R-tentamen
Week 1
Nieuw R project aanmaken
Klik op File → New Project → New Directory → New Project → geef het project de
gewenste naam → Klik op Browse → selecteer op je computer de locatie waar je
het project wilt opslaan → klik op Create Project
Eenvoudige berekeningen
Bewerking Optellen Aftrekken Vermenig. Delen Machtsver. Wortel
+ - * / ^ sqrt( )
Scripts openen en opslaan
- Nieuw script openen: File → New File → R Script
- Bestaand script openen: File → Open File …
- Script opslaan: File → Save as …
- Uitvoeren door Run/ Ctrl + Enter
Week 2
Objecten maken in R
- <- om inhoud toe te wijzen aan een object a1<-100/ a1<-”Imme” (als het
object bestaat uit tekst, woorden of symbolen, dienen ze in enkele/
dubbele aanhalingstekens gebruikt te worden) → dan komen ze in het
environment
- print ( ): het gekozen object wordt in de console getoond
- length ( ): geeft aan hoeveel elementen er in een object zitten
- class ( ): geeft aan wat voor type object het is (bijv. “numeric”)
- rm ( ): verwijdert objecten uit het environment
Vectoren maken en bewerken in R
- vector<-c( ), bijvoorbeeld a1<-c(1, 2, 3, 4, 5), nadat ze zijn gemaakt zijn ze
terug te vinden in het Environment rechtsboven
- sum(vector), dan worden alle elementen binnen één vector
samengevoegd
- sqrt(vector), dan pakt die van alle elementen (apart) de wortel
- vector1+vector2, dan pakt die van alle elementen dezelfde samen; kan
alleen als de vectoren dezelfde lengte hebben
- as.character( ): om het type van een vector te veranderen van een
numerieke variabele naar een tekstvariabele
- as.numeric( ): om het type van een vector te veranderen van een
tekstvariabele naar een numerieke variabele
Data frames maken in R
- Om meerdere vectoren/ variabelen op een overzichtelijke wijze weer te
geven gebruik je een data frame (= tabel waarin vectoren als kolommen
naast elkaar worden weergegeven.
- Data frame met de naam D, die variabele x en y bevat: D<-data.frame(x, y)
- In het Environment kan je zien hoeveel observaties en variabelen het data
frame bevat, dit kan je ook zien met de functie dim( )
, Week 3
- View( ) om een nieuw tabblad te openen met data in het Script window
- Data frame $ variabele uit de dataset: variabelen uit data frame gebruiken
Frequentietabellen maken in R
- table( ) om frequentietabel in R te maken (absolute frequenties)
- table( )/length( ) om tabel te maken met de relatieve frequenties (=
proporties) van een variabele
- <- gebruiken om van een frequentietabel een object te maken
Grafieken maken in R
- hist( ) om een histogram te maken
- boxplot( ) om een boxplot te maken
- barplot(table( )) om een staafdiagram te maken
- De gemaakte plots worden getoond in het tabblad Plots rechtsonder
- Export om een afbeelding op te slaan als PNG of PDF
- Zoom in tabblad Plots om een grafiek weer te geven in een groter scherm
Grafieken bewerken in R
- main=” ” om een titel voor je grafiek in te stellen
- xlab=” “ om een omschrijving op de x-as in te stellen
- ylab=” “ om een omschrijving op de y-as in te stellen
- col=” “ om een kleur te geven aan de grafiek (engels!)
Beschrijvende statistieken genereren in R
- min( ) om minimum te krijgen
- max( ) om maximum te krijgen
- mean( ) om gemiddelde te krijgen
- median( ) om mediaan te krijgen
- sd( ) om standaarddeviatie te krijgen
- var( ) om variantie te krijgen
- quantile( ) om 5 number summary te krijgen
- summary( ) om 5 number summary + gemiddelde te krijgen
- round(x= , digits= ) met x bepaal je wat moet worden afgerond,
mean( )/ table( ), of object dat je eerder hebt gemaakt. Ten tweede moet
worden aangegeven op hoeveel decimalen moet worden afgerond (digits).
Week 4
Proporties berekenen met R
- pnorm(q= , mean= , sd= , lower.tail= ) om de oppervlakte onder een
bepaald gedeelte van een normaalverdeling te berekenen
→ q= de grenswaarde speciferen
→ lower.tail=TRUE (proportie onder grens)/ FALSE (proportie boven grens)
* Als je bij q een gestandaardiseerde score (z) invult, kan je de argumenten
voor het gemiddelde en de standaarddeviatie weglaten, R zal dan
automatisch invullen (mean=0, sd=1). Als je een X-score invult, dienen deze
argumenten wel te worden gebruikt.
