samenvatting toelatingstoets:
Klinische Psychologie, Statistiek,
Persoonlijkheidspsychologie en
Arbeid- en Organisatiepsycholoog
In deze samenvatting is alles samengevat wat je moet leren/weten voor de selectietoets
psychologie voor de Erasmus Universiteit Rotterdam (alle vier de kennisclips en de
bijbehorende links).
Alles staat op chronologische volgorde en is ondersteund met plaatjes en/of voorbeelden.
Met deze samenvatting viel het tentamen heel goed te maken.
Begrippen heb ik aangeduid met de kleur blauw, belangrijke personen met de kleur
groen.
, Blok 1: Klinische Psychologie
Normaal of Abnormaal gedrag
Continium model of behavior= een schaal waarop normaal of abnormaal ligt.
Normaal Abnormaal
Hoe bepaal je of gedrag normaal of abnormaal is?
- Dit is moeilijk te bepalen omdat er niet één type gedrag normaal of abnormaal is.
Wel zijn er 4 D’s, die indicatoren zijn voor abnormaliteit.
1. Deviance (afwijkend)= als iets statistisch zeldzaam en/of ongewild is beschouwen
we sneller iets als abnormaal. Hiervoor zijn statistische en sociale normen
belangrijk.Zo is foutparkeren bijvoorbeeld niet abnormaal, omdat iedereen dit wel
eensgedaan heeft.
2. Distress (angst)= gedrag/gevoelens die zorgen voor emotionele pijn. Een
belangrijkcriterium voor deze D is niet per se nodig. Distress is erg subjectief en niet
sufficient.
3. Dysfunction (disfunctie)= gedrag en gevoelens die bemiddelen met het
functionerenvan een persoon. Dysfuntion is willekeurig en subjectief.
4. Dangerousness (gevaarlijkheid)= gedrag en gevoelens die gevaarlijk voor
iemandzelf of anderen kunnen zijn.
Meer criteria:
1. Irrationaliteit of onvoorspelbaarheid= bijvoorbeeld als iemand in de bus uit het
niets schreeuwt.
2. Misperceptie van de realiteit
3. Sociale discomfort= bijvoorbeeld als de hele bioscoop leeg is en een onbekende
gaat naast je zitten.
4. Maladaptiveness wordt als abnormaal gezien= als je je niet kan aanpassen aan
je omgeving en je dagelijks leven wordt verstoord.
- De criteria verschillen per stoornis. Elke criteria is op zichzelf niet necessary (per se
nodig) of sufficient (genoeg).
Not sufficient= niet iedereen die het meemaakt/voelt heeft een stoornis. Not necessary=
niet iedereen met de stoornis heeft er last van.
- Er is geen gedrag wat iemand abnormaal maakt