HC 6; verzekeringsrecht: Algemene voorwaarden en eigen schuld
Vandaag gaan we kijken naar de algemene voorwaardenregeling uit boek 6. Algemene
voorwaarden heb je vrij snel aan je kleven.
Algemene voorwaarden
Twee beschermingsgronden (tegen snel aangenomen gebondenheid AV)
i. Toetsing aan de open norm (onredelijke bezwarendheid) van 6:233 sub a BW
ii. Toetsing aan de vraag of de wederpartij een redelijke mogelijkheid heeft geboden om
van de AV kennis te nemen (6:233 sub b BW)
i. Open norm ex 6:233 aanhef en sub a:
Een beding is vernietigbaar indien het gelet op:
de aard en de overige inhoud van de overeenkomst
de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen
de wederzijds kenbare belangen van partijen
en de overige omstandigheden van het geval
onredelijk bezwarend is voor de wederpartij.
Alle omstandigheden.
Stel: we hebben een verzekerde ondernemer. Een verzekeraar hanteert doorgaans wat
uitsluitingen waarvoor hij niet verzekert. De ondernemer zal dan doorgaans exoneraties
opnemen in zijn algemene voorwaarden. Die exoneraties hebben dan weer te gelden jegens
,zijn (commerciële) wederpartij. Exoneratie is een beding dat in de grijze lijst staat. Je ziet dus
dat de uitsluitingen in de verzekeringsovereenkomst doorwerken in de overeenkomst die de
ondernemer zelf sluit.
Exoneratiebeding (‘ik ben niet aansprakelijk voor’) = Beding dat de gebruiker van algemene
voorwaarden of een derde geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot
schadevergoeding (titel 6.5.3 Alg.voorwaarden)
De wetgever heeft er korte tijd over gedacht om exoneraties zwarte bedingen te maken,
maar uiteindelijk zijn exoneraties op de grijze lijst beland. Waarom? Zie hieronder.
Wederzijds kenbare belangen in het licht van verzekeringen (derde aspect voor eerste
beschermingsgrond)
Wetgever: Redelijkheid van een aansprakelijkheidsbeperking (exoneratie ex 6:237 sub f) kan
mede afhankelijk zijn van de vraag of het risico had kunnen worden verzekerd, op wiens weg
dit had gelegen en of een redelijk aanbod daartoe van de hand is gewezen (PG Bk 6, p. 1580)
> vanwege de aspecten van verzekering die een rol kunnen spelen bij de vraag of een
exoneratiebeding op zijn plaats is of niet, om die reden is het exoneratiebeding op de grijze
lijst gekomen (en niet op de zwarte lijst). Omdat het op de grijze lijst staat is het
uitgangspunt dat het onredelijk bezwarend is, het is dan aan de gebruiker van de algemene
voorwaarden om aan te geven dat het onder de gegeven omstandigheden niet erg is. Je mag
bijvoorbeeld ook meewegen of het onredelijk bezwarend is, of de wederpartij wist dat deze
specifieke exoneratie in de algemene voorwaarden was opgenomen.
Voorbeeld: stel: een verzekerde aannemer komt bij mij een keuken installeren en daarbij
raak ik beschadigd aan mijn oog. De aannemer kan een exoneratie hebben voor letsel. Hij
kan dus exonereren voor letsel terwijl in zijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering i.b. juist
letsel gedekt wordt. Wat speelt bij de weging van exoneraties onder meer een rol? De vraag
of de wederpartij van de algemene voorwaarden bewust was van het feit dat de exoneratie
was opgenomen. Dit mag meespelen bij de vraag of de exoneratie onredelijk bezwarend is.
Strikt genomen kan de verzekerde aannemer ook niet bij de verzekeraar aankloppen voor de
vergoeding van de letselschade. De verzekeringsovereenkomst is namelijk gebaseerd, mede
op het setje algemene voorwaarden. De premie wordt mede vastgesteld op de exoneratie
van letsel. De wederpartij kan dus ook niet zeggen dat de exoneratie onredelijk bezwarend is
omdat de aannemer een deurtje verder kan aankloppen bij de verzekeraar, want dit kan
niet.
, Rb Arnhem 5 oktober 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BT7268 (RAV 2012/5)
Er is een 19-jarige jongen die met zijn crossmotor ernstig letsel oploopt bij een ongeluk. Dit
gebeurt op een vrije training op een crossbaan. Er zijn twee andere motorcrossers bij
betrokken en die stelt hij ook aansprakelijk. Hij stelt ook de motorclub aansprakelijk. Hij
stelt: door jullie onrechtmatig gedrag ben ik permanent invalide. Zij zeggen echter dat ze zich
beroepen op de exoneratieclausule die bij de overeenkomst zat die jij hebt getekend bij het
aangaan van de licentie om op deze baan te mogen crossen. De bond zegt daarnaast: we
hebben jou bovendien gevraagd of je wilde participeren in de collectieve
ongevallenverzekering. Dat heeft hij niet gedaan. Wat moeten we nou met de exoneratie?
