontstaan zijn voordat het kind 12
maanden oud is in het brein)
Een klinisch syndroom gekenmerkt door een persisterende houdings- of bewegingsstoornis ten
gevolge van een niet-progressief pathologische proces dat de hersenen tijdens hun ontwikkeling (voor
de eerste verjaardag) heeft beschadigd. De houdings- of bewegingsstoornis moet beperkingen on
activiteiten tot gevolg hebben. De aandoening gaat vaak gepaard met stoornissen in sensoriek,
cognitie, communicatie, perceptie en/ of gedrag.
2. Diagnose
In de registratie van SCPE (Suirveillance of Cerebral Palsy in Europe)
>5 jaar: definitieve diagnose
<5 jaar: waarschijnlijke diagnose
1 op de 500 levendgeborenen.
3. Etiologie
Prénataal (voor de geboorte) 30%:
Malformaties
Intra uteriene infecties (hiv)
Intoxicaties (drugs etc)
Fetal cerebral perfusion disorders
Perinataal (tijdens de geboorte) 60%:
Asfyxie (zuurstof te kort)
Intracraniale bloedingen (kind krijgt tijdens de geboorte een hersenbloeding)
Epilepsie
Postnataal (na de geboorte) 10%:
Trauma/ mishandeling
Cerebro Vasculair Accident (CVA= hersenbloeding)
Metabolische intoxicaties
4. Classificatie
Wordt gedaan op basis van overheersende neurologische bevindingen.
Kan op verschillende niveaus geclassificeerd worden.
4.1. Naar type
Spastische CP
Dyskinetische CP (over het algemeen verstandelijk normaal)
Atactische CP
2
De student beschrijft de belangrijkste aspecten van de afwijkende motorische ontwikkeling van het
kind met CP.
De student onderscheidt de belangrijkste aspecten van de afwijkende ontwikkeling van het eten,
drinken en primaire mondfuncties van het kind met CP.
De student past de theorie met betrekking tot mogelijke logopedische interventies bij kinderen met
CP in relatie tot de interventies van andere paramedici toe bij een fictieve casus.
De student legt de keuze voor de belangrijkste vormen van ondersteunde communicatie (OC) bij een
fictieve patiënt met CP.
De student demonstreert bij een medestudent mondcontrole, begeleiden van eten van een lepel,
drinken uit een beker, kauwen en tandenpoetsen en legt het doel en de evidentie ervan uit.
De student kan communicatieve functies en partnerstrategieën herkennen en enkele toepassen.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave.......................................................................................................................................1
1. Definitie Cerebrale parese..................................................................................................................2
2. Diagnose.............................................................................................................................................2
3. Etiologie..............................................................................................................................................2
4. Classificatie.........................................................................................................................................2
4.1. Naar type.....................................................................................................................................2
4.2. Naar locatie..................................................................................................................................3
4.3. Naar ernst....................................................................................................................................3
4.4. Naar functie en functionaliteit.....................................................................................................3
5. Prevalentie..........................................................................................................................................5
6. Activiteiten- en participatieniveau......................................................................................................5
7. Prognose.............................................................................................................................................5
8. Logopedisch onderzoek bij CP............................................................................................................5
8.1. Eten, drinken en slikken...............................................................................................................5
8.1.1. Diagnostiek eten, drinken en slikken....................................................................................6
8.2. Communicatie..............................................................................................................................6
8.2.1. Definitie communicatie volgens ICF-CY:................................................................................6
8.2.2. Definitie Ondersteunde communicatie (OC):........................................................................6
8.2.3. Diagnostiek communicatie....................................................................................................6
8.2.4. Interactie..............................................................................................................................6
1
, 1. Definitie Cerebrale parese
- CP is een aandoening
- Die gekenmerkt is door een stoornis van houding en beweging en van motorische functie
- Die is blijvend, maar niet onveranderlijk
- Die is veroorzaakt door een non-progressieve interferentie/ laesie/ abnormaliteit
- In het ontwikkelende onrijpe brein (de beschadiging moet ontstaan zijn voordat het kind 12
maanden oud is in het brein)
Een klinisch syndroom gekenmerkt door een persisterende houdings- of bewegingsstoornis ten
gevolge van een niet-progressief pathologische proces dat de hersenen tijdens hun ontwikkeling (voor
de eerste verjaardag) heeft beschadigd. De houdings- of bewegingsstoornis moet beperkingen on
activiteiten tot gevolg hebben. De aandoening gaat vaak gepaard met stoornissen in sensoriek,
cognitie, communicatie, perceptie en/ of gedrag.
2. Diagnose
In de registratie van SCPE (Suirveillance of Cerebral Palsy in Europe)
>5 jaar: definitieve diagnose
<5 jaar: waarschijnlijke diagnose
1 op de 500 levendgeborenen.
3. Etiologie
Prénataal (voor de geboorte) 30%:
Malformaties
Intra uteriene infecties (hiv)
Intoxicaties (drugs etc)
Fetal cerebral perfusion disorders
Perinataal (tijdens de geboorte) 60%:
Asfyxie (zuurstof te kort)
Intracraniale bloedingen (kind krijgt tijdens de geboorte een hersenbloeding)
Epilepsie
Postnataal (na de geboorte) 10%:
Trauma/ mishandeling
Cerebro Vasculair Accident (CVA= hersenbloeding)
Metabolische intoxicaties
4. Classificatie
Wordt gedaan op basis van overheersende neurologische bevindingen.
Kan op verschillende niveaus geclassificeerd worden.
4.1. Naar type
Spastische CP
Dyskinetische CP (over het algemeen verstandelijk normaal)
Atactische CP
2