1. Wat is de incidentie van CVA in Nederland?
TIA/PCI: mannen: 3,1 / vrouwen: 3,2 op 1000
Overige beroertes: mannen: 2,3 / vrouwen: 2,3 op 1000
2. Wat is de prevalentie van CVA in Nederland?
Mannen 28,9 / Vrouwen: 28,7 op 1000
3. Wat is de voorspelling over de prevalentie voor de komende jaren?
De komende jaren wordt er een stijging van de prevalentie verwacht.
4. Wat zijn risicofactoren voor het krijgen van een CVA?
Verhoogde bloeddruk.
Diabetes.
Bepaalde hartaandoeningen zoals voorkamerfibrillatie.
Roken (zowel actief als passief)
Overgewicht.
Verhoogd cholesterolgehalte.
Te weinig beweging.
Te veel alcoholgebruik (meer dan twee glazen per dag)
5. Welke vroege hypothesen heb je op basis van de locatie van het CVA?
verlamming van de linker lichaamshelft.
uitval van het gezichtsveld aan de linkerkant van beide ogen;
onduidelijke spraak (afasie)
niet reageren op mensen of dingen aan de linkerkant van je lichaam of het verwaarlozen van
de linkerkant (neglect)
Gezichtsherkenning
problemen met ruimtelijke waarneming.
6. Welke drie grote hersenarteriën voorzien de hemisferen van bloed?
Arteri Cerebri Anterior
Arteri Cerebri Media
Arteri Cerebri Posterior
7. Wat zijn de vascularisatiegebieden (stroomgebieden) van deze arteriën (zie afbeelding)?
8. Welke klinische verschijnselen kunnen voorkomen bij een infarct? Beschrijf ze per arterie.
TIA/PCI: mannen: 3,1 / vrouwen: 3,2 op 1000
Overige beroertes: mannen: 2,3 / vrouwen: 2,3 op 1000
2. Wat is de prevalentie van CVA in Nederland?
Mannen 28,9 / Vrouwen: 28,7 op 1000
3. Wat is de voorspelling over de prevalentie voor de komende jaren?
De komende jaren wordt er een stijging van de prevalentie verwacht.
4. Wat zijn risicofactoren voor het krijgen van een CVA?
Verhoogde bloeddruk.
Diabetes.
Bepaalde hartaandoeningen zoals voorkamerfibrillatie.
Roken (zowel actief als passief)
Overgewicht.
Verhoogd cholesterolgehalte.
Te weinig beweging.
Te veel alcoholgebruik (meer dan twee glazen per dag)
5. Welke vroege hypothesen heb je op basis van de locatie van het CVA?
verlamming van de linker lichaamshelft.
uitval van het gezichtsveld aan de linkerkant van beide ogen;
onduidelijke spraak (afasie)
niet reageren op mensen of dingen aan de linkerkant van je lichaam of het verwaarlozen van
de linkerkant (neglect)
Gezichtsherkenning
problemen met ruimtelijke waarneming.
6. Welke drie grote hersenarteriën voorzien de hemisferen van bloed?
Arteri Cerebri Anterior
Arteri Cerebri Media
Arteri Cerebri Posterior
7. Wat zijn de vascularisatiegebieden (stroomgebieden) van deze arteriën (zie afbeelding)?
8. Welke klinische verschijnselen kunnen voorkomen bij een infarct? Beschrijf ze per arterie.