Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

VWO 6 economie samenvatting 'economische crisis' H1 t/m H7

Beoordeling
4.0
(4)
Verkocht
19
Pagina's
23
Geüpload op
02-02-2020
Geschreven in
2019/2020

Hierbij verkoop ik mijn samenvatting van de volledige lesbrief 'economische crisis' van LWEO. Het betreft een overzichtelijke samenvatting, waarbij de begrippen vetgedrukt zijn. Formules staan veelal duidelijk aangegeven in een andere kleur. Voor mijn samenvatting van hoofdstuk 1 t/m 3 van economische crisis, zie mijn uploads.

Meer zien Lees minder
Niveau
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Economie samenvatting economische crisis.

Hoofdstuk 1. De grote recessie
Paragraaf 1.

De val van een grote Amerikaanse zakenbank veroorzaakte grote paniek op de financiële markten en
wordt als het begin gezien van de wereldwijde kredietcrisis. Veel landen kregen nu te maken met
een krimpende economie, dat wil zegen dat er minder goederen en diensten werden geproduceerd.
Er is dan ook veel werkeloosheid. Als een krimp minstens twee kwartalen aanhoudt, spreken we van
een recessie.
Het Centraal Planbureau (CPB) onderzoekt de gevolgen van de crisis voor de ontwikkeling van de
inkomens. Het CPB bekijkt hiervoor gegevens over het eurogebied, de eurozone en dan voornamelijk
naar het bruto binnenlands product (bbp).

Reëel bbp: bbp is gecorrigeerd voor veranderingen in het prijspeil (inflatie en deflatie).
Nominaal bbp: bbp is niet gecorrigeerd voor veranderingen in het prijspeil (inflatie en deflatie).

Bbp = totale productie in een jaar = totale inkomen in dat jaar

Eén van de oorzaken van de crisis die vaak wordt genoemd is de lage rente in de jaren vóór de crisis.

Paragraaf 2.
De vermogensmarkt is het geheel van de vraag naar en het aanbod van vermogen. De rente is de
prijs die op de vermogensmarkt tot stand komt. De vraag naar vermogen is vooral afkomstig van
bedrijven, maar ook gezinnen. Het aanbod van vermogen is afkomstig uit besparingen. Sparen is het
niet-besteden van inkomen. Je hebt twee soorten besparingen:

1. Gedwongen besparing, bijv.: de verplichte pensioenpremie die wordt betaald aan het
pensioenfonds.
2. Vrijwillige besparing, bijv.: oppotten, geld op een spaarrekening zetten, beleggen (aandelen
of obligaties).

De spaarquote is het deel van het inkomen dat wordt gespaard. Er wordt steeds meer gespaard. De
verklaringen hiervoor zijn:
1. De groei van de welvaart in grote delen van de wereld i.c.m. de vergrijzing van de
bevolking.
Bijv. in China zijn er weinig overheidsvoorzieningen voor de oude dag, dus wordt een groot
deel van het inkomen gespaard.
2. De groei van de investeringen blijft achter bij die van de besparingen.
Verklaring: veranderende aard van de economische groei.

Je hebt het omslagstelstel en het kapitaaldekkingsstelsel:
 Kapitaaldekkingsstelsel: in dit stelsel worden de premies niet meteen uitgekeerd maar
belegd op de vermogensmarkt.
 Omslagstelsel: pensioenen worden betaald uit de lopende premieontvangsten. Er is dus geen
opbouw van pensioenvermogen.

,Spaardeposito’s kunnen zowel langlopend als kortlopend zijn. Een hypothecaire lening of een
hypotheek is een langdurige lening met een onroerend goed als onderpand. De geldgever is meestal
de bank en de geldnemer is bijv. een huiseigenaar. Omdat het bouwen van een huis lang duurt,
reageert het aanbod van nieuwe woningen met vertraging op prijsveranderingen.
Prijsschommelingen op de woningmarkt ontstaan vooral door veranderingen in de vraag. Er is daar
vaak sprake van selffulfilling prohecy: een voorspelling die uitkomt omdat mensen zich ernaar gaan
gedragen. Als dit lang genoeg aanhoudt kan er een zeepbel ontstaan: de prijzen drukken niet langer
de werkelijke waarde uit. Voor de werkelijke waarde kijken we bij huizen naar de verhouding tussen
de huizenprijs en het inkomen. Als de huizenprijs veel hoger is dan het inkomen, is de zeepbel verder
opgeblazen.
Als op een huis een hypotheek rust die gelijk is aan de waarde van het huis noemen we dat een 100%
hypotheek. Als een dergelijk huis in waarde stijgt, ontstaat overwaarde. De hypotheek kan dan
verhoogd worden. Als de prijzen van huizen lager zijn dan te betalen hypotheek, spraak men in zo’n
geval van een onderwaterhypotheek.

Kenmerk Aandeel Obligatie (deel van een lening)
Status Eigenaar Schuldeiser
Recht op  Dividend (deel winst)  Aflossing lening.
 Zeggenschap.  Rente.
Risico  Koersdaling. Weinig/geen risico: aflossing is
 Faillissement (bedrijf is verplicht en rentepercentage
niet-privé ligt vast.
aansprakelijk).
Rendement  Dividend Rente (ligt vast).
 Rendement
schommelt.
Koers wordt bepaald door Winst. Rente op de markt.

