Leerdoelen:
- Hoe verwerk je bewegende beelden?
- Wat is optic flow & motion parallax?
- Hoe verwerk je beweging als je zelf beweegt?
- Wat is de invloed van snelheid?
Bronnen:
- Goldstein, H.8
Motion Parallax
Wanneer je beweegt, bewegen de objecten dichtbij snel voorbij, maar de objecten
verderweg lijken langzamer te bewegen. Dit kan worden uitgelegd door middel van hoe een
beeld van een object over de retina beweegt op het moment dat een persoon beweegt.
Het beeld van de boom beweegt van T1 naar T2 op het moment dat je beweegt, bij dezelfde
beweging beweegt het huis van H1 naar H2 op de retina.
Motion parallax is een van de belangrijkste bronnen om diepte te kunnen zien. Door middel
van motion parallax kan er worden bepaald hoe ver je ongeveer van een object bent
verwijderd.
Optic flow
Dit is de beweging van elementen ten opzichte van de observator. De elementen om je heen
bewegen in tegengestelde richting van de richting waarheen jij beweegt. De optic flow heeft
twee kenmerken: 1) de ‘flow’ is sneller dichtbij de observator, 2) er is geen ‘flow’ bij het punt
waarnaar de observator zich beweegt.
Het verschil in snelheid van de flow wordt gradient of flow genoemd. Volgens Gibson geeft
de gradient of flow informatie over de snelheid van de observator. De afwezigheid van flow
bij het eindpunt wordt focus of expansion (FOE).
Een ander kenmerk van de optic flow is dat optic flow invariant information produceert. Dit
betekent dat optic flow altijf aanwezig is, het maakt niet uit waar je bent, als je maar
beweegt.
Functie van bewegingsperceptie
Begrijpen van gebeurtenissen in onze omgeving?
Door middel van bewegingsinformatie kan men bepalen wat er gebeurt in een omgeving. Vb.
Aan bewegingen kan je zien dat mensen een heftige discussie hebben, zonder dat je hoort
wat er wordt gezegd.
Daarnaast is bewegingsperceptie belangrijk voor het vermogen om ons te bewegen door
onze omgeving. Een bron van informatie over waar we heen gaan en hoe snel we bewegen,
is de manier waarop objecten in de omgeving langs ons heen gaan. Wanneer een persoon
naar voren beweegt, bewegen de objecten ten opzichte van de persoon in tegengestelde
richting. Dit wordt optic flow genoemd.
Optic flow biedt dus informatie over de richting en de snelheid.
, Daarnaast geeft beweging ook informatie over subtielere acties. Vb. Wanneer je water
inschenkt zie je wanneer het glas vol is en weet je dus dat je moet stoppen.
Motion agnosia: In dit geval heeft iemand niet het vermogen om beweging waar te nemen,
dit komt door schade aan een gebied in de cortex dat verantwoordelijk is voor
bewegingsperceptie. Wanneer een persoon hieraan lijdt, kan hij/zij geen beweging
waarnemen. Het grootste probleem is dat een persoon met deze aandoeningen objecten en
mensen opeens ziet verschijnen en verdwijnen, dit is bijvoorbeeld erg gevaarlijk met het
oversteken van een weg.
Beweging trekt aandacht
Attentional capture is het vermogen om door middel van beweging aandacht te trekken, vb.
zwaaien. Het kan je aandacht trekken wanneer je opzoek bent naar iets, maar het kan ook je
aandacht trekken, wanneer je op iets anders bent gefocust.
Beweging geeft informatie over objecten
Wanneer een dier ergens heel stil zit, kan hem het dier mogelijk niet onderscheiden van de
achtergrond. Op het moment dat het dier beweegt is dit wel mogelijk, alle bewegende
elementen vormen dan samen een object dat gedetecteerd kan worden.
Het bestuderen van bewegingsperceptie
Wanneer nemen we beweging waar?
We nemen beweging waar als het beweegt in ons gezichtsveld. De echt beweging van een
object wordt real motion genoemd (vb. een rijdende auto).
Het is ook mogelijk om perceptie van beweging te creëren, terwijl de stimuli niet bewegen.
Illusory motion is bewegingsperceptie, terwijl er geen beweging is. De meest bekenden en
best bestudeerde illusory motion is apparent motion. Hierbij worden de stimuli snel achter
elkaar getoond, op twee locaties die amper van elkaar verschillen. Hierdoor lijkt het of het
object beweegt. Dit is de techniek die bij het maken van films wordt gebruikt.
Induced motion vindt plaats wanneer de beweging van een groot object (wolken) zorgen dat
een stilstaand (vaak kleiner) object lijkt te bewegen (maan).
Motion aftereffects, in dit geval kijkt men 20 tot 60 seconden naar een bewegende stimulus
en vervolgens kijkt men naar een stilstaand voorwerp dat lijkt te bewegen. Een voorbeeld
hiervan is waterfall illusion. Wanneer je 30 tot 60 sec. naar een waterval kijkt en je
vervolgens naar de objecten naast de waterval kijkt, lijken die objecten voor even omhoog te
bewegen.
Echte en schijnbare beweging vergelijken
Echte en schijnbare beweging werden in gezien als twee afzonderlijke fenomenen, die door
verschillende mechanismen werden aangestuurd. Echter is er veel bewijs dat deze
fenomenen veel overeenkomsten hebben.
Experiment Axel Larsen:
Personen werden onderzocht door middel van fMRI. De
testpersonen kregen drie verschillende schermen te zien:
- Scherm 1 is het controle scherm, zonder beweging;
- Scherm 2 geeft echte beweging weer;
- Scherm 3 geeft schijnbare beweging weer.