Inhoudelijk:
- Rechter: Hoe onfortuinelijk ook: beroep exoneratiebeding toegestaan > je hebt het
geweten en het is niet onduidelijk geweest.
- Uitsluiting gaf ‘zonder omhaal’ aan: onmogelijkheid aansprakelijkstelling
KNMV/andere wedstrijddeelnemers
- Onderdeel van beslissing de licentie niet te duur te laten zijn (verzekeren is duur)
- Bij licentieaanvraag wordt info verstrekt dat tegen een betaling van 165 euro bij
blijvende invaliditeit een uitkering van 25.000 euro verkregen zou worden.
- Vrijtekening niet onduidelijk of onbegrijpelijk en dat de strekking ervan tot de crosser
niet is doorgedrongen doet aan voorgaande niet af.
HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691 (Heesakkers/Voets)
Art. 6 Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
(PbEG L 95, p. 29-34): oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen een verkoper en een
consument binden de consument niet (terwijl de rest van de overeenkomst zonder de
oneerlijke bedingen wel bindend blijft als de ovk zonder de oneerlijk bedingen kan
voortbestaan).
De rechter moet overgaan tot een richtlijn conforme uitleg en de toets ex 6:233
aanhef en onder a BW ambtshalve verrichten. De gedachte is dus dat een rechter
ambtshalve moet overgaan tot toetsing of een beding in de zin van art. 6:233 sub a
onredelijk bezwarend is.
“positief ingrijpen buiten de partijen bij de overeenkomst om”
Juridisch-technisch wonderlijk: onredelijk bezwarend beding is vernietigbaar à
consument dient ex 3:49 BW (buitengerechtelijk) vernietiging inroepen, danwel dient
een rechterlijke uitspraak van die strekking uit te lokken (“een beroep in rechte ex
3:51 BW”). Zolang niet vernietigd, is het beding dus geldig.
Toch “ingrijpen”? Van Boom (AA, mei 2014) spreekt over frictie tussen de
lijdelijkheid (art. 24 Rv) en het Europees activisme. “Een ambtshalve te constateren
nietigheid?”
Vandaag gaan we kijken naar de algemene voorwaardenregeling uit boek 6. Algemene
voorwaarden heb je vrij snel aan je kleven.
Algemene voorwaarden
Twee beschermingsgronden (tegen snel aangenomen gebondenheid AV)
i. Toetsing aan de open norm (onredelijke bezwarendheid) van 6:233 sub a BW
ii. Toetsing aan de vraag of de wederpartij een redelijke mogelijkheid heeft geboden om
van de AV kennis te nemen (6:233 sub b BW)
i. Open norm ex 6:233 aanhef en sub a:
Een beding is vernietigbaar indien het gelet op:
de aard en de overige inhoud van de overeenkomst
de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen
de wederzijds kenbare belangen van partijen
en de overige omstandigheden van het geval
onredelijk bezwarend is voor de wederpartij.
Alle omstandigheden.
Stel: we hebben een verzekerde ondernemer. Een verzekeraar hanteert doorgaans wat
uitsluitingen waarvoor hij niet verzekert. De ondernemer zal dan doorgaans exoneraties
opnemen in zijn algemene voorwaarden. Die exoneraties hebben dan weer te gelden jegens
,zijn (commerciële) wederpartij. Exoneratie is een beding dat in de grijze lijst staat. Je ziet dus
dat de uitsluitingen in de verzekeringsovereenkomst doorwerken in de overeenkomst die de
ondernemer zelf sluit.
Exoneratiebeding (‘ik ben niet aansprakelijk voor’) = Beding dat de gebruiker van algemene
voorwaarden of een derde geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot
schadevergoeding (titel 6.5.3 Alg.voorwaarden)
De wetgever heeft er korte tijd over gedacht om exoneraties zwarte bedingen te maken,
maar uiteindelijk zijn exoneraties op de grijze lijst beland. Waarom? Zie hieronder.