Beleggers in aandelen en obligaties kopen deze effecten tegen een bepaalde (beurs)koers, dat is de
prijs op de beurs op een bepaald moment. Beleggers in aandelen letten niet alleen op het dividend,
maar ook op veranderingen van de koers. De koersen reageren op winstverwachtingen. Als de prijs
van de verkoop boven die van de inloop ligt maakt de belegger koerswinst. Om rekening te kunnen
houden met alle opbrengsten gebruiken we het begrip rendement. Het rendement van een
belegging is het totaal van de opbrengsten in procenten van het belegde bedrag. Ook hierbij maken
we onderscheid tussen reëel en nominaal rendement.
Ook op de aandelenmarkten kunnen zeepbellen ontstaan. Als de koers/winst verhouding te hoog
wordt, is er sprake van een zeepbel.
Het verbeteren van de opbrengst van het eigen vermogen door met geleend geld een opbrengst te
halen die groter is dan de interest die over het geleende geld betaald wordt (financiering).
Voorbeeld: Ik heb 1000 euro eigen geld en leen 1000 euro tegen 10% interest (rente) per jaar. Voor
2000 euro koop ik aandelen en deze zijn na 1 jaar 2500 euro waard.
Bij verkoop levert het mij dan een winst op van 2.500-2.000 = 500 - 100 interest = 400 netto op.

Het eigen vermogen wordt verschaft door de eigenaars van de onderneming. Het zijn alle bezittingen
minus alle korte en langlopende schulden. Eigen vermogen is permanent beschikbaar voor de
onderneming. Eigen vermogen wordt ook risicodragend vermogen genoemd. Door het maken van
winst neemt het eigen vermogen toe, maar door verliezen neemt het af. Het eigen vermogen van
een vennootschap ontstaat door het uitgeven van aandelen. Het aantrekken van vreemd vermogen
betekent: geld lenen. Dit kan bij bedrijven d.m.v. obligaties.

, Als de rente daalt wordt het voor bedrijven goedkoper om te lenen. Door de lagere rentekosten zijn
investeringen eerder rendabel. De investeringen kunnen daardoor toenemen. Zolang het gemiddelde
rendement hoger is dan de rente over de leningen, ontstaat een positief hefboomeffect. Echter, de
leningen verslechteren de solvabiliteit. De solvabiliteit is de mate waarin een onderneming in staat is
haar schulden terug te betalen. Bij een solvabele onderneming vormt het eigen vermogen voldoende
buffer om al haar schulden te kunnen betalen.

Solvabiliteit = eigen vermogen / totale vermogen

De vermogensmarkt bestaat in de praktijk uit een verzameling deelmarkten met zijn eigen
kenmerken.
Kenmerk Geldmarkt Kapitaalmarkt
Tijdsduur Kortlopende kredieten met een Langlopend en soms permanent vermogen.
looptijd tot 2 jaar.
Onroerend goed (huizen, kantoren, grond)
en hypotheken, obligaties en aandelen.
Rente Korte rente Lange rente

In de economie is er vaak sprake van een positieve tijdsvoorkeur, je wilt een goed of dienst z.s.m. of
direct, in plaats van hetzelfde goed of dienst over een aantal jaren. Dit komt omdat de toekomst
onzeker is.
De rente verschilt per deelmarkt. De verschillen zijn terug te voeren op verschillen in risico:
1. De geldgever loopt het risico dat hij geen rente en aflossing ontvangt. Dit noemen we het
risico van wanbetaling of het debiteurenrisico. De geldgever let daarom op de
kredietwaardigheid en de reputatie van de geldnemer.
2. Naarmate de geldgever langere tijd afstand doet van zijn geld neem het debiteurenrisico toe.
De rente op de geldmarkt (korte rente), verschilt daarom van de rente op de kapitaalmarkt
(lange rente).
3. Door inflatie verliezen de rentes en aflossingen die de geldgever ontvangt een deel van hun
koopkracht. Ook het inflatierisico is groter naarmate de looptijd langer is. Het inflatierisico
speelt bij leningen met een vaste rente, bijv. obligatieleningen.

Reële rentepercentage = (nominale rentepercentage / prijsindexcijfer )

Door inflatie daalt niet alleen de reële rente, maar ook de reële waarde van de lening. Voor de
schuldenaars, degenen die hebben geleend, is een hogere inflatie goed nieuws: de nominale waarde
van de schuld blijft gelijk, terwijl de reële waarde afneemt.

Mensen die het geld niet op de juiste waarde schatten, lijden aan geldillusie. Inflatie is een
belangrijke veroorzaker van geldillusie, want inflatie versluiert de reële waarde van geld. Als mensen
alleen naar de nominale waarde kijken, hebben ze geen zich op de reële waarde van geld.

Paragraaf 3.
De banken spelen een dubbele rol op de vermogensmarkt:
1. Ze bemiddelen tussen de vraag en het aanbod.
2. Ze zijn zelf actief als vrager en aanbieder.

De oprichting van een bank begint met het aantrekken van vermogen, bijv. door uitgifte van
aandelen. Vervolgens trekt de bank spaargeld aan. De hypotheekleningen zijn voor een bank
vorderingen. Ze staan daarom aan de linkerkant op de balans.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Vak
School jaar
6

Documentinformatie

Geüpload op
2 februari 2020
Aantal pagina's
23
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.19
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 19 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 4 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

Goede samenvatting, belangrijke dingen zijn duidelijk aangegeven. Mijn cijfer met deze samenvatting was een 9,1.

5 jaar geleden

5 jaar geleden

5 jaar geleden

4.0

4 beoordelingen

5
1
4
2
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
myrthek59 Jacob-Roelandslyceum
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
52
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
47
Documenten
14
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3.5

11 beoordelingen

5
2
4
5
3
2
2
0
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen