College 9/10
Deel 1
Cellulaire mechanismen
Neurale de nitie van geheugen = LTP en LDP
In welk hersengebied LTP of LDP optreed hangt af van het type geheugen.
- Alleen declaratieve geheugen (episodisch en semantisch) afhankelijk van hippocampus —>
medial temporal lobe.
- Het non-declaratieve geheugen afhankelijk van verschillende hersengebieden.
LTP —> sensitisatie (toegenomen respons op stimulus)
Bij eenmalig hoogfrequentie input
LDP —> habituatie (afgenomen respons op stimulus)
Bij langdurige laagfrequentie input (ruis)
Snelle verandering:
Toe- of afname AMPA-receptoren
Bij eerste AP —> NMDA-receptor wordt actief
Door instroom van Ca+ kan AMPA worden geactiveerd
AMPA komt er dus pas bij als membraan al een keer gedepolariseerd is.
‘Ik prikkel een cel en een seconde later prikkel ik hem weer en dan reageert hij meer omdat hij
meer AMPA-receptoren heeft.’
Langzame verandering:
- Toename aantal pre-synaptische vesicles (A) —> er liggen meer blaasjes klaar dus meer
neurotransmitters
- Toename aantal ribosomen (A) —> er zijn meer fabriekjes die de signalen overzetten in eiwitten
- Toename aantal synaptische zones (B) —> meer plek voor receptoren
Langzaamste verandering:
Toe- of afname dendritic spines —> synapsen
Translatie, eiwitsynthese etc.
Langetermijngeheugen
1) opslaan (encoding)
2) behouden (consolidation)
3) toepassen/ophalen (retrieval)
fi
,4) vergeten/ verlies declaratief geheugen (amnesie) —> kan in elk stadium voorkomen
(encoding, consolidation en retrieval)
- Hersenschade amnesie
- Psychogene amnesie
- Kindertijd amnesie
- Echte amnesie —> consolidation probleem
- Encoding —> hippocampus nog niet af
- Retrieval —> contextueel geheugen (gras ruiken, met pop/ klein lichaam herinner je meer van
kindertijd omdat je toen zelf ook klein was)
Non-declarative (implicit) memory
Niet bewuste geheugen.
1) Priming
2) Skill learning
3) Conditionering
Priming
Door blootstelling aan stimulus zal je de volgende stimulus anders waarnemen (subcontious).
—> ‘bewuste priming’ zijn associaties
, Perceptuele priming
Het gaat over de perceptuele kenmerken —> geen e ect bij format-shift (plaatje en woord
werkt niet)
Onafhankelijk van diepere levels van processing, je hoeft niet de betekenis van een woord te
begrijpen bijvoorbeeld (semantisch).
Prime en target zijn hetzelfde
Repetition suppression = minder neuronen nodig (minder fMRI activiteit) om plaatje te
representeren als je deze stimulus herhaaldelijk te zien krijgt.
Sharpening theory = speci eke, relevante sensorische informatie
selectief versterken of “aanscherpen" (LTP) terwijl irrelevante of
ruisachtige informatie wordt onderdrukt. —> e ciëntere verwerking
van stimulus kost minder informatie (minder activiteit).
Conceptual priming
Het gaat over conceptuele kenmerken —> afhankelijk van taalgebieden (alzheimer’s).
Woordbetekenis is belangrijk! Alleen repetition suppression als het semantisch geheugen is
(concreet/abstract).
Prime en target hetzelfde
Semantic priming
Het gaat om associaties die je hebt.
Prime en target zijn anders —> indirect
fi ffi ff