Week 1
Nieuw R project aanmaken
Klik op File → New Project → New Directory → New Project → geef het project de
gewenste naam → Klik op Browse → selecteer op je computer de locatie waar je
het project wilt opslaan → klik op Create Project
Eenvoudige berekeningen
Bewerking Optellen Aftrekken Vermenig. Delen Machtsver. Wortel
+ - * / ^ sqrt( )
Scripts openen en opslaan
- Nieuw script openen: File → New File → R Script
- Bestaand script openen: File → Open File …
- Script opslaan: File → Save as …
- Uitvoeren door Run/ Ctrl + Enter
Week 2
Objecten maken in R
- <- om inhoud toe te wijzen aan een object a1<-100/ a1<-”Imme” (als het
object bestaat uit tekst, woorden of symbolen, dienen ze in enkele/
dubbele aanhalingstekens gebruikt te worden) → dan komen ze in het
environment
- print ( ): het gekozen object wordt in de console getoond
- length ( ): geeft aan hoeveel elementen er in een object zitten
- class ( ): geeft aan wat voor type object het is (bijv. “numeric”)
- rm ( ): verwijdert objecten uit het environment
Vectoren maken en bewerken in R
- vector<-c( ), bijvoorbeeld a1<-c(1, 2, 3, 4, 5), nadat ze zijn gemaakt zijn ze
terug te vinden in het Environment rechtsboven
- sum(vector), dan worden alle elementen binnen één vector
samengevoegd
- sqrt(vector), dan pakt die van alle elementen (apart) de wortel
- vector1+vector2, dan pakt die van alle elementen dezelfde samen; kan
alleen als de vectoren dezelfde lengte hebben
- as.character( ): om het type van een vector te veranderen van een
numerieke variabele naar een tekstvariabele
- as.numeric( ): om het type van een vector te veranderen van een
tekstvariabele naar een numerieke variabele
Data frames maken in R
- Om meerdere vectoren/ variabelen op een overzichtelijke wijze weer te
geven gebruik je een data frame (= tabel waarin vectoren als kolommen
naast elkaar worden weergegeven.
- Data frame met de naam D, die variabele x en y bevat: D<-data.frame(x, y)
- In het Environment kan je zien hoeveel observaties en variabelen het data
frame bevat, dit kan je ook zien met de functie dim( )
, Week 3
- View( ) om een nieuw tabblad te openen met data in het Script window
- Data frame $ variabele uit de dataset: variabelen uit data frame gebruiken
Frequentietabellen maken in R
- table( ) om frequentietabel in R te maken (absolute frequenties)
- table( )/length( ) om tabel te maken met de relatieve frequenties (=
proporties) van een variabele
- <- gebruiken om van een frequentietabel een object te maken
Grafieken maken in R
- hist( ) om een histogram te maken
- boxplot( ) om een boxplot te maken
- barplot(table( )) om een staafdiagram te maken
- De gemaakte plots worden getoond in het tabblad Plots rechtsonder
- Export om een afbeelding op te slaan als PNG of PDF
- Zoom in tabblad Plots om een grafiek weer te geven in een groter scherm
Grafieken bewerken in R
- main=” ” om een titel voor je grafiek in te stellen
- xlab=” “ om een omschrijving op de x-as in te stellen
- ylab=” “ om een omschrijving op de y-as in te stellen
- col=” “ om een kleur te geven aan de grafiek (engels!)
Beschrijvende statistieken genereren in R
- min( ) om minimum te krijgen
- max( ) om maximum te krijgen
- mean( ) om gemiddelde te krijgen
- median( ) om mediaan te krijgen
- sd( ) om standaarddeviatie te krijgen
- var( ) om variantie te krijgen
- quantile( ) om 5 number summary te krijgen
- summary( ) om 5 number summary + gemiddelde te krijgen
- round(x= , digits= ) met x bepaal je wat moet worden afgerond,
mean( )/ table( ), of object dat je eerder hebt gemaakt. Ten tweede moet
worden aangegeven op hoeveel decimalen moet worden afgerond (digits).
Week 4
Proporties berekenen met R
- pnorm(q= , mean= , sd= , lower.tail= ) om de oppervlakte onder een
bepaald gedeelte van een normaalverdeling te berekenen
→ q= de grenswaarde speciferen
→ lower.tail=TRUE (proportie onder grens)/ FALSE (proportie boven grens)
* Als je bij q een gestandaardiseerde score (z) invult, kan je de argumenten
voor het gemiddelde en de standaarddeviatie weglaten, R zal dan
automatisch invullen (mean=0, sd=1). Als je een X-score invult, dienen deze
argumenten wel te worden gebruikt.