Oefententamen; vragen over Psychology of Advertising
Antwoorden aan het einde van het document, met uitleg!
1. Welke van de volgende technieken maakt GEEN gebruik van het principe van
wederkerigheid?
● a) Door-in-the-face techniek
● b) Foot-in-the-door techniek
● c) That’s-not-all techniek
● d) Het aanbieden van gratis samples
2. Welke van de volgende factoren draagt NIET bij aan online vertrouwen?
● a) Anonimiteit
● b) Professioneel website design
● c) Duidelijke privacy policy
● d) Keurmerken
3. Wat is GEEN voorbeeld van subtiele beïnvloeding in online reclame?
● a) Banners
● b) Beslissingstools
● c) Vergelijkingssites
● d) Aanbevelingssystemen
4. Welk effect van online reclame kan leiden tot een vertekend wereldbeeld?
● a) Google-geheugen effect
● b) Filterbubbel
● c) Multitasking
● d) Heuristiek denken
5. Welke emotie heeft, volgens onderzoek, de grootste negatieve impact op de online
reputatie van een product?
● a) Verdriet
● b) Angst
● c) Woede
● d) Blijdschap
6. Welke van de volgende beweringen over het "mere exposure" effect is ONJUIST?
● a) Herhaalde blootstelling aan een stimulus leidt tot een positievere evaluatie.
● b) Het herkennen van de stimulus is noodzakelijk voor het optreden van het effect.
● c) Het effect is sterker wanneer er meer tijd verstrijkt tussen de blootstelling en de
meting van de attitude.
, ● d) Herhaalde blootstelling vergroot de perceptuele vloeiendheid, wat bijdraagt aan
een positievere evaluatie.
7. Welke van de volgende stellingen beschrijft het BESTE het verschil tussen de
theorie van beredeneerd handelen (TRA) en de theorie van gepland gedrag (TPB)?
● a) TRA richt zich op algemene attitudes, terwijl TPB specifiek gedrag voorspelt.
● b) TRA houdt geen rekening met sociale normen, terwijl TPB dat wel doet.
● c) TRA omvat de waargenomen gedragscontrole, terwijl TPB zich alleen richt op
attitudes en subjectieve normen.
● d) TPB voegt waargenomen gedragscontrole toe als een belangrijke determinant van
intentie.
8. Welke van de volgende strategieën is het MINST effectief om de "negativiteitsbias"
in online mond-tot-mondreclame te verminderen?
● a) Proactief reageren op negatieve reviews met oplossingen of compensatie.
● b) Aanmoedigen van tevreden klanten om positieve reviews te schrijven.
● c) Verwijderen of verbergen van negatieve reviews op sociale media.
● d) Monitoren van online reviews en reageren op zowel positieve als negatieve
feedback.
9. Een advertentie voor een nieuwe auto toont een succesvolle zakenman die met de
auto door een bergachtig landschap rijdt. Welk type reclamestrategie wordt hier
waarschijnlijk gebruikt om de aandacht van de consument te trekken?
● a) Humor
● b) Seksuele aantrekkingskracht
● c) Schaarste
● d) Aspiratie
10. Welke van de volgende stellingen is GEEN voorbeeld van het "Google-geheugen
effect"?
● a) Studenten onthouden minder details van een presentatie als ze weten dat de
slides later online beschikbaar zullen zijn.
● b) Consumenten kunnen zich de naam van een specifieke website niet herinneren,
maar wel dat ze de informatie gemakkelijk via Google kunnen vinden.
● c) Een marketeer vergeet de exacte statistieken over de doelgroep, maar weet dat hij
de informatie in een online rapport kan opzoeken.
● d) Een kok kan zich niet alle ingrediënten van een bepaald recept herinneren, maar
hij heeft het recept opgeslagen in een online kookboek.
11. Stel, je ontwerpt een online campagne om mensen te stimuleren tot het doneren
aan een goed doel. Welke van de volgende strategieën is het MEEST effectief,
gebaseerd op het principe van "sociale bewijskracht"?
● a) Een video tonen waarin een beroemdheid pleit voor donaties aan het goede doel.
