Week 2
HC, epidemiologie
Leerdoelen:
- Kan risicofactoren (epidemiologische en erfelijke) aangeven, die een rol
spelen in het ontstaan van kanker;
- Heeft kennis over ontwikkeling en groeiwijze van kankercellen; kan hierbij
de processen carcinogenese, en neoplasie beschrijven;
- Heeft kennis van de algemene symptomen (waarschuwingstekens van
kanker);
- Kan tumoren onderscheiden in termen van benigne en maligne
tumoren;kan de indeling van kanker onderscheiden in carcinomen
(carcinoma in situ), sarcomen
- Ken hematologische maligniteiten;
- Kan processen uitleggen die een rol spelen bij metastasering;
- Kan de TNM-classificatie toelichten;
- Kan een globaal overzicht geven van verschillende vormen van
tumordiagnostiek (bloedonderzoek, beeldvorming, cytologie, histologie,
radiodiagnostiek, nucleair geneeskundig onderzoek, etc .
Incidentie: het aantal nieuwe gevallen of personen met een bepaalde ziekte in
een bepaalde periode
Prevalentie: het aantal persoenen dat een bepaalde ziekte op een bepaald
moment of gedurende een bepaalde periode heeft
Tumoren
Benigne Maligne
Begrensd; niet Infiltratieve groei
infiltratief Slecht gedifferentieerde
Gedifferentieerde cellen
cellen Metastaseren
Metastaren niet Onbhandeld ip altijd
Meestal niet dodelijk dodelijk
Soorten genen die van invloed zijn:
- Proto oncogenen: stimuleren celgroei mutatie ‘’gaspendaal blijft
hangen’’ ongecontroleerde celgroei
- Tumor suppressorgenen: remmen celgroei. Voorkomen ongecontroleerde
celdelingen
- Genfusiegenen: abnormale eiwitten die celdeling stimuleren (bv leukemie)
, Verspreiding door het lichaam
- Infiltratie / doorgorie
- Uitzaaiten (metastaseren)
o Lymfogeen (lymfekliermetastasen)
o Hematogeen (metastasen op afstand)
Longen (pulmonaal)
Lever (hepatogeen)
Hersenen (cerebraal
Skelet (bot)
Algemene klachten die mogelijk zijn:
- Onbedoeld gewichtsverlies
- Vermoeidheid zonder duidelijke oorzaak (kan wijzen op bloedarmoede)
- Heesheid of aanhoudende hoest, bloed ophoesten
- Passagaklachten
- Moedervlekken die nieuw zijn of veranderen
- Een plekje of knobbeltje op de huid, wondjes die niet genezen
- Een verdikking of knobbeltje in het lichaam
- Veranderd ontlastingspatroon, bloed bij ontlasting
- Veranderde mictie, bloed bij urine
- Bloed of afscheiding uit de vagina
Aanvullend onderzoek
- Bloedonderzoek
o Ondersteunend: bv. Tumormaskers PSA, leverenzym
- Beelvormende techniek
o Rontgen
o Echo
o MRI
o Endoscopie
o Nucleair geneeskundig onderzoek)
- Pathologisch onderzoek
o Cytologie en histologie
o Verder typering van de tumor
TNM-classificatie
T = tumor: primaire tumor (1-4)
N – Nodus: lymfeklieren (0-3)
M: metastatis: metastasen op afstand (0-1)
Histologie heeft info over de soort tumor
TNM zeg alleen iets over de uitgebreidheid van de tumor
Naamgeving
epitheelweefsel -oom -carcinoom
Bv adenoom Bv adenocarcinoom
Mesenchymaal weefsel -oom -sarcoom (-blastoom)
Bv myoom Bv myosacroom
Hematopoetisch Leukemie / maligne
lymfoom
Huid Neavus Melanoom
Zenuw -oom -blastoom
HC, epidemiologie
Leerdoelen:
- Kan risicofactoren (epidemiologische en erfelijke) aangeven, die een rol
spelen in het ontstaan van kanker;
- Heeft kennis over ontwikkeling en groeiwijze van kankercellen; kan hierbij
de processen carcinogenese, en neoplasie beschrijven;
- Heeft kennis van de algemene symptomen (waarschuwingstekens van
kanker);
- Kan tumoren onderscheiden in termen van benigne en maligne
tumoren;kan de indeling van kanker onderscheiden in carcinomen
(carcinoma in situ), sarcomen
- Ken hematologische maligniteiten;
- Kan processen uitleggen die een rol spelen bij metastasering;
- Kan de TNM-classificatie toelichten;
- Kan een globaal overzicht geven van verschillende vormen van
tumordiagnostiek (bloedonderzoek, beeldvorming, cytologie, histologie,
radiodiagnostiek, nucleair geneeskundig onderzoek, etc .
Incidentie: het aantal nieuwe gevallen of personen met een bepaalde ziekte in
een bepaalde periode
Prevalentie: het aantal persoenen dat een bepaalde ziekte op een bepaald
moment of gedurende een bepaalde periode heeft
Tumoren
Benigne Maligne
Begrensd; niet Infiltratieve groei
infiltratief Slecht gedifferentieerde
Gedifferentieerde cellen
cellen Metastaseren
Metastaren niet Onbhandeld ip altijd
Meestal niet dodelijk dodelijk
Soorten genen die van invloed zijn:
- Proto oncogenen: stimuleren celgroei mutatie ‘’gaspendaal blijft
hangen’’ ongecontroleerde celgroei
- Tumor suppressorgenen: remmen celgroei. Voorkomen ongecontroleerde
celdelingen
- Genfusiegenen: abnormale eiwitten die celdeling stimuleren (bv leukemie)
, Verspreiding door het lichaam
- Infiltratie / doorgorie
- Uitzaaiten (metastaseren)
o Lymfogeen (lymfekliermetastasen)
o Hematogeen (metastasen op afstand)
Longen (pulmonaal)
Lever (hepatogeen)
Hersenen (cerebraal
Skelet (bot)
Algemene klachten die mogelijk zijn:
- Onbedoeld gewichtsverlies
- Vermoeidheid zonder duidelijke oorzaak (kan wijzen op bloedarmoede)
- Heesheid of aanhoudende hoest, bloed ophoesten
- Passagaklachten
- Moedervlekken die nieuw zijn of veranderen
- Een plekje of knobbeltje op de huid, wondjes die niet genezen
- Een verdikking of knobbeltje in het lichaam
- Veranderd ontlastingspatroon, bloed bij ontlasting
- Veranderde mictie, bloed bij urine
- Bloed of afscheiding uit de vagina
Aanvullend onderzoek
- Bloedonderzoek
o Ondersteunend: bv. Tumormaskers PSA, leverenzym
- Beelvormende techniek
o Rontgen
o Echo
o MRI
o Endoscopie
o Nucleair geneeskundig onderzoek)
- Pathologisch onderzoek
o Cytologie en histologie
o Verder typering van de tumor
TNM-classificatie
T = tumor: primaire tumor (1-4)
N – Nodus: lymfeklieren (0-3)
M: metastatis: metastasen op afstand (0-1)
Histologie heeft info over de soort tumor
TNM zeg alleen iets over de uitgebreidheid van de tumor
Naamgeving
epitheelweefsel -oom -carcinoom
Bv adenoom Bv adenocarcinoom
Mesenchymaal weefsel -oom -sarcoom (-blastoom)
Bv myoom Bv myosacroom
Hematopoetisch Leukemie / maligne
lymfoom
Huid Neavus Melanoom
Zenuw -oom -blastoom