Wederzijds kenbare belangen in het licht van verzekeringen (derde aspect voor eerste
beschermingsgrond)
Wetgever: Redelijkheid van een aansprakelijkheidsbeperking (exoneratie ex 6:237 sub f) kan
mede afhankelijk zijn van de vraag of het risico had kunnen worden verzekerd, op wiens weg
dit had gelegen en of een redelijk aanbod daartoe van de hand is gewezen (PG Bk 6, p. 1580)
> vanwege de aspecten van verzekering die een rol kunnen spelen bij de vraag of een
exoneratiebeding op zijn plaats is of niet, om die reden is het exoneratiebeding op de grijze
lijst gekomen (en niet op de zwarte lijst). Omdat het op de grijze lijst staat is het
uitgangspunt dat het onredelijk bezwarend is, het is dan aan de gebruiker van de algemene
voorwaarden om aan te geven dat het onder de gegeven omstandigheden niet erg is. Je mag
bijvoorbeeld ook meewegen of het onredelijk bezwarend is, of de wederpartij wist dat deze
specifieke exoneratie in de algemene voorwaarden was opgenomen.
Voorbeeld: stel: een verzekerde aannemer komt bij mij een keuken installeren en daarbij
raak ik beschadigd aan mijn oog. De aannemer kan een exoneratie hebben voor letsel. Hij
kan dus exonereren voor letsel terwijl in zijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering i.b. juist
letsel gedekt wordt. Wat speelt bij de weging van exoneraties onder meer een rol? De vraag
of de wederpartij van de algemene voorwaarden bewust was van het feit dat de exoneratie
was opgenomen. Dit mag meespelen bij de vraag of de exoneratie onredelijk bezwarend is.
Strikt genomen kan de verzekerde aannemer ook niet bij de verzekeraar aankloppen voor de
vergoeding van de letselschade. De verzekeringsovereenkomst is namelijk gebaseerd, mede
op het setje algemene voorwaarden. De premie wordt mede vastgesteld op de exoneratie
van letsel. De wederpartij kan dus ook niet zeggen dat de exoneratie onredelijk bezwarend is
omdat de aannemer een deurtje verder kan aankloppen bij de verzekeraar, want dit kan
niet.
, Rb Arnhem 5 oktober 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BT7268 (RAV 2012/5)
Er is een 19-jarige jongen die met zijn crossmotor ernstig letsel oploopt bij een ongeluk. Dit
gebeurt op een vrije training op een crossbaan. Er zijn twee andere motorcrossers bij
betrokken en die stelt hij ook aansprakelijk. Hij stelt ook de motorclub aansprakelijk. Hij
stelt: door jullie onrechtmatig gedrag ben ik permanent invalide. Zij zeggen echter dat ze zich
beroepen op de exoneratieclausule die bij de overeenkomst zat die jij hebt getekend bij het
aangaan van de licentie om op deze baan te mogen crossen. De bond zegt daarnaast: we
hebben jou bovendien gevraagd of je wilde participeren in de collectieve
ongevallenverzekering. Dat heeft hij niet gedaan. Wat moeten we nou met de exoneratie?
Inhoudelijk:
- Rechter: Hoe onfortuinelijk ook: beroep exoneratiebeding toegestaan > je hebt het
geweten en het is niet onduidelijk geweest.
- Uitsluiting gaf ‘zonder omhaal’ aan: onmogelijkheid aansprakelijkstelling
KNMV/andere wedstrijddeelnemers
- Onderdeel van beslissing de licentie niet te duur te laten zijn (verzekeren is duur)
- Bij licentieaanvraag wordt info verstrekt dat tegen een betaling van 165 euro bij
blijvende invaliditeit een uitkering van 25.000 euro verkregen zou worden.
- Vrijtekening niet onduidelijk of onbegrijpelijk en dat de strekking ervan tot de crosser
niet is doorgedrongen doet aan voorgaande niet af.
HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691 (Heesakkers/Voets)
Art. 6 Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
(PbEG L 95, p. 29-34): oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen een verkoper en een
consument binden de consument niet (terwijl de rest van de overeenkomst zonder de
oneerlijke bedingen wel bindend blijft als de ovk zonder de oneerlijk bedingen kan
voortbestaan).
De rechter moet overgaan tot een richtlijn conforme uitleg en de toets ex 6:233
aanhef en onder a BW ambtshalve verrichten. De gedachte is dus dat een rechter
ambtshalve moet overgaan tot toetsing of een beding in de zin van art. 6:233 sub a
onredelijk bezwarend is.
“positief ingrijpen buiten de partijen bij de overeenkomst om”
Juridisch-technisch wonderlijk: onredelijk bezwarend beding is vernietigbaar à
consument dient ex 3:49 BW (buitengerechtelijk) vernietiging inroepen, danwel dient
een rechterlijke uitspraak van die strekking uit te lokken (“een beroep in rechte ex
3:51 BW”). Zolang niet vernietigd, is het beding dus geldig.
Toch “ingrijpen”? Van Boom (AA, mei 2014) spreekt over frictie tussen de
lijdelijkheid (art. 24 Rv) en het Europees activisme. “Een ambtshalve te constateren
nietigheid?”