Antwoorden aan het einde van het document, met uitleg!
1. Welke van de volgende technieken maakt GEEN gebruik van het principe van
wederkerigheid?
● a) Door-in-the-face techniek
● b) Foot-in-the-door techniek
● c) That’s-not-all techniek
● d) Het aanbieden van gratis samples
2. Welke van de volgende factoren draagt NIET bij aan online vertrouwen?
● a) Anonimiteit
● b) Professioneel website design
● c) Duidelijke privacy policy
● d) Keurmerken
3. Wat is GEEN voorbeeld van subtiele beïnvloeding in online reclame?
● a) Banners
● b) Beslissingstools
● c) Vergelijkingssites
● d) Aanbevelingssystemen
4. Welk effect van online reclame kan leiden tot een vertekend wereldbeeld?
● a) Google-geheugen effect
● b) Filterbubbel
● c) Multitasking
● d) Heuristiek denken
5. Welke emotie heeft, volgens onderzoek, de grootste negatieve impact op de online
reputatie van een product?
● a) Verdriet
● b) Angst
● c) Woede
● d) Blijdschap
6. Welke van de volgende beweringen over het "mere exposure" effect is ONJUIST?
● a) Herhaalde blootstelling aan een stimulus leidt tot een positievere evaluatie.
● b) Het herkennen van de stimulus is noodzakelijk voor het optreden van het effect.
● c) Het effect is sterker wanneer er meer tijd verstrijkt tussen de blootstelling en de
meting van de attitude.
, ● d) Herhaalde blootstelling vergroot de perceptuele vloeiendheid, wat bijdraagt aan
een positievere evaluatie.
7. Welke van de volgende stellingen beschrijft het BESTE het verschil tussen de
theorie van beredeneerd handelen (TRA) en de theorie van gepland gedrag (TPB)?
● a) TRA richt zich op algemene attitudes, terwijl TPB specifiek gedrag voorspelt.
● b) TRA houdt geen rekening met sociale normen, terwijl TPB dat wel doet.
● c) TRA omvat de waargenomen gedragscontrole, terwijl TPB zich alleen richt op
attitudes en subjectieve normen.
● d) TPB voegt waargenomen gedragscontrole toe als een belangrijke determinant van
intentie.
8. Welke van de volgende strategieën is het MINST effectief om de "negativiteitsbias"
in online mond-tot-mondreclame te verminderen?
● a) Proactief reageren op negatieve reviews met oplossingen of compensatie.
● b) Aanmoedigen van tevreden klanten om positieve reviews te schrijven.
● c) Verwijderen of verbergen van negatieve reviews op sociale media.
● d) Monitoren van online reviews en reageren op zowel positieve als negatieve
feedback.
9. Een advertentie voor een nieuwe auto toont een succesvolle zakenman die met de
auto door een bergachtig landschap rijdt. Welk type reclamestrategie wordt hier
waarschijnlijk gebruikt om de aandacht van de consument te trekken?
● a) Humor
● b) Seksuele aantrekkingskracht
● c) Schaarste
● d) Aspiratie
10. Welke van de volgende stellingen is GEEN voorbeeld van het "Google-geheugen
effect"?
● a) Studenten onthouden minder details van een presentatie als ze weten dat de
slides later online beschikbaar zullen zijn.
● b) Consumenten kunnen zich de naam van een specifieke website niet herinneren,
maar wel dat ze de informatie gemakkelijk via Google kunnen vinden.
● c) Een marketeer vergeet de exacte statistieken over de doelgroep, maar weet dat hij
de informatie in een online rapport kan opzoeken.
● d) Een kok kan zich niet alle ingrediënten van een bepaald recept herinneren, maar
hij heeft het recept opgeslagen in een online kookboek.
11. Stel, je ontwerpt een online campagne om mensen te stimuleren tot het doneren
aan een goed doel. Welke van de volgende strategieën is het MEEST effectief,
gebaseerd op het principe van "sociale bewijskracht"?
● a) Een video tonen waarin een beroemdheid pleit voor donaties aan het goede doel.